‘De Dialoog-bom is af’

Rachida Azough (33) is journalist en directeur van Kosmopolis. Deze week lanceerde ze het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog onder het motto ‘together forever’. „Een samenleving valt niet te ontbinden.”

Mijn oma, dat tanige woestijnvrouwtje is dood Foto Bas Czerwinski 29-02-2008, AMSTERDAM. RACHIDA AZOUGH. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Vrijdag 22 maart

Vlak voor middernacht gaat de bel. Mijn Brits bezoek is gearriveerd, dr James has arrived. Voor het eerst bij mij. En de timing kon niet slechter. Heb nog zo veel te doen, ben ver voorbij het eind van mijn Latijn, slaap al weken gemiddeld vijf uur per nacht, en ben arelaxed als de pest. Hij gaat heel even alles goed maken. Hoop ik.

Ben benieuwd of hij de zwerver in het minuscule tuinhuisje heeft ontdekt. In de winter spelen de kinderen er toch niet in, en er meldde zich een zwerver aan de poort met de vraag of hij er mocht overwinteren. Waarom ook niet, als hij de tuin tenminste niet misbruikt als urinoir, niet te veel drinkt, en geen geluidsoverlast veroorzaakt. Zelfs ex-krakers hebben tegenwoordig huisregels.

Vallen beiden als een blok in slaap.

Zaterdag

Ben eindelijk een dag vrij. Na het ontbijt op bed stuur ik hem naar John Everett Millais, ik vertrek naar mijn ouders, want ze spoken al bijna een week door mijn hoofd. Heb in alle drukte geen tijd gehad even bij ze langs te gaan terwijl ze deze week uit Marokko zijn gearriveerd na een wekenlang verblijf bij mijn zieke oma die kort voor hun terugreis overleed.

Mijn oma, dat tanige woestijnvrouwtje dat al bijna een eeuw de harde omstandigheden van de Anti-Atlas trotseert, dood. Sinds ze in haar slaap overleed, denk ik regelmatig terug aan onze gesprekken. Herinner me dat ze me bezwoer nooit Tide (waspoeder) te gebruiken om mijn haar te wassen. Ik moet twaalf zijn geweest en ik weet nog dat ik dacht: deze vrouw weet niet waar ik vandaan kom.

Met de metro rijd ik Rotterdam-Zuid binnen. Rijnhaven, Maashaven. De havens die tot mijn erfgoed behoren. Vader, moeder en ik praten over oma, een moeilijke maar bijzondere vrouw. Vlak voor ik mijn ouders verlaat belt De Journalist, het vakbondsblad van journalistiek Nederland. Of ik dinsdag de gastcolumn wil leveren. Er is vast iemand uitgevallen, het is een slecht betaald spoedklusje, met een groot afbrandrisico, want je weet hoe journalisten zijn.

Zaterdag

De dag begint met Balkenende. In de Volkskrant durft hij Wilders eindelijk van repliek te dienen. Jammer dat de taal die Wilders gebruikt zoveel beter aansluit bij het vocabulaire van een grote groep Nederlanders.

Nadat dr. James gister het Museumkwartier en de PC Hooft doorkruiste, wil hij wel eens de andere kant van mijn buurtje zien. We doen boodschappen op de Ten Katemarkt, eten een haring op de Kinkerstraat. Via een omweg lopen we door het Vondelpark de stad in. Bij de theaterboekwinkel aan het Leidseplein koop ik het libretto van ‘Die Entführung aus dem Serail’, een mooie uitgave.

Mijn logé zorgt voor me en kookt vanavond. Een bolognese, de echte. Onderwijl lees ik de krant uit. Of ik een decanteerset met filter heb? Tuurlijk niet, we gebruiken een koffiefilter. En jammer genoeg blijkt de Chateau Charmail Haut Médoc uit 1994 over zijn hoogtepunt heen.

We gaan naar Paradiso, waar de eerste Nederlandse editie van de International Dance Hall Queen Competition wordt gehouden. Uitverkocht. Verdorie. Ik meld me bij de zij-ingang en roep een paar namen van mensen met wie ik bij Paradiso samenwerk. De deur valt recht in mijn gezicht dicht, maar zwaait een minuut later weer open. We mogen naar binnen.

Dancehall, een moderne variant op reggae, beïnvloed door hiphop en calypso, ontstond in de jaren tachtig op Jamaica, maar de billendans heeft nu ook Nederland veroverd. Tegen drie uur komen eindelijk de Nederlandse Dancehall Queens tevoorschijn. Het was het wachten waard. Ze komen overal vandaan, van Suriname tot Nederland en van Chili tot Portugal. Er komt er zelfs eentje uit Marokko. Het publiek joelt. Ook het lesbische meisje naast me staat te genieten.

