Fiscus wil nieuwe ‘inkeerronde’

De Nederlandse fiscus is blij met het belastingschandaal in Duitsland. Het levert extra inkomsten op. En het gebruik van gestolen informatie mag gewoon.

Minister Wouter Bos van Financiën mag blij zijn met het schandaal rond Liechtenstein. Dankzij de oud-medewerker van de Liechtensteinse bank LGT, die informatie verkocht aan de Duitse fiscus, zal de Nederlandse schatkist naar verwachting enkele tientallen miljoenen euro’s aan extra inkomsten ontvangen.

Het enige wat Bos daarvoor nodig heeft is de bevestiging van de Duitse fiscus dat er ook Nederlanders op de lijst met ‘zwartspaarders’ staat. Als die binnen is, zal de Belastingdienst alle middelen gebruiken om Nederlandse belastingontduikers zich ‘vrijwillig’ te laten melden en alsnog niet betaalde belasting over de buitenlandse spaartegoeden over te maken.

Dat de Duitsers zich schuldig hebben gemaakt aan heling (de gegevens zijn ontvreemd door de oud-medewerker en voor 4,3 miljoen euro gekocht), maakt voor Nederland niet uit. „Wij hebben met tientallen landen afspraken over de uitwisseling van informatie”, zegt een belastingwoordvoerder. „Het doet er dan niet toe hoe die aan hun informatie gekomen zijn.” De fiscus kan daar zo makkelijk overheen stappen dankzij de KBLux-zaak. Daarbij kwamen in 1994 microfiches met klantgegevens van deze Luxemburgse bank in handen van de Belgische fiscus. Nederland vroeg en kreeg een kopie en opende de jacht op zwartspaarders. De staat won de slepende rechtszaken van ‘gedupeerden’ die klaagden dat Nederland zich bediende van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal.

Tot nu toe hoeft Liechtenstein zich op grond van de Europese spaartegoedenrichtlijn alleen jaarlijks bekend te maken hoeveel bronbelasting er geheven is op het totale buitenlandse vermogen. In 2006 resulteerde dat in een bronheffing op Nederlands vermogen van 75.000 euro, die keurig aan de Nederlandse belastingdienst werd overgemaakt. Dat zou volgens de Belastingdienst betekenen dat er zo’n 25 miljoen euro aan Nederlands spaargeld buiten het zicht van de fiscus in Liechtenstein staat, maar waarschijnlijk is het vele malen meer: dit is alleen het spaargeld dat op naam van natuurlijke personen in Liechtenstein is gestald. Mensen die via een stichting hun geld wegsluizen, ontlopen deze heffing.

Op de vergadering van Europese ministers van Financiën, aanstaande dinsdag, zal er over de zogenoemde spaartegoedenrichtlijn worden gesproken. Europa zal de druk op Liechtenstein opvoeren en het land willen dwingen meer openheid te geven. Rainer Prokisch, hoogleraar internationaal belastingrecht aan de Universiteit van Maastricht, twijfelt op voorhand aan het succes deze nieuwe kruistocht tegen belastingparadijzen. „Europa heeft tot nu toe nooit echt agressief willen onderhandelen met Liechtenstein. Blijkbaar is er het besef dat er voor dergelijke staatjes niets overblijft als het bankgeheim verdwijnt.” Toch is er veel mogelijk. „De Amerikanen hebben de druk op Liechtenstein zo ver opgevoerd dat ze nu alle informatie krijgen die ze willen hebben. Duitsland zal dat ook proberen.”

De Nederlandse fiscus wacht intussen rustig af tot de inkeerregeling nieuw leven ingeblazen kan worden. Ook hier is de analogie met de KBLux-zaak van belang. Als gevolg daarvan werd in 2001 de inkeerregeling ingesteld. Als stok achter de deur gebruikte de Belastingdienst de microfiches uit Luxemburg. Wie zich niet had gemeld en toch opdook in het onderzoek, kon niet alleen alsnog zijn achterstallige belasting betalen, maar ook rekenen op een forse boete en strafrechtelijke vervolging.

De opbrengst van deze fiscale intimidatie is inmiddels opgelopen tot 135 miljoen euro. „Een tegenvaller”, meent Prokisch, „er was op veel meer gerekend.”

De echte winst is dan ook niet financieel, maar moreel, vindt Prokisch. „Dankzij het harde optreden van de Duitse politie is duidelijk dat belastingontduiking geen sport is, zoals vaak wordt gedacht, maar gewoon crimineel gedrag.”

    • Egbert Kalse