Wij moeten weer van elkaar gaan houden

De rivaliserende partijen in Kenia hebben gisteren een akkoord gesloten over de verdeling van de macht.

Dit was alleen mogelijk na zware internationale druk.

Zelden heeft een crisis in Afrika zoveel internationale aandacht getrokken en die buitenlandse druk heeft in belangrijke mate bijgedragen aan het gisteren gesloten politieke akkoord. „Zonder Kofi Annan verkeerde ons land al in een burgeroorlog”, verzuchtte menig Keniaan de afgelopen tijd.

Opiniepeilingen, Westerse en Afrikaanse diplomaten en columnisten van de kranten waren het er al weken over eens: alleen een machtsdeling door de rivalen Mwai Kibaki en Raila Odinga kon een einde aan de crisis maken. Kibaki en een groep hardliners rond hem bleven echter hun poot stijf houden: alleen op hún voorwaarden mocht Odinga aan de regering deelnemen. Odinga zou als premier geen werkelijke macht mogen krijgen en Kibaki moest de bevoegdheid behouden om hem te ontslaan.

De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere Westerse landen begonnen te dreigen. De dwarsliggers bij het overleg zouden gestraft worden met sancties, een visa-verbod en bevriezingen van bankrekeningen. Toen begin deze week Annan de besprekingen opschortte „omdat de partijen niet tot een akkoord konden komen”, zagen de hardliners de bui hangen. Het kamp van Kibaki zou de schuld gaan krijgen van de mislukte besprekingen. Twee dagen intensief overleg tussen Annan en Kibaki haalde het regeringskamp vervolgens over de streep.

De president deed de concessie om Odinga als premier werkelijke invloed te geven. Hij kan de premier niet ontslaan. Dat kan alleen het parlement, waar Odinga’s partij een meerderheid heeft. De posten in het kabinet worden op fifty fifty basis verdeeld. Een andere concessie is dat op korte termijn het parlement de grondwet wijzigt om de nieuwe regeringsstructuur mogelijk te maken.

Odinga maakte gisteren in zijn rede na de ondertekening verzoenende opmerkingen. Voor het eerst en met nadruk sprak hij Kibaki aan als „president” en niet meer als mijnheer Kibaki. „Wij Kenianen moeten weer van elkaar gaan houden en we moeten het monster van etniciteit vermoorden”, zei Raila. Het geweld na de omstreden verkiezingen nam snel een tribaal karakter aan, waarbij aanvankelijk de Kikuyu’s van Kibaki slachtoffer werden maar later ook stammen die op de oppositie hadden gestemd.

Het Westen was begin vorig jaar extreem optimistisch over de groeiende stabiliteit en democratisering in Afrika. De grootste tegenslag bezorgden de evident vervalste verkiezingen in Nigeria, waarbij Umaru Yar’Adua tot president werd uitgeroepen. Het Westen protesteerde maar ondernam geen actie tegen de oliegigant Nigeria. Kibaki vermoedde dat zijn geknoei met de uitslag evenmin tot grote protesten en boycots zou leiden.

De democratie, of in ieder geval de vrije verkiezingen, zijn in Nigeria om zeep geholpen. Of de onverwachtte druk op Kibaki de democratie in Kenia heeft gered is nog onzeker. Door de grote coalitie bestaat er nauwelijks meer een oppositie in het Keniaanse parlement. Die rol is nu weggelegd voor de media en de niet-gouvernementele actiegroepen. Tijdens het geweld van de afgelopen weken werd naar hun stemmen echter nauwelijks geluisterd en journalisten en gematigde politici ontvingen dreigbrieven en sommigen ontvluchtten het land, zoals de Nobelprijswinnaar Wangari Maathai. Journalisten voelen zich ook door de regering bedreigd: de minister van Informatie kondigde tot hun ergernis vorige week aan het functioneren van de media tijdens de crisis te gaan onderzoeken.

Een andere kanttekening die bij het compromis kan worden geplaatst is dat Kibaki, ondanks zijn concessies, wél gewoon president blijft. Volgens onafhankelijke waarnemers verliepen de verkiezingen allesbehalve eerlijk. Het is niet zeker of Kibaki persoonlijk de hand had in de onregelmatigheden, maar net als in Nigeria is in ieder geval het beeld ontstaan dat frauderen een manier is waarmee je president kunt worden of blijven.

Het geweld van de afgelopen weken was voor de Kenianen extra angstaanjagend omdat de politieke hoofdrolspelers de controle waren kwijtgeraakt. Overal uit het land komen berichten over training en bewapening van milities. Het geweld vond plaats met pijlen, messen en machetes, mede daarom zijn er ‘maar’ 1.500 doden gevallen. Geruchten over aankoop van wapens in buurlanden deed de Kenianen vrezen dat de volgende ronde van geweld met zwaardere wapens zou worden uitgevochten.

Een akkoord van de politieke elite betekent niet automatisch dat de gemoederen zullen bedaren. De jeugd die zich buitengesloten voelt, het ongelijke grondbezit en de gigantische kloof tussen arm en rijk vallen minder makkelijk op te lossen dan een ruzie tussen rijke politici. De eerste zinnen van het akkoord gisteren luiden: „De crisis veroorzaakt door de presidentsverkiezingen heeft dieperliggende en lang bestaande geschillen aan de oppervlakte gebracht. Als deze niet worden opgelost kunnen ze het bestaan van Kenia als een eenheidsnatie in gevaar brengen.” Daarom gaan vandaag de besprekingen onder aanvoering van Annan voort.

Tekst van het akkoord en meer achtergronden over de crisis in Kenia: nrc.nl/kenia