‘Ajax en PSV zijn geen normale bedrijven’

UEFA-voorzitter Michel Platini pleit voor een uitzonderingspositie voor voetbal van Europese regels. „Ik wil dat jonge spelers hun eerste contract verplicht uitdienen.”

Volgens Michel Platini is de reden voor de crisis bij Ajax dat talenten te vroeg worden verkocht: „Dat moet stoppen en daarvoor ga ik vechten in Brussel.” Foto AFP UEFA President Michel Platini speaks to journalists at Klagenfurt’s Worthersee Stadium 01 October 2007. Platini is on a 3-day tour to visit all the stadions for the EURO 2008 in Austria and Switzerland. AFP PHOTO / SAMUEL KUBANI AFP

Een jaar is de Franse oud-topvoetballer Michel Platini nu voorzitter van de Europese voetbalunie UEFA. In korte tijd heeft hij veel van zijn doelstellingen gerealiseerd. Zo is de langlopende ruzie tussen clubs en voetbalbonden over de vergoedingen voor het afstaan van internationals gesust. En krijgen ‘kleine’ voetballanden vanaf 2009 vijf vertegenwoordigers in de lucratieve Champions League, ten koste van de grote landen. Maar Platini (52) staat nog voor een erg netelig conflict: de strijd met de bestuurders van Europa in Brussel.

Platini pleit sinds afgelopen zomer voor een uitzonderingspositie van voetbal – en van sport in het algemeen – ten opzichte van Europese regels. Sport, vindt hij, moet niet worden beoordeeld aan de hand van interne marktwetten van de Europese Unie. Sport heeft volgens Platini namelijk specifieke eigenschappen, waardoor bijvoorbeeld voetbalclubs verschillen van normale bedrijven. Normale bedrijven, is het argument van de UEFA, zullen altijd strijden om elkaar de markt uit te vechten. „Maar Ajax en PSV hebben elkaar ook volgend seizoen nodig”, zegt hij grijnzend.

Tijdens de drie jaar die Platini nog voor de boeg heeft als UEFA-voorzitter gaat hij „heel hard” vechten om de uitzonderingspositie voor sport te realiseren, belooft de drievoudig (1983, ’84 en ’85) Europees voetballer van het jaar in het hoofdkantoor van de UEFA in het Zwitserse Nyon. „De specifieke eigenschappen van sport zijn erkend in het nieuwe EU-verdrag. Dat was een belangrijke stap”, meent Platini. Hij hoopt die specifieke eigenschappen in de toekomst uit te werken, om bijvoorbeeld de regel in te voeren dat jonge voetballers hun eerste profcontract moeten uitdienen. „Ik denk dat daar ruimte voor is.”

Platini is bereid concessies te doen. Hij legt zich er bij neer dat het door hem gesteunde ‘6+5-voorstel’ van de voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA, Sepp Blatter, er niet komt. Deze regel zou bepalen dat een Nederlandse club iedere wedstrijd zes spelers met een Nederlands paspoort moet opstellen. „Ik ben het helemaal met Blatter eens, maar ik kan niet vechten tegen het vrij verkeer van personen, de eerste wet van de Europese Unie”, zegt de UEFA-baas. Het liefst ziet hij Nederlandse clubs voetballen met Nederlandse spelers. „Voetbal maakt zo veel emoties los doordat het deel uitmaakt van de identiteit van een stad, een regio, een land.”

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, noemde het voorstel van Blatter vorige week opnieuw discriminerend en daarom illegaal. De 6+5-regel is gebaseerd op de nationaliteit van voetballers en dat mag niet van Brussel. Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen inwoners van de EU, en dus ook niet tussen voetballers uit de lidstaten.

„We staan niet boven de wet”, realiseert Platini zich. Hij refereert aan het Bosman-arrest. „De UEFA verloor in 1995 de zaak-Bosman en dat zette het hele voetbal op z’n kop.” Toen oordeelden rechters dat voetballers normale werknemers zijn en dat clubs geen transfersommen mogen vragen nadat het contract van een speler is afgelopen. Dat was in strijd met het Europese principe van vrij personenverkeer. Ook maakte het Hof een einde aan de restricties voor clubs bij het aantrekken van voetballers uit andere EU-landen.

Recent liep er opnieuw een rechtszaak tegen de FIFA en de UEFA bij het Europees Hof van Justitie. Een middenvelder van de Belgische voetbalclub Charleroi, Abdelmajid Oulmers, raakte in november 2004 zwaar geblesseerd in een wedstrijd van het Marokkaanse nationale team. Charleroi eiste een schadevergoeding van de FIFA, de organisator van internationale duels. De club werd gesteund door de G-14, de belangenorganisatie van Europese topclubs. Vergelijkbare zaken waren aangespannen door Olympique Lyon en Atlético Madrid. Daar bogen nationale rechtbanken zich echter nog over.

Platini kwam een maand geleden tot een akkoord met de G-14 en de wereldvoetbalbond FIFA over de vergoedingen voor het afstaan van spelers aan nationale teams. Ook kregen de clubs een rol in het samenstellen van de speelkalender en delen zij voortaan in de opbrengst van een EK of WK. „Ik begreep de bezwaren van de G-14. Ik was zelf voetballer, international en trainer”, legt hij uit. Hij noemt de eisen van de clubs, die als tegenprestatie alle rechtszaken introkken, gegrond. De G-14 gaat nu op in een nieuw UEFA-orgaan, de European Club Association.

