Gregory eet weer

Minder dan perfect is slecht. Rijke tieners staan onder grote druk.

Cindy Caplan Foto Margriet Oostveen Oostveen, Margiet

Gregory is nu twintig jaar en hij leidt weer het gebruikelijke leven van de bevoorrechte kinderen van Amerika. Hij studeert aan een dure universiteit in New England. Vertrekt binnenkort voor een reis naar India. Gaat daarna nog een semester naar Leuven. En Gregory eet weer.

Ik mocht langskomen bij zijn moeder. Voor een villa in de bossen van buitenwijk Bethesda parkeer ik naast haar Porsche Carrera. Cindy’s man Mitch verdiende tientallen miljoenen als president-directeur van E-Trade, een bedrijf voor online aandelenhandel. Een huishoudster opent de dubbele voordeur. Cindy Caplan staat – „hallo hallo” – enthousiast naast haar.

Gregory vindt het goed dat zijn moeder alles vertelt, zolang hij zelf maar niet hoeft. In de zomer van 2004 ging hij, zestien jaar oud, voor een rondreis naar Tibet. Deel van de reis was een verblijf bij Tibetaanse monniken. Toen hij terugkeerde, at hij nauwelijks nog. „Gregory was altijd zo’n echte Amerikaanse jongen. Eén meter vijfentachtig. Stevig. Dus toen hij ruim 20 kilo was afgevallen en nog maar 63 kilo woog, was dat een reden tot zorg.”

Aan de universiteit van Harvard werd vorig jaar in een landelijk onderzoek vastgesteld dat het percentage mannen met eetstoornissen in Amerika flink hoger is dan de eerder geschatte 10 procent. Van de mensen met anorexia bleek 25 procent man. Onder mensen met de eetziekte boulimia was dat 40 procent.

Achteraf gezien, zegt Cindy, lag het voor de hand. Ze is zelf veel te dik geweest en 36 kilo afgevallen. Haar jongste dochter heeft diabetes, moet insuline spuiten. Voedsel was in huis dus een heet hangijzer. „En er zijn niet veel dingen die een jongen van zestien naar zijn hand kan zetten. Maar wel wat hij eet.”

De oorzaak? De intense druk die tieners in deze stad en in onze kringen ervaren. Minder dan perfect is slécht. Zo denken onze kinderen.”

Het is hier een veelgehoord verhaal. Ik ken iemand die les geeft op een chique meisjesschool in de buurt. In de hoogste klas zijn alle meisjes op één na in therapie, vertelde zij. Zo groot is de spanning over hun toelating op de juiste universiteit.

Eén van de voornaamste Amerikaanse waarden, onlosmakelijk deel van The American Dream, is het verder te schoppen dan je ouders. „Op mijn zoon”, zegt Cindy Caplan, „had dat een desastreus effect. Want hoe overtref je een multimiljonair?”

Het begint een onderwerp te worden, nu het aantal superrijken in Amerika sterk is gestegen. Een verdubbeling sinds het jaar 2000. New York Magazine wijdde vorige maand een groot verhaal aan ‘Het Rijke Kind Syndroom’. Een psycholoog uit Manhattan vertelde daarin waarvan zijn superrijke, maar doodonzekere patiënten dromen. Niet van het geld van hun ouders. Wel van de capaciteiten waarmee hun ouders dat geld bij elkaar hebben gekregen.

Cindy en Mitch Caplan gunden hun kinderen een meer ontspannen levenswijze. „Ik ben een meisje uit Iowa. Mijn broer woont er nog steeds en vindt de leefstijl in deze stad be-la-che-lijk.” Dus zeiden Cindy en Mitch tegen hun kinderen dat het niet uitmaakte wat ze werden, zolang ze er voldoening in vonden. „Maar we gaven intussen helemaal het verkeerde voorbeeld. Mitch, door zeven dagen per week in het vliegtuig te zitten voor zijn werk. En ik met mijn eetfixatie. Zonder het door te hebben legden ook wij de lat hier in huis heel hoog.”

Gregory, bleek veel later, was doodsbenauwd zijn ouders teleur te stellen. Waarin? „In alles.”

Ze kozen de nieuwe, rigoreuze Maudsley-methode, waarvoor het hele gezin mee moet in therapie. Ook mag de patiënt geen maaltijd meer zonder familielid nuttigen. „Mijn vriendinnen vroegen: ‘Waarom alles zo in het zicht? Waarom zet je Gregory niet in een kliniek? Want dat is de manier hier.” Ze is ervan overtuigd dat er binnen haar kennissenkring veel kinderen in therapie zijn. „Maar daar práát je niet over.”

Mitch Caplan moest voortaan midden op de dag beschikbaar zijn voor een therapeute. Tot dan toe een onbestaanbaar concept in het hoofd van een president-directeur. En hij nam een deel van de zomer vrij om met zijn zoon door te brengen in hun andere huis, in Colorado. Dat was na twee jaar therapie. Daarna durfden ze het aan om Gregory naar de universiteit te sturen.

Gregory eet weer. Al heeft hij nog steeds eigenaardigheden, zegt Cindy Caplan. „Op je eigen verjaardag mag je toch wel een stukje taart eten?” Maar wat ze belangrijker vindt: hij weet nu het succes van zijn vader uit zijn hoofd te bannen. „Gregory studeert openbaar bestuur en gaat de wereld verbeteren. Zoals iedere normale adolescent.”

Ook haar twee dochters leven nu anders. De oudste besloot onderwijzeres te worden op een achterstandsschool in The Bronx in New York. En de jongste heeft Cindy van haar oude topschool in Washington gehaald. Dit ten gunste van een kalmere versie in de suburbs. Zo ver mogelijk van het zenuwslopende DC.