Eén jaar kabinet-Balkenende IV

„Laten we nou eens niet zo negatief zijn en er positief tegenaan kijken. Wat we dan zien is dat er heel veel is bereikt. Op heel veel terreinen. We hebben de hoogste groei van Europa, de laagste werkloosheid en een overschot op de begroting. We geven meer geld uit en we houden ook meer geld over. Dat zijn prestaties om trots op te zijn. We hebben de dogmatische voorkeur voor marktwerking losgelaten. We zijn meegewaaid met de linkse gemeente Amsterdam om de beursgang van Schiphol af te blazen. We zijn de vakbonden tegemoet gekomen door de aanbesteding van het openbaar vervoer in de vier grote gemeenten los te laten. We hebben de privatisering omgezet van ‘ja mits’ in ‘nee tenzij’. We hebben van het ontslagrecht een politiek mijnenveld gemaakt, waarin zelfs de SP de weg is kwijt geraakt. We hebben ervoor gezorgd dat de Belastingdienst haar ware gezicht toont zoals iedere belastingbetaler het kent: niet leuk en knap lastig. We hebben de files laten aangroeien tot een slang die in haar staart bijt, omdat we allemaal met de auto naar ons werk gaan. We hebben de kilometerheffing en de AOW-belasting technisch zo ingewikkeld gemaakt, dat die nooit worden ingevoerd. We hebben onze minachting voor de financiële elite getoond en de president van De Nederlandsche Bank in zijn hemd gezet door de oudste en eerbiedwaardigste bank van het land in stukken te laten verkopen aan drie buitenlandse partijen. We hebben ons eigen staatsfonds, het Fonds Economische Structuurversterking, ingezet voor de aanleg van spoorlijnen waarop geen treinen rijden. We hebben de Chinese en Arabische staatsfondsen helemaal niet nodig. We hebben een spoedcursus ‘Europese interne markt’ voor het onderwijs opgezet door de aanbesteding van schoolboeken tot verplicht lespakket te maken. We hebben de aloude economische wijsheid ‘there is no such thing as a free lunch’ ook in dit lespakket verwerkt. We hebben de Nederlandse filmindustrie een internationale impuls gegeven met een geruchtmakende documentaire. We hebben de baggerindustrie perspectief geboden met plannen voor een tulpeneiland voor de kust. We hebben ons er door de libertaire oppositie niet van laten weerhouden om immateriële zaken en de publieke moraal te agenderen. We hebben een moreel appèl gedaan op bestuurders om excessieve beloningen te beperken. We hebben de defensie-industrie waar mogelijk gesteund. We hebben het koninklijk huis ruimte gegeven om een kosmopolitische zienswijze uit te dragen – vóór Europa, vóór het multiculturalisme. We hebben kortom veel meer gedaan dan niks. Het is belangrijk om dit positieve nieuws ook eens een keer te kunnen vertellen.”

Roel Janssen