Het lichte idealisme van omroep LLink

Llink, dat een toegankelijk soort VPRO wil zijn, wacht een zware taak. De jongste omroep, die staat voor ‘praktisch idealisme’, moet de komende maanden 110.000 leden werven.

De redactie van omroep Llink Foto’s Bas Czerwinski 26-02-2008, ROTTERDAM. REDACTIE VAN LLINK. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Dank zij Al Gore en zijn film over het klimaat is het milieu een populair thema. Dat is gunstig voor Llink, zou je denken, want deze omroep profileert zich als ‘groene’ organisatie. Bij Llink is het milieu zelfs een van de voornaamste onderwerpen in de programmering. Maar op de redactie van Llink, in Rotterdam, vertellen programmamakers en redacteuren dat de populariteit van milieu en klimaat ook tegen ze kan werken.

Zo zegt Marcel van der Steen, presentator van het tv- en radioprogramma Llinke Soep: „Iedereen loopt nu achter het klimaat aan: overheden, bedrijven, beroemdheden; iedereen wil laten zien dat hij ‘groen’ is. Voor ons wordt het daardoor moeilijker ons te onderscheiden.” Geert Rozinga, eindredacteur van Llink-tv, zegt: „Als ook de VARA zich ineens om het klimaat gaat bekommeren, vinden de mensen het voortbestaan van Llink misschien minder essentieel.”

En daar zit hem de crux. Want voor omroep Llink, de jongste omroep in het publieke bestel, is de toekomst niet zeker. De omroep, die in 2005 aan het bestel werd toegevoegd, moet per 1 januari 2009 150.000 leden hebben om door te kunnen gaan. Ze hebben er nu 60.000.

Anna Visser, de oprichtster van Llink, trad onlangs terug als directeur. Haar plaats wordt per vandaag ingenomen door Tanja Lubbers. Lubbers, voormalig hoofd ‘populair campagning’ bij Oxfam Novib, is vooral gekozen om haar ervaring met het opzetten van campagnes. De komende weken zal zij de koers kiezen waarmee Llink zijn aanhang moet vergroten. En dat is niet makkelijk, zeg Lubbers: „Tegenwoordig zijn mensen niet meer gewend om lid te worden van verenigingen. Bovendien kunnen wij ons met die twee uur televisie per week nauwelijks profileren.”

Llink heeft wel een duidelijke boodschap: de omroep wil bijdragen aan een betere wereld. Programma’s worden gemaakt vanuit het idee van ‘praktisch idealisme’ op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, een beter milieu, eerlijke handel, dierenwelzijn en mensenrechten. Dat ‘praktisch idealisme’ betekent dat er niet alleen programma’s over die onderwerpen worden gemaakt, maar dat de programmamakers ook zouden willen dat kijkers en luisteraars geïnspireerd worden om zelf iets te doen. Wat ze precies doen maakt niet veel uit: dat kan het ondertekenen van een petitie voor Brussel zijn, of kiezen voor een milieuvriendelijker wasmachine.

Bewustwording is belangrijk, zeggen Marcel van der Steen en Barbara Kathmann, allebei makers van Llinke Soep, maar het wordt ook tijd dat er ‘echt iets gebeurt’. Op een vrijdagochtend zitten Kathmann en Van der Steen op de zolder van Llink, om de radio-uitzending van die avond voor te bereiden. Onder de bruine balken staan grote ronde tafels met lichtgroene stoelen er omheen. Zo’n vijftien mensen, onder wie veel vrouwen, zijn hier nu aan het werk. Een etage lager bevinden zich voorlichting en montagekamers. Een aantal programma’s wordt in Hilversum gemaakt, zoals 3 op Reis, het door Floortje Dessing gepresenteerde reisprogramma dat Llink samen met de KRO maakt. Afgezien daarvan doet Llink zoveel mogelijk in de eigen ruimtes in het Rotterdamse havengebied.

In hun Llinke Soep-uitzending van deze avond zullen Kathmann en Van der Steen aandacht besteden aan het biobos dat Natuurmonumenten in de Flevopolder aanplant, in de vorm van een hart. „Dat is natuurlijk een symbolische daad”, zegt Van der Steen, schouderophalend. „En ik wil er niet cynisch over doen, maar eigenlijk vind ik het voor zoiets te laat. Voor het milieu is het nu tijd voor werkelijk ingrijpen door de overheid en het bedrijfsleven.” In de twee uur tv en de elf uur radio die Llink per week kan vullen, worden veel onderwerpen behandeld: het klimaat, mensenrechten, eerlijke handel, respect voor dieren, respect voor de natuur, duurzaamheid, armoedebestrijding. Wat zijn de persoonlijke voorkeuren van de programmamakers? „Ik heb internationale betrekkingen gestudeerd. Mensenrechten zijn voor mij het belangrijkst”, zegt Barbara Kathmann (29). Van der Steen (24) zegt: „Voor mij is het eerlijke handel. De oneerlijke verdeling tussen Noord en Zuid maakt mij kwaad, daar heb ik het in de programma’s graag over.” Maar Van der Steen wil aan alle onderwerpen aandacht besteden, op een kritische manier. „We werken op een terrein waar iedereen het goede wil doen”, zegt Kathmann. „Maar iemand met goede bedoelingen is niet altijd goed bezig. We hebben wel eens een programma gemaakt over een watervoorzieningsproject in een Afrikaans dorp, waar bij nader inzien gewoon waterleiding was. De absurditeit daarvan registreren we, dat is onze taak.”

