In Fictie

In de actualiteit wordt de literatuur weerspiegeld. Deze week het tekort aan zeelieden in het licht van ‘De honden jagen niet meer’, een korte roman van van A. Alberts .

A. Alberts: Romans en verhalen. Van Oorschot, 754 blz. € 15,–

De zeespiegel stijgt, maar de matrozen raken op, meldde deze krant afgelopen maandag. Alle zeevaartscholen kampen met teruglopende leerlingenaantallen. En dat terwijl kosten nog moeite worden gespaard om jonge zeelui te lokken. De maritieme vakschool beschikt over ‘het grootste simulatorpark ter wereld’, een kapitein verdient bakken met geld en kan desalniettemin „bijna de helft van het jaar thuis op de bank zitten bij zijn gezinnetje”. Campagnes helpen niet of te weinig: „Het druppelt, maar het stroomt niet.” Een paar weken per jaar weg van huis, daar is de huidige generatie niet meer voor te porren.

De ellende van het wachtende zeemansgezin is vaak verbeeld: van Homerus Odyssee tot De thuiskomst van Anna Enquist. Maar nooit werd het indringender gedaan dan in De honden jagen niet meer, een korte roman van A. Alberts uit 1979, die is opgenomen in de verzamelde Romans en verhalen.

De honden jagen niet meer is een typische Alberts-roman waarin meer wordt gezwegen dan gezegd en waarin de schrijver zijn personages met zachte, liefdevolle hand naar de ondergang leidt. Een boek waarin het – om in de metafoor van het krantenbericht te blijven – altijd druppelt en nooit stroomt.

Varen of niet varen is de centrale vraag in deze roman over een zeemansgezin in de tijd dat men nog gedachteloos weken van huis was. Zo is het tenminste aan het begin van de roman, maar dan tekent de eerste verandering zich al af. Het gezin (man, vrouw en zoon van twaalf op zee, drie kleine kinderen aan land) komt samen om het over de toekomst te hebben. „Er moest worden besloten of de moeder na deze reis thuis zou blijven bij de kinderen. Dat stond eigenlijk al vast, maar er moest toch nog over worden gepraat.”

Die laatste zin is typisch voor het universum van Alberts, waarin de dingen nu eenmaal gaan zoals ze gaan, terwijl de karakters nog wat tegenspartelen. Evenzeer laat het de wereld zien waarin er geen groot tekort aan zeelieden ontstond, omdat generatie na generatie voor ieder scheepskind de zeevaartschool een logische bestemming is. Inderdaad ontrolt de geschiedenis zich zoals dat al eeuwen gebeurde. De vrouw blijft aan wal, de oudste zoon gaat varen.

Toch is de wereld in beweging en op uiterst subtiele wijze laat Alberts zien hoe de eeuwige orde van het zeemansgeslacht zal verkruimelen. Dat blijkt als de jongste zoon de leeftijd heeft om naar de zeevaartschool te gaan. Dan ineens denkt de moeder: „We zouden misschien wat anders voor hem willen.” Het is een gedachte die niet tot grote veranderingen leidt. Wel tot een kleine: de jongste zoon gaat niet ‘intern’ op de kostschool.

Dat lijkt niet veel, een druppel zogezegd, maar wat Alberts ermee wil zeggen is duidelijk: de wal trekt en de wal zal niet stoppen te trekken tot hij dit hele zeemansgeslacht in zijn macht heeft gekregen.

A. Alberts: Romans en verhalen. Van Oorschot, 754 blz. € 15,–

    • Arjen Fortuin