IK BEN NIET OUD IK BEN VINTAGE

Ouderdom is het centrale thema van de Boekenweek, die 12 maart begint. M vroeg vijf Missen Holland uit de jaren zestig om te poseren.

Allemaal zijn ze of?cieel de mooiste van het land geweest. Miss Holland, met een sjerp van schouder tot heup, met koppen in de kranten en een item in het Polygoonjournaal. Hun prijs was een badpak (Annemarie Brink), een Fiat 500 (Anja Schuit), een auto en een hond (Welmoed Hollenberg), een tonnetje haring en een deken (Maureen Renzen). Of niets (Elly Koot: ‘De eerste vijf zouden een beautycase krijgen. Er was er een te kort en toen zei de organisatie: ach, jij hebt al gewonnen, laat jij ’m maar zitten’).

De reclame- en modewereld zoog ze op, ze werden fotomodel en mannequin, op Welmoed Hollenberg na, die al snel haar leven op een reclamebureau weer oppakte. Ze werkten hard, ze reisden de wereld rond, soms bleven ze hangen in het modevak: Annemarie Brink werd docente aan de Amsterdamse modeacademie Charles Montaigne. Elly Koot is tot op de dag van vandaag ‘dame du salon’ bij modeontwerper Mart Visser.

Anja Schuit wist dat ze mooi was doordat ze Miss HBS-3a werd: ‘Goh, dacht ik. Ik was vrij blij met mezelf, zo ben je, op die leeftijd. Maar thuis speelde mijn uiterlijk geen rol.’

Welmoed Hollenberg vond mooi zijn ‘een vaag begrip’. Ze schreef zich in voor de Miss Hollandverkiezing ‘omdat de deuren van mijn ouwe Eend steeds openwoeien. Ik wilde gewoon een nieuwe auto winnen’. Maureen Renzen was zich juist allang van haar uiterlijk bewust. Als tienjarige bekeek ze steeds opnieuw haar schoolportret: ‘O wat ben ik mooi, o wat is dat prachtig, dacht ik dan. Mijn broertje heeft die foto verscheurd: al die ijdelheden hier beneden, daar moest hij niets van hebben.’

Tot ze als 16-jarige door een modefotograaf op straat werd ontdekt, vergeleek Elly Koot zich met haar moeder en ‘die was Miss Esther Williams’. ‘Díé was mooi. Tegen mij zei iedereen: wat lijk jíj op je vader. Ik was een samenraapsel van van alles en het geheel was leuk. Mooi zijn is aandacht trekken en ik vind aandacht trekken heerlijk. Mooi zijn schept ook afstand. Ik ben meermalen een muurbloempje geweest, de mensen durfden me gewoon niet aan te spreken. Bínnenkomen, dat wil zeggen, ergens arriveren en uitstralen: hier ben ik – dat kan ik pas sinds ik ouder ben. Toen ik jong was, was ik daar te onzeker voor.’

Annemarie Brink had op school altijd moeilijkheden want ze viel te veel op: ‘We kwamen met zijn vijven te laat, maar alleen ik kreeg op mijn donder. Een andere leraar troostte me: dat komt omdat die leraar alleen maar jou ziet.’ Haar moeder stuurde haar naar een mannequincursus omdat ze, in een poging minder op te vallen, krom was gaan lopen. Vervolgens werd ze Miss Gelderland. ‘Dat vond ik leuk want ik kreeg kadootjes. Ik had niet de ambitie om Miss Holland te worden. Meedoen wilde ik wel – lekker spijbelen. Ik vond mezelf mooi, maar dat werd me ook aangepraat en ik liet me dat aanleunen.’

En nu? Ze zijn veranderd. Jong zijn ze niet meer, ze zijn oudere vrouwen.

‘Het is hard, maar het uiterlijk telt’, weet Elly Koot, ‘ook al zeggen de mensen dat het niet zo is. Ik denk elk jaar: ik ga niet meer naar het strand, ik laat niets meer zien. En ik ga toch, elk jaar weer. Natuurlijk. Maar onbevangen lopen pronken lukt niet meer.’

Al bestaat oud zijn volgens Anja Schuit tegenwoordig eigenlijk niet meer: ‘Ik werd 50, en ik dacht: nou ja. Bij 60 dacht ik, het is wel veel, maar aan die rimpels laat ik niets doen, die heb ik verdiend. Ik zie eruit als een zestigplusser die er goed uitziet, want ik weet hoe ik dat aan moet pakken. Ik verzorg me goed, ik doe jaarlijks een intensieve ontslakkingskuur. Jong doen? Nee zeg. Dat is achterlijk. Voor wie doe je dat dan?’

Schuit herinnert zich de eerste keer dat ‘de koppen niet meer om gingen’ toen ze passeerde: ‘In Zürich, ik was net zestig. Niemand keek en dat was, nu ja, laten we zeggen: dat was even een ervaring. Maar ik dacht niet: nu word ik oud. Ik dacht: het jong zijn is voorbij.’

Welmoed Hollenberg wil ‘leeftijdloos’ zijn. ‘Ik kijk niet om, ik zie niet terug.’ Ook Maureen Renzen voert geen strijd: ‘Ik kreeg op mijn 21ste mijn eerste kraaienpootjes en ik genoot: ze beginnen! Later bekeek ik rimpels op mijn armen, net rivieren, mooi vond ik die. Ik heb me nooit jong gevoeld, ik ben oud geboren. Afscheid neem ik pas in mijn kist: bedankt lichaam, ik trek weer verder.’

