Een eigen hangplek voor de ‘prinsjes van De Baarsjes’

Het jeugdcentrum in De Baarsjes is maar niks, vonden sommige jongeren. Zij scholden de directeur uit voor hoer. Nu hebben ze een eigen onderkomen.

Spelende kinderen op het voetbalveldje bij Club Rainbow in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Foto Bram Budel Vrijetijdscentrum en speeltuin 'La Rainbow' voor de jeugd in de van Speijkstraat in Amsterdam de Baarsjes. Kinderen spelen op het voetbalveldje. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Last van hangjongeren? Open een jeugdcentrum en de overlast neemt waarschijnlijk af. Vaak werkt het zo, maar niet in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. Daar opende vorig jaar Club Rainbow, en de overlast werd alleen maar erger.

Het begon vorig jaar in de zomer. Jongeren eisten per brief aan de stadsdeelvoorzitter ‘hun’ clubhuis terug. De stichting die het nieuwe jongerencentrum, hun activiteiten en het verplichte pasjessysteem beheert, deugde volgens hen niet.

Ze schreven niet alleen een brief. Medewerkers van de stichting De Combinatie werden op straat bedreigd. Directeur Dorothy Robles werd uitgescholden voor hoer. Een personeelslid kreeg een fietsslot naar haar hoofd gesmeten. Van een ander werd de auto compleet vernield. De jongeren hingen rond op straat, plasten in portieken, gooiden ruiten in en intimideerden buurtbewoners.

Sinds begin dit jaar is het volgens stadsdeel De Baarsjes weer een stuk rustiger op straat. Ook directeur Robles heeft geen last meer van de jongeren.

Want de groep, zo’n dertig met name Marokkaanse jongens van 16 tot en met 24, heeft sinds eind vorig jaar een eigen onderkomen. Drie avonden per week is een zaaltje in het gebouw van speeltuinvereniging Mercator van hen, tot eind maart. Daarna krijgen ze ergens een tijdelijk clubhuis, voor de rest van het jaar. Het stadsdeel zoekt nog een andere welzijnsorganisatie die de jongeren dan activiteiten gaat aanbieden. De kosten? Twee ton voor de welzijnsorganisatie en ruim 70.000 euro voor het tijdelijke clubhuis.

Het pasjessysteem, waardeloze activiteiten? Daar ging het niet om, zegt directeur Robles. Niks doen, een beetje computeren en televisiekijken, dat wilde deze groep het liefst, zegt ze. Maar zo werkt het in Club Rainbow niet. Natuurlijk doen zij ook „leuke” dingen, maar voorop staat dat de jongeren er iets „van leren” en hun „talenten ontwikkelen”. „Dat wilden ze niet en daarom deugden de activiteiten opeens niet.”

Ze loopt door het gebouw. Op de wanden hangen posters. In de hal staat een tafelvoetbalspel. Dj-workshops, huiswerkbegeleiding, danslessen, kooklessen, feesten, we doen van alles, zegt Robles. Ze laat een kleine studio zien. „Hier kunnen ze cd’tjes opnemen.” Heel veel jongeren uit de Baarsjes doen mee, zegt ze. Behalve die groep. Deze jongens waren gewend dat ze hun eigen gang konden gaan.

Toen Robles met De Combinatie in 2005 de aanbesteding won voor het jongerenwerk in de Baarsjes kreeg ze de twee jongerenwerkers Rachid en Hatim erbij. Die werkten ook al in het gebouw dat er voor Club Rainbow stond. Zij regelden alles, beheerden de subsidie en besloten wat er mee gedaan werd, zegt ze. „Karten, bowlen, weekendjes naar Center Parcs, dat soort dingen.” Vorig jaar vroegen ze nog een vakantie naar Turkije aan. Robles zei nee. Ze begrijpt best dat de jongeren het niet leuk vinden dat aan de luxe-uitstapjes een einde kwam. De twee jongerenwerkers stapten vorig jaar op. Sindsdien vertegenwoordigen zij de groep ontevreden jongeren.

De prinsjes van De Baarsjes, noemt de lokale VVD-fractievoorzitter Tom Leest de jongeren. Hij is verbaasd hoe makkelijk andere partijen instemmen met geld voor deze specifieke groep. „Alleen om te voorkomen dat ze overlast plegen.” Want de jongeren om wie het gaat, staan daarom bekend. Politie en justitie spreken van de Chasségroep, genoemd naar de Chasséstraat, waar sommige leden wonen. Twee weken geleden werd een aantal van hen nog opgepakt, onder meer vanwege overvallen. Leest: „Aan de ene kant hebben we het over een harde aanpak, met politie en straatcoaches die hen dag en nacht in de gaten houden. Aan de andere kant geven we hun een eigen hangplek, terwijl er al een prachtig jeugdcentrum staat.”

Het moet niet zo zijn, vindt hij, dat ze het idee krijgen dat ze hun zin kunnen afdwingen. Hij hoopt dat de stadsdeelraad zich nog bedenkt. Straks bevalt de Chasségroep ook de volgende stichting niet die activiteiten gaat verzorgen. En dan zullen ze weer in opstand komen, vermoedt hij.

Donderdagavond, een zaaltje in het gebouw van speeltuinvereniging Mercator. Hier zitten ze dan. De televisie staat aan. Niemand kijkt. Sommige jongeren spelen op een spelcomputer. Een ander groepje speelt een bordspel. Vier straatcoaches spelen met het tafelvoetbalspel. Sinds augustus zijn ze actief in De Baarsjes. Ze worden door de gemeente ingehuurd om door de buurt te patrouilleren en hangjeugd direct aan te spreken.

Zij leren de jongeren bijvoorbeeld hun emoties te beheersen. Dus dat ze directeur Robles niet op straat voor slet en hoer moeten uitschelden. En natuurlijk willen zij ook aan de ontwikkeling van de jongeren werken. Maar ja, dat kan nu niet. „Nee, zegt het stadsdeel, daarvoor moet je bij De Combinatie zijn. Die hebben een contract.”

We wilden alleen een onderkomen, zegt Rachid. „Om geld hebben we niet gevraagd.” Maar zonder onderkomen zouden de jongens op straat rondhangen? „Klopt.” En overlast veroorzaken? „Dat zou kunnen. Er zitten altijd een paar rotte appels tussen.”

Of dat geen chantage is? Rachid moet lachen. „Het zou heel zwak zijn van de politici als ze daarvoor zwichten. En als het wel zo is, zijn ze niet geschikt als politici.” Het gaat nu hartstikke goed, zegt hij. De jongeren hangen minder op straat en veel jongens voelen zich thuis in het tijdelijke onderkomen. Zelfs de straatcoaches voelen zich hier thuis, zegt Rachid. Hij grijnst. „Ze komen hier bijna elke avond tafelvoetbal spelen.”

Nu is het afwachten welke stichting de activiteiten gaat organiseren. Bevalt het ze niet, dan gaan de jongeren weer „in gesprek” met de stadsdeelvoorzitter.

    • Tom Kreling