Zondag

Eenmaal opgestaan zie ik dat Rob Schröder heeft gebeld. Of ik langs wil komen om elf uur. Het is al even na elven. Schröder woont tussen de ramen in de rosse buurt achter de Spuistraat. Bij binnenkomst blijkt dat Rob tot vijf uur in de ochtend heeft doorgewerkt om het op tijd af te krijgen: de vierde aflevering van onze Dialoogbom. Hij installeert mij achter zijn computer en toont me het resultaat. De inhoud van deze compilatiefilm van het publieke debat van de afgelopen jaren is om te huilen, maar ik lach, want de film is goed.

Ik sms Stephan Pröpper, mijn steun en toeverlaat dezer dagen, dat de film af is: vanavond te zien op kosmopolis.tv. Ga voor de verandering eens vroeg slapen.

Maandag

We staan om zes uur op. Na een ontbijt met verse croissantjes uit de oven vertrekt dr. James naar Schiphol en ga ik aan het werk. De tijd vliegt, woensdag is de lancering. Ik heb een afspraak voor een interview met Trouw. Verder mail en bel ik de hele dag bijna non-stop, in de hoop meer media-aandacht te genereren voor onze aftrap. Vergeefse moeite blijkt, terwijl de hele dag door BN’ers wordt geneuzeld over de termen allochtoon en autochtoon. Voor gewone mensen lijkt geen plaats.

’s Avonds maakt kunstenares Jeanne van Heeswijk me blij met een mailtje. Ze heeft met haar collega’s van ‘Het Blauwe Huis’ gesproken en wil graag met Kosmopolis samenwerken aan een serie gesprekken op tv over de recente geschiedenis van Nederland. Ze is enthousiast en dat kan ook niet anders. Vorige week hadden we op kantoor een geanimeerd gesprek over het plan. Aan de hand van verschillende locaties in Nederland, denk aan een zwarte school in de Randstad, of een buurtje in Brabant, willen we betrokkenen laten vertellen over de ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar. Zodat we het verhaal kunnen horen van de mensen zelf, in hun eigen woorden.

Dinsdag

Geen zitplaats in de trein naar Rotterdam. Ik krabbel wat aantekeningen op mijn ochtendkrant, want vandaag moet ik de gastcolumn voor De Journalist inleveren. Eenmaal op kantoor bespreek ik met mijn zakelijk directeur de laatste ontwikkelingen en zodra mijn gasten zijn gearriveerd ga ik de trap af naar de vergaderzaal.

Vijf Duitse dames, merendeels directeuren van kunstinstellingen met expertise op het terrein van de interculturele dialoog. Ik vraag ze direct sinds wanneer de term intercultureel in Duitsland in zwang is. Het blijkt niet veel anders dan in Nederland, waar het woord intercultureel nog maar sinds enkele jaren de plaats heeft ingenomen van multicultureel. Ik leg de dames uit waarom wij het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog het motto ‘together forever’ meegeven. „Geloof niemand die zegt dat we moeten scheiden, omdat het zo slecht gaat, want wij zijn niet getrouwd. Een samenleving valt niet te ontbinden. We zullen het met elkaar moeten doen, want wij blijven altijd samen. Together forever. En dat hoeft niet onheilspellend te klinken.”

Om kwart voor drie moet ik bij BNR in Amsterdam zijn voor een interview door Harmke Pijpers.

Rij daarna naar huis. Heb drie opiniestukken liggen die zouden kunnen dienen als toespraak, maar besluit een actueel stuk te schrijven, want de overdaad aan nieuwsaandacht voor de boerkini maakt me boos. Krijg vlak voor middernacht nog een mailtje. Ik klik kickamigrant.com aan en gooi een paar Australische migranten in zee. Zeven om precies te zijn. Ik gebruik de ervaring in mijn toespraak.

Woensdag

De dag begint goed bij Goedemorgen Nederland. De kop op de voorpagina van de Telegraaf luidt ‘JIHAD TEGEN WILDERS’. Het is een bijzondere week. De week dat de film van Wilders af is, de week dat de KRO een tegenfilm wil(de) maken, de week dat het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog begint. Jammer genoeg is dat laatste niet opruiend genoeg voor de media. Of toch wel? Tot mijn grote verbazing zit Timmermans bij Goedemorgen Nederland. De staatssecretaris van Europese Zaken maakt veel goed. Het is dan een BN’er, maar deze man weet waarover hij spreekt. De lancering in ’t Paard van Troje verloopt voorspoedig. Dialoogbom slaat in en mijn strijdbare toespraak valt in goede aarde. Hoor dat er volgende week eindelijk een poging wordt gedaan om Kosmopolis Amsterdam op te richten. Hoop dat de gemeenteraad deze voortvarendheid zal belonen.

Donderdag 28 maart

Kon ik maar uitslapen. Maar nee, ik moet om acht uur de deur uit, want om half tien begint onze Kosmopolis-heidag in Utrecht. Met mijn laatste kracht zit ik de vergadering heel redelijk voor. Het is goed dat we er allemaal zijn. Elke stedelijke zusterorganisatie (Rotterdam, Utrecht en Den Haag) is met twee personen vertegenwoordigd en van Kosmopolis NL zijn naast de directie ook de specialisten communicatie en digitalisering aanwezig. We kunnen spijkers met koppen slaan, en dat doen we ook.