‘Toen ik jong was leefde ik onverschilliger’, herinnert Annemarie Brink zich. ‘Alles was vanzelfsprekend en zo glipte het leven me door de vingers. Ik was de hele nacht in de dancing, ging niet naar bed en de volgende dag showde ik badpakken in Brabant. Mijn geld smeet ik over de balk. Ik nam de hoeren in de Utrechtsestraat mee naar de Blue Note om ze op champagne te trakteren. Ik was een rare wilde meid, nu ben ik een pietje precies. Ik had vroeger niet willen missen, maar ik heb er geen heimwee naar. Het voordeel van ouder worden is toch dat je iets sneller als onzin ontmaskert. Zo bespaar je veel tijd.’

Elly Koot: ‘Iedereen schat me jonger. Nou én? Mij kan het niet schelen hoe oud iemand is. Ik droeg naar een feest een kimono van Fong Leng [legendarisch ontwerpster uit de jaren zeventig – red.]. Ik verwachtte dat iedereen zou zeggen: wat is dat voor ouwe jurk? Maar ze zeiden: o wat mooi, is die vintage? Ik dacht: ik ook. Ik ben niet oud, ik ben vintage. Vroeger bestond oud nog wel. Een vrouw mocht met een jaar of vijftig niet te veel make-up dragen en ze moest zich liever niet wuft kleden. Tegenwoordig kan iemand van zeventig, met mooi lang grijs haar, heel cool zijn.’ Koot heeft, zoals ze het zelf uitdrukt ‘de keerzijde van mooi zijn’ meegemaakt: ‘Normaal gesproken verouder je langzaam. Ik was 35, ik keek in de spiegel en ik herkende mezelf niet meer. Door een tumor op mijn hypofyse maakte ik zelf cortisonen aan en die maakten me dik, krachteloos en erg lelijk. Ik overwon, maar tien jaar later gebeurde het me opnieuw. Toen ik van die tweede keer genezen was, heb ik mijn uitgerekte wangen glad laten trekken en mijn hals laten liften. Een ouwe nek, dat past niet bij me. En nu heb ik die nek terug. Maar nu durf ik het niet meer.’

Toen ze achter in de vijftig was zag Annemarie Brink haar wangen slap worden. ‘Hamsterzakjes. Ik heb ze met een zogenaamde minilift weg laten halen. Ik was er heel blij mee, ik voelde me stukken beter. Het is duur, maar ik raad het nog altijd iedereen aan.’

Enkele jaren na die lift werd er een tumor in haar mondholte ontdekt. In een operatie van 13 uur werd haar hals, zegt ze, ‘helemaal opengelegd’. Een deel van haar tong moest worden weggenomen. Ze trekt haar kraag opzij en toont een landkaart van littekens. ‘Het zag er ook voor de rest niet uit’, zegt ze droog. ‘Mijn onderkaak was gekraakt, mijn onderlip hing scheef. Maar ik ben meteen de straat opgegaan. Thuis zitten mocht niet, ik moest er doorheen. Ik dacht: mijn ogen zijn mijn sterke punt en daar is niets mee gebeurd. Ik heb een goed huwelijk en ik leef nog. Ik eet moeilijk, ik praat moeilijk. Dat gaat niet weg, maar ik ben eraan gewend.’

Na een jaar kreeg ze met plastische chirurgie weer een acceptabele kin en lip. De littekens in haar hals konden niet verholpen worden. ‘Aan een bestraalde huid is niets te doen’ zei de chirurg.

Brink: ‘Ik was expressief en dat ben ik gebleven. Ik val nog altijd op en dat vind ik leuk. Veel praten, adviseerde de logopediste, nou, dat is me wel toevertrouwd. Aan de telefoon denken ze soms dat ik bezopen ben en in de supermarkt leggen ze met grote gebaren uit waar iets ligt, want ze verslijten me voor doofstom. Nee, dat vind ik niet erg, ik moet erom lachen.’ Deze vrouwen waren mooi en dat zijn ze nog. Omdat ze dat willen en op hun eigen manier, volgens hun eigen stijl en signatuur.

Anja Schuit: ‘Vroeger leidde ik een heavy social life. Ik heb in Cannes gewoond, in Rome en Londen, o ja, en in Milaan. Toen was het glitter en glamour, nu is het de fiets. Dat stoort me helemaal niet.’ Annemarie Brink: ‘Ze kijken me nog altijd na, ondanks mijn leeftijd en mijn operatie.’ Elly Koot: ‘In Barcelona liep eens een vent tegen een paal op omdat hij naar me keek. Dat gebeurt niet meer. Maar er wordt nog wel gefloten. Die afstandelijke aandacht vind ik leuk. Dat is een spel en dat speel ik graag mee.’ En zo is het.

Joyce Roodnat is redacteur van NRC Handelsblad. Onlangs publiceerde zij Een kwestie van Lef, een stijlgids voor vrouwen tussen de 40 en de 60+.

Anuschka Blommers en Niels Schumm werken sinds hun studietijd samen als mode- en portretfotografen.

    • Joyce Roodnat
    • Niels Schumm