Het akkoord met de G-14 verandert echter niets aan de huidige situatie, waarin conflicten in de sportwereld voor het Europees Hof van Justitie kunnen worden uitgevochten. En dat, vindt de UEFA, zorgt voor onzekerheid. Platini won onder andere het Nederlandse kabinet voor zich. Staatssecretaris Jet Bussemaker (Sport, PvdA) riep met haar Franse collega Bernard Laporte de andere EU-lidstaten op sport juridische zekerheid te bieden. Bussemaker wil dat de Europese Commissie duidelijk maakt welke aspecten van sport onder Europese regelgeving vallen, en welke niet.

De Europese Commissie ziet hier vooralsnog niet veel in. Het Brusselse beleidsstandpunt luidt dat sport zelfbestuur wordt gegund, maar dat er niet getornd mag worden aan Europese regelgeving. Het Europees Hof van Justitie, vindt de Commissie, heeft het laatste woord. Als tegenzet richtte Platini in zijn eerste jaar een ‘strategische commissie’ op. Dit is een adviesgroep met vertegenwoordigers van clubs, spelers, nationale competities en de UEFA. „We moeten problemen binnen de voetbalfamilie oplossen, en niet in de rechtszaal”, vindt Platini. „En we moeten, in het belang van het voetbal, eensgezind optreden. Anders grijpen de politici in.”

Die Europese bestuurders gaven wel goedkeuring aan de verplichting voor clubs om meer zelf opgeleide spelers in hun selecties op te nemen. Vanaf komend seizoen moeten voor internationale wedstrijden zelfs acht spelers in de selectie van 25 spelers door de club zelf zijn opgeleid. Het verschil van deze ‘homegrown rule’ met het 6+5-plan is dat dit voorstel geen onderscheid maakt op basis van nationaliteit. Iedere speler die tussen zijn vijftiende en 21ste drie jaar bij een club speelt, geldt als zelf opgeleid.

Een effect van de regel is dat rijke clubs uit grote competities steeds jongere spelers aantrekken. De jeugdopleidingen van Ajax, Feyenoord en PSV zagen afgelopen seizoen talenten vertrekken naar bijvoorbeeld Liverpool en Chelsea.

Platini verafschuwt deze ontwikkeling en zint op maatregelen. „Ik denk aan een verbod op internationale transfers voor minderjarige spelers. En het eerste contract dat spelers tekenen, bij de club die hen opleidde, zou verplicht uitgediend moeten worden.” Hij hoopt op permissie van de Europese Commissie, bijvoorbeeld in de vorm van de uitzonderingspositie.

De voormalige topvoetballer brengt de identiteit van voetbalclubs weer ter sprake en noemt Liverpool, een voorbeeld van een club die met veel buitenlanders speelt. „Die club heeft geen Engelse coach, geen Engelse eigenaar. Waarom spelen ze nog in Engeland?”

Als UEFA-voorzitter heeft Platini ondervonden dat hij niets tegen buitenlandse overnames kan doen, behalve waarschuwen. „Ik heb aan de Franse minister van Sport gevraagd om een wet in te voeren die de overname van een voetbalclub door een buitenlandse investeerder verbiedt.” Het antwoord was dat dat niet kon.

Platini zegt niet per se tegen de invloed van geld op voetbal te zijn. „Maar geld moet niet alles bepalen.” Hij geeft een voorbeeld: „Stel dat de buitenlandse eigenaren van voetbalclubs besluiten om net als in de Verenigde Staten een gesloten competitie op te richten, zonder promotie- of degradatieregeling.” Clubeigenaren zijn dan altijd verzekerd van inkomsten. „Maar zo’n competitie haalt wel het voetbal zoals wij dat kennen onderuit.”

Toch wordt ook de UEFA regelmatig beschuldigd van het in stand houden van de invloed van geld op voetbal, met het miljoenenbal van de Champions League. Platini vindt dat onjuist. „Door de centrale verkoop van tv-rechten van de Champions League ontstaat juist een matigend effect. De UEFA verdeelt de opbrengst. Als clubs hun rechten individueel verkopen zouden de verschillen veel groter zijn.” Deze gezamenlijke verkoop van tv-rechten zou overigens een toekomstig doelwit kunnen zijn van de Europese Commissie. Want het maakt concurrentie onmogelijk.

Dat Nederlandse clubs geen kans meer zouden maken op succes in de Champions League, komt volgens Platini niet door de ongelijke verdeling van tv-rechten. Clubs als Real Madrid of Bayern München krijgen meer geld uit de pot van de Champions League, omdat hun thuismarkt groter is. De reden voor de crisis bij Ajax is volgens Platini dat de talenten van de club te vroeg worden verkocht. „Dat moet stoppen en daarvoor ga ik vechten in Brussel.”

Op een ander gebied is de UEFA afgelopen jaar juist begonnen met een samenwerking met de bestuurders van de Europese Unie. Platini zegt eurocommissaris Frattini (Justitie) te hebben overtuigd dat Europa moet samenwerken om supportersgeweld, racisme en illegale geldstromen in het voetbal aan te pakken. „Ik kan de Feyenoordsupporters die Nancy verbouwen niet tegenhouden. Maar ik kan de mensen die juridische macht hebben wel overtuigen actie te ondernemen.”

Tijdens het EK in Oostenrijk en Zwitserland gaan politiekorpsen uit verschillende EU-landen samenwerken. De Europese Commissie heeft toegezegd de training van die agenten te betalen. Daarnaast heeft de UEFA het doel om een Europese organisatie op te richten die ingrijpen in de sportwereld coördineert.

In het realiseren van zijn doelen noemt Platini zichzelf ‘pragmatisch, doelgericht’. „Dat moet wel als je drie keer topscorer in Italiëbent geweest. De rechte lijn naar het doel is altijd de beste.” Hij zegt dat zijn missie belangrijk is voor de hele sportwereld. „Rugby heeft dezelfde problemen. Jonge Franse rugbyers worden verdrongen door spelers uit Tonga.”