Definitieve deelname aan JSF-testproject

Nederland gaat vanaf 2011 samen met de VS en Groot-Brittannië meedoen met het testen van de Joint Strike Fighter (JSF), de mogelijke opvolger van het F-16-gevechtsvliegtuig. Dat heeft het kabinet gisteren besloten.

Nederland gaat deelnemen aan de zogeheten Initiële Operationele Test en Evaluatie (IOT&E)-Fase van het JSF-programma, die loopt van 2011 tot 2013. In deze periode kunnen deelnemende landen vertrouwd raken met de JSF, en evalueren of het toestel aan hun operationele eisen voldoet. Het testen van de luchtwaardigheid van de JSF – onlangs omgedoopt tot F-35 Lightning II – door vliegtuigbouwer Lockheed Martin is al anderhalf jaar aan de gang.

Deelname aan de IOT&E-Fase betekent dat Nederland op termijn twee testvliegtuigen moet aanschaffen. Nederland heeft deze inmiddels besteld en voor het eerste vliegtuig een aanbetaling van 10 procent gedaan. Omdat de JSF nog niet op grote schaal wordt geproduceerd, zijn de testtoestellen zeer kostbaar. In totaal is in de Defensiebegroting voor de IOT&E-Fase een bedrag van 274,6 miljoen euro gereserveerd. In 2009 zullen de definitieve contracten worden ondertekend.

In een brief aan de Tweede Kamer benadrukt het ministerie van Defensie dat het besluit „geheel in lijn” is met het ‘coalitieakkoord’ van het kabinet. Daarin staat dat het definitieve besluit om de testvliegtuigen te kopen pas valt nadat de financiële onderbouwing van de JSF (de zogeheten ‘business case’) in 2008 opnieuw is doorgerekend. Vooral regeringspartij PvdA heeft reserves over de JSF.

De SP, VVD en GroenLinks bekritiseerden vandaag de sociaal-democraten, die nu definitief zouden ‘om’ zouden zijn.

PvdA-Kamerlid Eijsink zei echter nogal altijd „zeer kritisch” te zijn over het JSF-project.

In 2002 besloot Nederland 800 miljoen dollar te steken in de ontwikkeling van de JSF. De geschatte kosten voor de aanschaf van 85 toestellen (5,5 miljard euro) vallen circa 200 miljoen euro hoger uit, liet het kabinet gisteren weten.