De betrokkenheid van de makers leidt soms tot interne verdeeldheid. Zo gaan Kathmann en Van der Steen binnenkort naar Ghana om een reportage te maken over een project van Habitat for Humanity. Deze organisatie bouwt daar huizen, met en voor plaatselijke bewoners. Nederlandse vrijwilligers kunnen een week komen helpen. „Ik ben daar heel positief over”, zegt Kathmann. Van der Steen: „Ik weet het niet zeker. Ik vind het zo ouderwets: een blanke die een huis bouwt voor arme zwarten. Het is natuurlijk geweldig, die Nederlander die zijn vakantie opoffert om daar te gaan bouwen. Maar ik vraag me af: wat pikken ze er écht van op? En maken ze niet meer kapot in de bestaande verhoudingen dan ze goed doen?” Kathmann, resoluut: „We moeten meer doen aan ‘vraaggestuurde’ hulp. En daar is dit een voorbeeld van.”

Even verderop zit Geert Rozinga (37, heeft ‘eerlijke handel’ als belangrijkste ideaal), eindredacteur van Llink-tv. Met het oog op de komende ledenwerving wil hij de programmering verbeteren. Behalve tv-programma’s als Aanpakken & Wegwezen (over mensen die Nederland verlaten om elders in de wereld een idealistisch project op te zetten), 3 op Reis, Llinke Soep (consumentenprogramma) en McDonald’s Kitchen (over eten zonder vlees en vis), is er behoefte aan ‘meer diepgang’. „We zouden een toegankelijk soort VPRO willen zijn”, zegt Rozinga. „Veel mensen associëren ons met BNN, maar wij zijn veel minder op de jeugd gericht. Onze doelgroep is 25-45 jaar.” Komende zomer zal Llink de talkshow Missing Llink uitzenden, over politiek en het bedrijfsleven. „Dat wordt een programma voor onderzoeksjournalistiek. We zullen zoeken naar scoops, en bijzondere invalshoeken. In dat programma willen we ‘verdieping’ brengen.”

Ook de nieuwe directeur Tanja Lubbers noemt „diepgang” nu een gemis in de tv-programmering. Daar moet wat veranderen, zonder dat het „zwaar” wordt. Ze zou bovendien graag zien dat de programma’s niet alleen gaan „over mensen in ontwikkelingslanden, maar dat die mensen ook zelf bijdragen maken.” Lubbers (42) heeft ervaring met televisie. Ze werkte eind jaren negentig bij de VPRO aan programma’s als Lopende Zaken, Veldpost Europa en Veldpost Balkan. Vanaf 1999 werkte ze op de Balkan voor welzijnsorganisatie Pax Christi, aan een project ter verbetering van de interetnische relaties. Later, bij Oxfam Novib, werd Lubbers „geraakt” door het idee van praktisch idealisme. „Ik geloof er in. Ik heb me bij Oxfam Novib een paar jaar beziggehouden met subsidies voor particulieren die laagdrempelige ondernemingen wilden opzetten. Je ziet dat dat helpt.” Uit het brede aanbod van idealistische onderwerpen, noemt ze „ontwikkelingssamenwerking” als haar voornaamste ideaal: „Armoede de wereld uit”, zegt ze.

Lubbers twijfelt of ze voor de nieuwe ledenwerfcampagne van Llink op één ideaal moet focussen. „Ik denk het niet. Wij medewerkers hebben misschien een persoonlijke voorkeur, maar uiteindelijk vinden we alle onderwerpen van belang. Al moeten we voor het publiek nog scherper formuleren waar we voor staan. We moeten onze idealen concreet maken. Niemand is tegen een betere wereld, maar daar worden mensen ook niet enthousiast van.”

Volgens Lubbers wordt het werven van 90.000 nieuwe leden een „enorme klus”, maar heeft Llink het tij mee. „Er zijn nu allerlei mensen die hun voordeel willen doen met ‘groene’ plannen en idealen”, zegt ze. „Maar bij Llink zit het onderwerp in de genen, wij waren er altijd al mee bezig. We hebben ook het voordeel dat praktisch idealisme nu in de mode is. Onder studenten is het een trend om tijdens hun studie een jaar, ergens ter wereld vrijwillig te gaan werken. Het huidige ‘frisse idealisme’ is een thema waar we op moeten kunnen werven. Daar vertrouw ik op.”

Een verdieping lager zit Tim Roza in een van de montagekamertjes. Roza werkt aan een aflevering van het programma Aanpakken & Wegwezen. Op de monitor zijn beelden te zien van een lange, Hollandse jongen met piekerig blond haar. „Kijk, die man was eerst markthandelaar in Zeeland. Nu zit hij in Moldavië. Hij had er een meisje ontmoet, en kreeg het plan om daar iets te doen voor weeskinderen. Hij wilde ze trainingsapparaten en fietsen geven die hij met een busje uit Nederland ging halen.” Roza (25, noemt ‘duurzaamheid’ als zijn belangrijkste ideaal) wijst naar de Nederlander en zijn Moldavische vriendin op het scherm. „Kijk, daar zijn ze nog heel verliefd.” Hij spoelt een stukje vooruit. „Maar vijf maanden later is de situatie heel anders. Hij heeft niet veel waargemaakt van die mooie plannen. De mensen van het weeshuis wachten nog steeds op zijn spullen. En hij is al weer een ander project aan het opzetten”, Roza lacht. „Zo zie je maar weer dat goede bedoelingen alleen niet genoeg zijn. Je moet dondersgoed weten hoe je iets aanpakt.”

    • Hester Carvalho