De auto van het jaar

Vorig jaar was het een halve eeuw geleden dat de Fiat 500 werd gelanceerd. De Cinquecento was een aantrekkelijk geproportioneerd stadsautootje dat net geen vijfhonderd kilo woog en werd aangedreven door een achterin geplaatste luchtgekoelde tweecilinder in lijn, die 13 paardekrachten leverde. De versnellingsbak was niet gesynchroniseerd zodat bij het terugschakelen steeds tussengas moest worden gegeven om geen erbarmelijk gekraak te produceren.

De Fiat 500 was een groot succes en werd bijna twintig jaar in grote aantallen en talloze varianten geproduceerd. Dat kwam omdat de Italianen in de naoorlogse welvaartsgroei net toe waren aan een extreem simpel en daarom goedkoop autootje. Zodoende begon voor veel Italianen het autotijdperk met de Cinquecento, die niet alleen bijzonder praktisch was, maar ook schattig om te zien.

De iconische status van de oorspronkelijke 500 was voor Fiat een goede aanleiding om vorig jaar op de markt te komen met een nieuwe 500, die werd beschreven als de Cinquecento voor de 21ste eeuw. Fiat zal daartoe vooral geïnspireerd zijn door het fenomenale succes van twee andere retro-auto’s, de Mini van BMW en de Nieuwe Kever van Volkswagen.

De retro-Fiat werd direct gekozen tot ‘Auto van het Jaar’ en in diverse autobladen beschreven als ‘onweerstaanbaar’. De nieuwe Cinquecento is zonder twijfel een aantrekkelijk autootje. Hij rijdt lekker en gemakkelijk, heeft een versnelling die uitnodigt tot regelmatig schakelen en biedt voorin ruimte aan twee ruim bemeten volwassenen. Bij 120 op de grote weg maakt hij net iets meer lawaai dan ik had verwacht, maar het is geen auto die regelmatig zal worden gebruikt voor lange ritten op hoge snelheid, dus misschien moeten we daar niet al te zwaar aan tillen.

Een ding is de nieuwe 500 zeker niet: het is geen Cinquecento voor de 21ste eeuw! Het is in feite, afgezien van de charmante vorm, een totaal andere auto dan zijn iconische voorganger. In de eerste plaats is de nieuwe 500 veel groter en zwaarder dan zijn veronderstelde voorbeeld, hij weegt bijna tweemaal zoveel. Gezien de moderne veiligheidseisen is dat onvermijdelijk. Verder is de nieuwe 500 constructietechnisch eigenlijk het tegendeel van zijn voorganger, met zijn dwarsgeplaatste watergekoelde viercilinder die de voorwielen aandrijft. De retro-Cinquecento kan geleverd worden in meer dan een half miljoen varianten. Die variaties betreffen voor het overgrote deel modieuze kleinigheden.

Daarmee zijn we gekomen aan de essentie van deze nieuwe Fiat. Geheel in overeenstemming met de eisen van de volwassen automarkt in West-Europa, is de nieuwe 500 in zekere zin een speelgoedauto, of zo men wil een ‘fashion statement’. Hij zal niet gekocht worden door gezinshoofden met bijeengeschraapt spaargeld, maar door modegevoeligen als tweede auto. Wie zijn hoofd erbij houdt, koopt een Fiat Panda, die is gebouwd op hetzelfde platform en biedt aanzienlijk meer ruimte voor minder geld.

Wie werkelijk op zoek is naar een reïncarnatie van het geniale ontwerp van Dante Giacosa uit 1957 moet naar India, waar voor 1.700 euro een Tata Nano kan worden aangeschaft. Die Nano heeft op de Indiase automarkt precies dezelfde functie als de 500 een halve eeuw geleden in Italië: extreem simpel en goedkoop vierwielig transport.

    • Maarten van Rossem