Dadaïst Morozevitsj

Ik bestudeerde laatst de Franse opening en dan ligt het voor de hand om te kijken hoe Alexander Morozevitsj dat speelt, want hij is de sterkste schaker die regelmatig het Frans toepast.

In het algemeen is het heel nuttig om te zien hoe de topspelers een bepaalde opening behandelen. Niet dat je het daarna zelf ook zo kunt, maar je krijgt meestal wel een goede indruk welke systemen betrouwbaar zijn en welke strategieën je moet toepassen.

Bij Morozevitsj werkt dat niet, want hij is onnavolgbaar. Zijn stelling lijkt een chaos, op de een of andere manier komt alles op zijn pootjes terecht, maar er is geen touw aan vast te knopen en het blijft een raadsel wat er in zijn hoofd is omgegaan.

Ik moest denken aan een opmerking die Kasparov eens maakte over een verschil tussen hem en Karpov. Hij zei dat andere schakers konden proberen om zijn methodes na te volgen, maar dat het bij Karpov anders lag. Diens stijl was zo persoonlijk dat anderen er niets aan hadden. Voor Morozevitsj geldt dat nog sterker.

In 1959 begon Bent Larsen in het Hoogoventoernooi een partij tegen Fridrik Olafsson met de zetten 1.g3 e5 2.Lg2 d5 3.b4. De Nederlandse meester Carel van den Berg kwam na die laatste vreemde zet op hem af en zei: „Prachtig! Het eerste voorbeeld van dadaïsme in het schaken.”'

Van wat toen nog dadaïsme genoemd zou worden, kijken we tegenwoordig minder vreemd op. Zetten die er op het eerste gezicht raar uit zien, zijn in allerlei openingen gewoon geworden. Toch blijft Morozevitsj ook volgens de moderne losse normen wonderbaarlijk.

Kort geleden zei hij in een interview in een Russische sportkrant dat hij niet mee zou doen aan de serie Grand Prix toernooien die de FIDE onlangs heeft aangekondigd. Die toernooien zijn een deel van een ingewikkeld en hier niet uit te leggen systeem om een uitdager aan te wijzen voor een match om het wereldkampioenschap die in 2011 moet plaatsvinden. Voor Morozevitsj is die lange weg te ingewikkeld, hij heeft er geen zin in.

Het is begrijpelijk, maar ook jammer, want we zien hem te weinig. Dit jaar heeft hij nog geen partij gespeeld.

Over de partij die hier volgt, uit het landenkampioenschap op Kreta in 2007, heb ik vorig jaar al iets geschreven, toen ik Peter Svidler citeerde, die van bewondering bijna achterover viel.

De partij werd later in New in Chess besproken door Alexei Koezmin, de coach van Morozevitsj. Koezmin heeft het niet over dadaïsme, maar wel over Chagall-achtig primitivisme, straatvoetbal en het soort schaak dat je op ruwe bankjes in het park gespeeld ziet. Dit alles natuurlijk met groot ontzag.

Alexander Morozevitsj - Vladimir Akopian, Kreta 2007

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. Dc2 d5 5. a3 Lxc3+ 6. Dxc3 c5 7. dxc5 d4 8. Dg3 0-0 9. Lh6 Pe8 In deze stelling waren door andere spelers normale zetten als 10. e3 en 10. 0-0-0 gedaan. 10. h4 Wat moet dat precies? Morozevitsj gooit in allerlei stellingen zijn h-pion graag naar voren. 10...Pd7 11. h5 Dc7 Tegen de dreiging 12. Lxg7 Pxg7 13. h6. 12. Th3 Deze zet wordt door Koezmin als Chagall-achtig primitivisme getypeerd. 12...f5 13. Dxc7 Net als je denkt dat je hem een beetje begrijpt, blijkt het anders te zitten. Wits laatste drie zetten leken bedoeld om nu 13. Lxg7 te doen, maar daar zou na 13...f4 14. Dg4 Pxg7 15. h6 Pxc5 geen voordeel voor wit uitkomen. 13...Pxc7 14. Lg5 e5 De Armeniërs vonden achteraf dat zwart na 14...Te8 in een ingewikkelde stelling goede kansen zou hebben. 15. Le7 Te8 16. Ld6 Pe6 17. Td1 Pexc5 Wit heeft van alles gedaan dat volgens de leerboekjes niet mag. Hij heeft zwart een op het eerste gezicht sterk centrum gegeven en zijn eigen loper en paard op de koningsvleugel zijn nog onontwikkeld. 18. f4

Maar nu blijkt ook zwart problemen te hebben. Zijn centrum wordt ondermijnd. 18...exf4 19. Pf3 d3 20. h6 Vooral om veld g5 voor zijn paard te veroveren. 20...g6 21. Pg5 Pe4 Volgens Koezmin had zwart hier 21...b6 22. Lxf4 La6 moeten doen, met goed tegenspel. 22. Lxf4 dxe2 Akopian was al in tijdnood. Zijn laatste zet maakt het wit te makkelijk. Beter was 22...Pe5. 23. Lxe2 Wits stukken, die er een paar zetten eerder nog raar bij stonden, staan nu als door een wonder heel goed en hij heeft duidelijk voordeel. In het vervolg gaat het door Akopians tijdnood sneller mis met hem dan nodig was. 23...Pxg5 24. Lxg5 Pc5 25. Te3 Pe4 26. Lf3 Kf7 27. Lh4 Le6 28. Td4 Tac8 29. b3 a5 30. Lxe4 fxe4 31. a4 Lf5 32. Td5 b6 33. Td6 Tb8 34. Kd2 Tb7 35. Kc3 Te6 36. Td8 g5 37. Lxg5 Tg6 38. Tg3 e3 39. Td5 Le6 40. Tf3+ Zwart gaf op.

    • Hans Ree