Gelikte verpakking

illustratie anki posthumus Posthumus, Anki

Onlangs las ik over een beginnende lerares die voor het eerst in haar loopbaan een drietal leerlingen begeleidde bij het maken van een profielwerkstuk, een soort van scriptie, een verplicht onderdeel van de schoolexamens havo en vwo. Het ging daarbij om leerlingen die volgens haar beschrijving bepaald niet opvielen door een overmaat aan ijver. Tot haar opluchting, want na veel vijven en zessen, kreeg de jonge lerares eindelijk het profielwerkstuk aangereikt. Haar eerste reactie: “Met een respectabel aantal pagina’s en een enorm gelikte lay-out. Ik moet het nog wel gaan lezen natuurlijk, maar ik ben nu al een beetje trots.”

Voor docenten in alle sectoren van het onderwijs is het natuurlijk fantastisch dat werkstukken er fraai uitzien. Geen moeilijk leesbare teksten met rommelige bijlagen, moeizaam bijeengehouden met nietjes of in een schamel plastic mapje. Voor de student is het prettig dat de eerste indruk zorgt voor een positieve grondhouding bij de beoordelaar, maar met een professionele vormgeving wek je natuurlijk ook verwachtingen voor wat betreft de inhoud. Valt die tegen dan vervult de gelikte lay-out de rol van vlag op een modderschuit. Een dergelijke discrepantie tussen vorm en inhoud is niettemin een veel voorkomend verschijnsel. Niet alleen bij scripties en werkstukken.

Onlangs raadpleegde ik de website van DMO, de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam. Onder het hoofdstuk Verantwoordelijkheden in Amsterdams Onderwijsbeleid vond ik een uitgebreid verhaal over de rolverdeling tussen centrale stad en stadsdelen. Veel van die informatie is geschreven in ontoegankelijke bestuurderstaal, of is volstrekt overbodig of raadselachtig en vol slordigheden en taalfouten, zoals bijvoorbeeld de volgende passage: “Per 1 augustus 2004 is het Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT) afgeschaft. De stadsdelen zijn ook betrokken bij dat beleid en verzorgen de uitvoering ervan. Dit komt omdat de rijksoverheid alleen de gemeente erkend als partner voor het maken van beleid. Namens de centrale stad zorgt DMO zorgt voor voorbereiding en uitvoering van het beleid en voert overleg met stadsdelen en schoolbesturen over dat beleid. Voor de komende periode heeft de uitvoering van het Lokaal Onderwijs & Jeugd Plan prioriteit.” Begrijpt u wat de opsteller van deze tekst met deze passage naar de lezer wilde toe communiceren, om het maar eens modern te zeggen? Ik niet. Degene die dit heeft geschreven heeft, neem ik aan, toch een chef of projectleider die daar zijn goedkeuring aan moet geven. Die heeft blijkbaar niet verder gekeken dan de gelikte buitenkant.

Op dezelfde website trof ik onder het kopje Jong Amsterdam: onderwijs & jeugdplan 2006-2010 de volgende informatie aan: “Eén op de vier Amsterdammers is jonger dan 23 jaar. Dit betekent dat een dergelijk 200.000 kinderen en jongeren zich in de stad ontwikkelen en opgroeien, onderwijs genieten, hun eerste ervaringen opdoen met deelnemen in de samenleving, samen leven en samen gaan wonen, studeren en beginnen met werken. Dit maakt Amsterdam, als geen andere stad in ons land, tot springplank.”

Als een brugklasser met een dergelijke tekst bij je aankomt, vraag je hem daar zelf nog eens goed naar te kijken, “dan zie je zelf wel wat er allemaal aan mankeert”.

Met een tekst knutselen is natuurlijk veel minder spectaculair dan knutselen met lettertypen, kleuren, plaatjes en grafieken. Maar als de tekst niet deugt kan het natuurlijk nooit iets worden. Het probleem is alleen dat steeds minder mensen het verschil zien tussen een goede en een kreupele tekst. Zo is, zoals op zo veel terreinen, ook hier de vorm de inhoud aan het verdringen.

Leo Prick

lgm.prick@worldonline.nl