‘Casanova en ik, we hadden allebei geen moeder’

Carice van Houten en Pierre Bokma stonden nooit eerder samen op het toneel. De gravin van Parma wilden ze per se met elkaar spelen. Zij leert lef van hem, hij onbevangenheid van haar.

Carice van Houten en Pierre Bokma in ‘De gravin van Parma’. Impresariaat Wallis De Gravin van Parma naar de roman van S‡ndor M‡rai | met Pierre Bokma, Carice van Houten, ÊRudolf Lucieer, Genio de Groot, Chiara Tissen en Hannke Last regie Ursul de Geer | vertaling Margreeth Schopenhauer |toneelbewerking Ursul de Geer vormgeving AndrŽ Joosten |licht Uri Rapaport | kostuums Dorien de Jonge Ê Duin, Ben van

Een try-out in Emmeloord, woensdagavond. De grote zaal zit vol, muisstil luistert het publiek naar Pierre Bokma, die Casanova speelt. In zijn ondergoed, slechts gekleed door een dekbed dat als een koningsmantel om zijn schouders hangt, houdt de legendarische avonturier een tirade. Tegen een paar vrouwen die hem door het sleutelgat beloeren valt hij sarcastisch uit: „Wat voert de dames, als ik vragen mag, naar de vluchteling, de banneling, de uitgestotene? Wat hadden de schoonheden van Bolzano zoal in hun hoofd?”

Het zijn zinnen uit een roman van Sándor Márai, op elegante wijze voor het toneel bewerkt door Ursul de Geer. De gravin van Parma uit 1940 gaat over de dagen na Casanova’s waar gebeurde ontsnapping uit de gevangenis, in 1756 – en over zijn waarschijnlijk fictieve ontmoeting met de enige ware liefde uit zijn leven. Francesca, de gravin van Parma, bezoekt hem in Bolzano in zijn hotelkamer. Daar probeert Casanova haar van haar liefde voor hem af te helpen. Omdat dat beter voor haar is, zegt hij. Omdat hij te laf is om van haar te houden, zegt zij.

Carice van Houten speelt de gravin. Als man verkleed komt zij op, voor het kolossale bed dat het decor vormt. Maar tot een vrijpartij op het geurende linnen komt het niet; ondanks Casanova’s vrijgevochtenheid op seksueel gebied blijft De gravin van Parma een kuise voorstelling. Een voorstelling, volgens Pierre Bokma, over „de onmogelijkheid van de liefde”.

Een dag na die try-out in Emmeloord zitten Bokma en Van Houten in een Amsterdams café. Ze hebben haast, want om half drie komt het busje dat hen naar de volgende try-out zal brengen, in Kampen, en tijdens het vluchtige middageten past Bokma ook nog eens op zijn naar het café meegebrachte zoontje. „De onmogelijkheid, ja”, knikt Pierre Bokma stellig. „Want hoe gaat dat? Of je laat je geliefde al snel in de steek of je blijft bij haar terwijl de liefde verkwijnt.”

In Casanova herkent Bokma dingen van zichzelf, en dan vooral „het ruïneuze spoor dat de liefde achterlaat”. Net als zijn personage lijdt hij aan bindingsangst, „omdat we geen moeder hadden.” Pierre Bokma groeide in pleeggezinnen op; Giacomo Casanova, een toneelspelerskind, moest op zijn achtste naar een internaat. „Een kind zonder moeder, dat komt nooit meer goed”, zegt Bokma terwijl hij zijn arm beschermend om zijn zoon heen slaat.

„En zij maar hopen dat ze hem kan veranderen”, moppert Van Houten over de gravin. „Naïef van haar, hoor! Francesca stelt zich serieus een mooie oude dag samen met Casanova voor: ‘ik zal je trouwe bondgenoot zijn, tot in de dood’, zegt ze. Haar overgave vind ik ook wel mooi.”

Pierre Bokma en Carice van Houten speelden nooit eerder samen. „Op de set van de jeugdfilm Minoes liepen we elkaar steeds mis.”

Hij is 52, zij is 31 en bij elkaar wonnen ze vier Gouden Kalveren. Bokma haalde laatst in New York nog een Emmy Award op, Van Houten speelde naast Hollywoodsterren als Jude Law en Tom Cruise.

En nu dus Kampen en Emmeloord. Ze kijken er niet op neer. Van Houten piekert zich suf over de vorige avond: „Het was niet goed en dat is mijn schuld. Ik heb slecht gespeeld.” Het moeilijkste van haar rol is dat ze zo laat pas op moet. „Daarvóór zit ik in de kleedkamer waar ik de voorstelling alleen maar via de speakers volg. Ik kan niet lekker warmdraaien en heb meteen een hele lange tekst.” Bokma: „En ’t is geen spreektaal, hè. Márai’s zinnen zijn prachtig maar ook een beetje plechtig. Het duurt even voordat je die taal beheerst.”

Maar het is een genot om Casanova te spelen. „Hij lijkt op een faun, net als ik. Een faun is nu eens zoet en dan weer heel gemeen. Casanova verandert voortdurend van stemming. Zijn grilligheid, zijn thuisloosheid, zijn rebellie en ook zijn ijdelheid maken hem gecompliceerd. Goed aan hem vind ik dat hij echt iets ziet in de vrouwen die hij verleidt. Zijn complimenten komen recht uit het hart.”

De echte historische Casanova eindigde als een ongelukkig en eenzaam man. Dat lot wacht ook de Casanova in de voorstelling. „Zijn hele leven hunkert hij naar volmaakte harmonie met een vrouw, naar een zielsverwant. Die vindt hij in Francesca. Dat hij toch zonder haar verder gaat, dat is zijn tragiek.”

Zielsverwanten – ook Pierre Bokma en Carice van Houten zijn dat, op een bepaalde manier. Ze wilden dit stuk per se met elkaar spelen en niet met iemand anders. Wat Carice van Houten van Pierre Bokma leert? „Lef. Veel uitproberen tijdens de repetities. Op je bek durven gaan.” Bokma op zijn beurt kreeg door Van Houten „een zekere jeugdige onbevangenheid” terug. „Door al je kennis en ervaring bouw je een Afsluitdijk op, die tussen je spel en je gevoelens in komt te staan. Een dijkdoorbraak kan dan geen kwaad.”

‘De gravin van Parma’ toert t/m 28 juni door het land. Inlichtingen: www.impresariaatwallis.nl, 020-6750966.

    • Anneriek de Jong