Achteruitgang thuishulp kan niet hard gemaakt worden

Het commentaar over de thuiszorg (of beter de huishoudelijke hulp) van 18 februari slaat de plank in vele opzichten volledig mis. De redactie laat zich kennelijk meer leiden door de stemmingmakerij van het spotje van de SP dan door feiten waarover nota bene deze krant een paar dagen eerder een zeer helder beeld gaf. Het onderzoek van de stichting Cliënt en Kwaliteit onder maar liefst 3.500 WMO-cliënten liet immers een grote mate van tevredenheid zien.

Er is helemaal geen sprake van een uitvoering die op veel plaatsen misliep en evenmin is het dreigende massaontslag van thuishulpen tot nu toe realiteit geworden. Ook alle beelden over de wijze waarop gemeenten bij de aanbesteding te werk zijn gegaan zijn volstrekt uit de lucht gegrepen. De gesuggereerde achteruitgang kan kortom niet hard gemaakt worden.

Evenmin kan ervan uitgegaan worden dat de maatregel die het kabinet nu als voornemen tot wetswijziging heeft afgekondigd wel een adequate en uitvoerbare oplossing biedt voor deze vermeende problemen. De bekostiging van huishoudelijke hulp in de AWBZ leidde tot veel ondoelmatigheid, zoveel is nu wel duidelijk. Dit soort verspilling van schaarse publieke middelen en menskracht kunnen we ons in een tijd van vergrijzing niet veroorloven.

Zolang de zorg voor ouderen en mensen met een beperking niet aantoonbaar tekortschiet dient elke maatregel van bovenaf die leidt tot hogere kosten, met argusogen te worden beschouwd in plaats van voetstoots begroet.

De overheid moet een duidelijke keuze maken om het gemeentelijke takenpakket voor mensen met een beperking verder uit te breiden met onderdelen uit de AWBZ zoals de ondersteunende begeleiding. De succesvolle overheveling van de huishoudelijke hulp geeft daar alle aanleiding toe.