Amerikaanse inflatie – Made in China

De stijging met 13 procent van het minimumloon in de Chinese provincie Guangdong is een onwelkome voorbode van toekomstige problemen. Citigroup verwacht dat de minimumlonen in China dit jaar gemiddeld met 21 procent zullen stijgen. Zo’n sprong zal waarschijnlijk het mondiale inflatiepeil beïnvloeden, omdat het een weerspiegeling is van de totale Chinese salarisdruk. Tientallen jaren lang zijn goedkoop geproduceerde fabrieksgoederen uit China een belangrijke inflatieverminderende factor geweest. Nu duwen Chinese prijsstijgingen de mondiale ontwikkelingen in de tegenovergestelde richting.

De kostenstijging in dollars van de Chinese toegevoegde waarde van een product zou moeten bestaan uit de gestegen loonkosten, minus de verbetering van de arbeidsproductiviteit, plus de gestegen kosten van andere factoren dan de lonen (stroom, vastgoed, energie, en dergelijke) plus de waardestijging van de yuan ten opzichte van de dollar.

Zelfs in China is het onwaarschijnlijk dat de arbeidsproductiviteit in een willekeurige fabriek sneller zal groeien dan 10 procent per jaar. Als de lonen dus met 21 procent stijgen, neemt de looncomponent van de productiekosten met 11 procent toe. Na middeling met de huidige Chinese prijsinflatie van 7 procent voor kosten anders dan salarissen, levert dat een yuan-gedomineerde inflatie van 9 procent op voor de Chinese toegevoegde waarde. Dat is een inflatie van 18 procent in dollartermen, ervan uitgaande dat de waarde van de yuan ten opzichte van de Amerikaanse munt dit jaar, net als vorig jaar, met 9 procent zal stijgen.

In het verleden kon deze inflatie worden verzacht door productie verder naar het Chinese binnenland te verplaatsen, maar nu de minimumlonen daar met wel 50 procent zijn gestegen – zelfs in Tibet – komt het einde van deze race wellicht in zicht. Het verplaatsen van de productie naar het nog goedkopere Vietnam werkt ook niet. De prijsinflatie bedroeg daar in de twaalf maanden tot februari 15,7 procent, en de koers van de Vietnamese dong is enigszins gestegen ten opzichte van die van de dollar.

Omdat China 16 procent van alle Amerikaanse importen voor zijn rekening neemt, zal een stijging van 18 procent in de dollarkosten van Chinese goederen zo’n 2,9 procent toevoegen aan de jaarlijkse Amerikaanse importprijsinflatie. Het grootste deel daarvan heeft betrekking op ‘kern’-sectoren, exclusief energie en voedsel.

De Amerikaanse importprijzen waren de afgelopen maand al 13,7 procent hoger dan vorig jaar januari. In het licht daarvan moeten China-opponenten als Senator Chuck Schumer (een Democraat uit New York) hun koers verleggen en de Chinezen onder druk zetten om te bezuinigen en de yuan laag te houden.

    • Martin Hutchinson