De lezer schrijft over Fidel Castro en andere communisten

Het verbaast mij dat in de berichtgeving en het commentaar over Fidel Castro niet één keer is vermeld dat hij verantwoordelijk is voor tussen de 15.000 en 17.000 politieke moorden, de meeste in de beginjaren van de revolutie. Dat is 5 tot 6 maal zoveel als het aantal politieke moorden dat wordt toegeschreven aan Pinochet. (Bron: Zwartboek van het communisme, Stéphane Courtois e.a., de Arbeiderspers 1997)

R.E. du Pré

Hoorn NH

Als communist moet je over een olifantenhuid beschikken. Ook bij het lezen van NRC Handelsblad. Als ik de misvattingen en onzin over communisten en het communisme in deze krant zou willen rechtzetten, had ik een dagtaak. Ik laat het dus maar afketsen op mijn olifantenhuid. Maar dan lees ik in een commentaar over een Cypriotische communist: „Als het hem lukt om de impasse te doorbreken, is Europa hulp en dank verschuldigd aan een communist. Het idee alleen al is even wennen.” Dit wordt geschreven op 25 februari, de dag dat herdacht wordt dat in 1941 talloze Nederlandse communisten hun leven in de waagschaal stelden door met een staking te protesteren tegen de jodenvervolgingen. Uit het Geuzenliedboek citeer ik: „Wat men uit deze bitteren tijd/ Aan uur en dag vergeten mag:/ Nooit dezen onvolprezen dag,/ Toen ’t volk, dreiging en dood ten spijt,/ Terwille der gerechtigheid,/ Opstond voor het volk, dat onderlag.” NRC Handelsblad is het blijkbaar wel vergeten.

Chris Steijvers

Oude Pekela

De krant antwoordt

We hebben in de berichtgeving over het aftreden van Fidel Castro als president van Cuba ons vooral gericht op zijn opvolging. Wat zijn de verwachtingen van de Cubanen? Hoe heeft de machtsoverdracht tot nu plaatsgevonden? Hoe is de macht in Cuba verdeeld tussen partij, staat en leger? Bij het opmaken van de balans van Castro’s halve eeuw aan de macht, zouden we zeker op de politieke repressie onder zijn bewind moeten terugkomen.

Maar vooralsnog leek het ons in de berichtgeving te vroeg voor die balans, juist omdat de invloed van Castro met zijn officiële aftreden niet eindigt. Hij blijft partijleider en zijn broer Raúl zei afgelopen zondag nog hem „bij elke belangrijk besluit” te zullen raadplegen.

In het hoofdredactionele commentaar gingen we wel wat verder met het opmaken van de balans. Daar hadden cijfers over de slachtoffers van Castro’s regime best bij gekund, ze zijn niet bewust weggelaten. Maar ook zonder het noemen van die doden was het commentaar geen vriendelijk stuk, we noemden Castro ‘dictator’ en ‘potentaat’.

Overigens zijn de cijfers die de lezer aanhaalt onder historici niet onomstreden. De veel geciteerde en relatief betrouwbare organisatie Cuba Archive, documenteerde tot nu toe ruim negenduizend mensen die sinds 1959 stierven bij de strijd tegen Castro’s regime óf bij het verlaten van het eiland. Ongeveer 5.600 van hen stierven voor het vuurpeloton en nog eens 1.200 bij „buitengerechtelijke executies”.

Deze onderzoekers zeggen erbij dat hun archief verre van compleet is en dat het getal mogelijk met een factor 10 vermenigvuldigd moet worden. Zo zouden er alleen al tijdens het oversteken van de Straat van Florida naar hun schatting 78.000 mensen zijn verdronken of opgegeten door haaien.

Waarom schreven we dat het wennen zou zijn als een communist de impasse op Cyprus zou doorbreken? In de totstandkoming van de huidige EU hebben communistische partijen geen of nauwelijks een rol gespeeld. Ook bij het overwinnen van verdeelde steden en landen, hebben communistische partijen zich amper verdienstelijk gemaakt. Zie bijvoorbeeld de geschiedenis van Berlijn en Triëst. Maar Cyprus zou daarop de uitzondering kunnen worden. Het eiland is verdeeld geraakt na een mislukte staatsgreep door een handlanger van de militaire junta die toen (1974) in Griekenland aan de macht was en de daarop volgende Turkse interventie. Noch aan Griekse noch aan Turkse zijde hadden communisten hieraan part of deel. Wellicht dat de nieuwe president Christófias de impasse nu kan doorbreken. En dat is, gelet op de geschiedenis van de Koude Oorlog, even wennen. Daarmee wordt niets negatiefs bedoeld. Het is een feitelijke constatering met een vleugje ‘ironie der geschiedenis’.

Natuurlijk was ons bekend dat op de dag dat het commentaar in de krant verscheen de Februaristaking werd herdacht. Maar er is geen enkele relatie tussen de inhoud en toon van het commentaar en deze herdenking. De reden voor het commentaar was louter gelegen in de datum van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op Cyprus. Was die ronde een week later geweest, dan hadden we een week later gecommentarieerd.

Birgit Donker Hoofdredacteur

Reacties:

nrc.nl/lezerschrijft

Nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl

    • Birgit Donker