In de Nederlandse politiek leeft niet het idee van de volkssoevereiniteit

Voorstellen van burgerfora voor democratisering stuiten op grote angst voor de kiezer, concludeert Maarten Huygen.

De Nationale Conventie doet mij denken aan stormachtige taferelen op negentiende-eeuwse gravures die terugblikken op de Franse Revolutie. Bepruikte afgevaardigden in hemden met ruche bestoken elkaar in vergadering met ganzenveren en slordig bemeten vellen papier voor het inrichten van een democratie. Alles opnieuw. Kiesrecht. Déclaration des droits de ’l homme et du citoyen. De macht aan het volk.

Misschien dat u het niet merkte, maar zoiets heeft onlangs in Nederland plaatsgehad. Toenmalig minister Pechtold (D66, Bestuurlijke Vernieuwing) had namelijk een Nationale Conventie opgericht. Er werden openbare zittingen gehouden in het land. De Conventie opende een internetforum waar de Girondijnen, Montagnards en Jacobijnen van de studeerkamer zich via hun toetsenborden stevig konden weren. Een virtueel pandemonium.

Revolutie bleef uit. Gelukkig ook maar. Conventievoorzitter R.J. Hoekstra (Raad van State, CDA) begon niet aan een levée en masse, maar produceerde met werkgroepen onder leiding van deskundigen een keurig eindrapport waar de wildste voorstellen uit waren gefilterd. Op papier staat nu een aantal nuchtere aanbevelingen. Een van de meest vergaande voorstellen is een referendum om een door het parlement aangenomen wet te verwerpen. De meeste suggesties zijn minder radicaal. Bijvoorbeeld om de Tweede Kamer een hoorzitting te laten houden met bewindslieden die zijn voorgedragen.

Maar wat nu? Niets. De vuurpijl werd ongebruikt teruggelegd in de kast, want het kan ook volgend jaar nog of misschien zelfs het jaar daarna. Er komt een nieuwe staatscommissie om over de voorstellen van de Nationale Conventie te oordelen. En de Raad van State moet uitzoeken wat de opdracht aan die commissie moet zijn. Dat gaat langer duren dan de restauratie van het Rijksmuseum.

En zo belandde ik afgelopen dinsdag bij een katerig nagesprek tussen een delegatie van de Nationale Conventie en zes Kamerleden. Nota bene in de Thorbeckezaal van het Tweede Kamergebouw. Ik had de tribune praktisch voor mij alleen, want het publiek had het allang opgegeven. Terecht. Van Paul Kalma (PvdA) en Boris van der Ham (D66) kwam nog enige waardering, maar verder hoorde ik slechts kritiek. Zelfs het voorstelletje om uitvoerders in adviescommissies te halen, ging te ver. Willibrord van Beek (VVD) maakte een muggenzifterig onderscheid tussen uitvoerders en mensen uit de praktijk.

Het somberste werd ik van het angstbeeld dat Margreeth Smilde (CDA) schilderde van ‘mondige burgers’ die ‘one issue’ nastreven. Zij konden zich niet voorstellen dat zo’n burger zich als goed geïnformeerd lid van een commissie zou kunnen neerleggen bij een beslissing die voor hem ongunstig zou uitvallen. En daarmee veroordeelde zij impliciet de Nationale Conventie van de burgers.

Een dag later zat ik in de oude zaal van de Tweede Kamer die was gevuld met donkere kostuums en mantelpakken, het puikje van het Nederlandse staatsrecht. We luisterden naar een toespraak van minister Ter Horst (PvdA, Binnenlandse Zaken) over de ‘onzichtbare Grondwet’. Die is volgens haar aan een opfrisbeurt toe. Inderdaad, had ik gedacht. Nederland is het enige land in de westerse wereld waar de burgemeester van bovenaf, door de Kroon, wordt benoemd. Maar dat bedoelde zij helemaal niet. De Grondwet is er volgens haar niet om het volk macht te geven, maar om het volk op te voeden. Het moet een nationale fatsoensgids worden, een middel van bestuurders om het volk te binden. „Het is het delen van spelregels waar we op kunnen terugvallen en waar we elkaar aan kunnen houden”, zei ze. Dat is toch iets anders dan het life, liberty and the pursuit of happiness van de Declaration of Independence. Is het dan een wonder dat de Grondwet niet leeft? Het bestuur gelooft zelf niet in de volkssoevereiniteit.

Naast de Nationale Conventie was er een Burgerforum tot hervorming van het kiesrecht. Wel weer typerend dat de leiding van het forum niet in handen was van een rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiger maar van een televisiepersoonlijkheid, namelijk Jacobine Geel. Hun advies is alweer anderhalf jaar oud.

Herziening van het kiesstelsel is een goed idee. Terwijl ik op mijn eentje op een lege rij van de tribune zat bij het gesprek over de Nationale Conventie, realiseerde ik me dat de Kamerleden van D66, PvdA, VVD en het CDA die daar zo gebroederlijk naast elkaar zaten, vereenzamen. Door de opwarming van het politieke klimaat bevinden de partijen uit het midden van het spectrum zich op een krimpende ijsschots tussen steeds hogere zeeën. Wilders, Verdonk, de SP en de Partij voor de Dieren die niet bij dit gesprek zaten, trekken buiten Den Haag de meeste aandacht.

Die radicalisering is voorzien in de klassieker Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek van Arend Lijphart uit 1968. Het unieke stelsel van evenredige vertegenwoordiging, waarbij partijbesturen Kamerleden op een lijst zetten, werd vroeger nog in het gareel gehouden door de stabiele politieke zuilen. Nu die grotendeels zijn verdwenen, vlinderen kiezers van partij naar partij en moet ieder Kamerlid zich in zijn eentje waarmaken tegenover heel Nederland. De bonus gaat naar degene die zich het scherpst profileert. Lijphart noemt dat de ‘middelpuntvliedende kracht’ van het stelsel van de evenredige vertegenwoordiging, waarbij elke partij zetels krijgt naar rato van het aantal stemmen uit het hele land. Dat stelsel bestaat behalve in Oostenrijk en Nederland nergens in die zuivere vorm. Tegenover de evenredige vertegenwoordiging staan de varianten op het districtenstelsel waar iedere volksvertegenwoordiger min of meer een achterban in het eigen district heeft. Hij hoeft niet als een angstig hert in de koplampen van de nationale media voor het volk te verschijnen om te scoren. De kandidaat wordt niet op een lijst geparachuteerd maar moet zichzelf naar boven vechten om het hele district te vertegenwoordigen, niet slechts een partijtje. Je krijgt aansprekende politici in het politieke centrum. In het huidige stelsel wordt de angst voor het volk alleen maar groter. Verwacht nog meer pogingen om ons te beschaven.

    • Maarten Huygen