Weerloos tussen woede en verdriet

Tijdens het proces tegen de moordenaar van Louis Sévèke zat schrijver A.F.Th. van der Heijden in de zaal. „Eigenlijk is het beter om nooit de direct betrokkenen te spreken.”

‘In dezelfde ruimte verkeren met iemand die waarschijnlijk een moord heeft begaan, is meer dan ik aankan.” Toch zit hij er. Schrijver A. F. Th. van der Heijden maakt driftig aantekeningen op de eerste dag van het proces tegen Marcel T., de moordenaar van Louis Sévèke, vorige week donderdag.

Hij kijkt nauwelijks om zich heen en concentreert zich op de heren en de dame van het hof en de lichaamstaal van de dader. „Ik heb vaker over moordzaken geschreven maar vanwege de bijkomende emoties ben ik rechtszittingen altijd zoveel mogelijk uit de weg gegaan. Maar ik ben er niet ontevreden over dat ik de stap gemaakt heb. In deze zaak was het meer nodig dan ooit, ook omdat het zo’n dader vol tegenstrijdigheden is.”

Van der Heijden maakt notities voor een boek dat De oprotpremie moet gaan heten. Dat zal de epiloog worden van zijn nu uit zeven boeken bestaande cyclus De Tandeloze Tijd. Die leek in 1996 afgerond: de auteur begon aan een nieuwe cyclus, Homo duplex. Maar hij heeft besloten nog twee boeken aan De Tandeloze Tijd toe te voegen. In deel 1, Vallende Ouders, wordt de studententijd beschreven van de hoofdpersoon van de cyclus, Albert Egberts, die zich in Nijmegen afspeelt. Deel 4, Advocaat van de hanen, handelt over de dood van kraker Hans Klok in Amsterdam. Nijmegen en kraken zijn de onderwerpen die samenkomen en die de schrijver aantrokken in de tragedie rond de moord op kraker Louis Sévèke door Marcel T.. Beiden maakten deel uit van de Nijmeegse krakersscene.

Wat viel Van der Heijden op tijdens het proces? „Wat ik het meest aangrijpende vond, was de slachtofferverklaring van de zus van Louis Sévèke tijdens de eerste namiddag. Ze legde die met verstikte stem af, zittend twee meter achter de man die haar broer gedood had en die daar met zijn hoofd tussen de schouders getrokken zat.”

De schrijver zag de dader volkomen roerloos in zijn beklaagdenbankje zitten. „Het meest onthullende was dat Marcel T. zei dat hij met zijn wraakactie te ver was gegaan. En de essentie van zijn wraak – oog om oog en tand om tand – viel hem erg tegen. Ik zat achter glas en keek voornamelijk tegen zijn rug aan. Ik heb hem wel een poosje ‘en profil’ kunnen zien, toen zat hij naast zijn advocate maar ik kon uit zijn rug en achterhoofd weinig aflezen, behalve dat hij er nogal verkrampt uitzag. Ik weet niet of hij altijd zo grauw in zijn gezicht is, maar dat was nu wel zeker de hele dag het geval.”

Als politiek activist vormde Louis Sévèke

een belangrijke factor in de linkse beweging van Nijmegen. Hij deed mee aan protestdemonstraties en voerde juridische procedures. De 39-jarige Marcel T. koelde zijn woede op Sévèke omdat hij zich eind jaren negentig verraden voelde door zijn medebewoners van het kraakpand Krisis in Nijmegen. Het was hun schuld – meende hij – dat hij een „oprotpremie” van 12.000 gulden misliep, die de eigenaar van het pand als vertrekregeling had geboden. Sévèke was betrokken bij die onderhandelingen. Bovendien dachten andere krakers dat hij een infiltrant was voor de binnenlandse veiligheidsdienst – een onverdraaglijke belediging voor hem. In 2005 kwam de afrekening en schoot hij Sévèke tweemaal met een dubbelloops geweer in de rug.

Tijdens het proces heeft Van der Heijden sympathie voor Sévèke gekregen: „Hij lijkt me niet het type van de maniakale fanaticus. Eerder iemand die rustig te werk ging, vasthoudend, maar wel met feiten onderbouwd redenerend. Hij studeerde rechten. Eigenlijk had de Nijmeegse politie niet ongaarne met hem te doen omdat hij altijd met argumenten kwam.”

De moordenaar werd bestempeld als een zeer intelligente man. Hij werd zelfs hoogbegaafd genoemd. Van der Heijden: „Sévèke en zijn latere moordenaar zijn twee intelligente componenten van de kraakbeweging. Voor de werkelijkheid is dat natuurlijk wrang, maar in een roman en dramatisch gezien is het interessant om twee zulke hoogbegaafde types tegen elkaar te zetten.”

Een schrijver die stof zoekt voor zijn roman kan ook te veel te weten komen. Van der Heijden: „Dát is het probleem. Hoe moedig ben ik? Durf ik de waarheid van een roman te blijven volgen tegen de waarheid van de stemmen uit de werkelijkheid in? Dat wordt moeilijker naarmate je met meer mensen gesproken hebt die je niet voor het hoofd wil stoten. Eigenlijk is het beter om nooit de direct betrokkenen te spreken en je eigen visioen te ontwikkelen uit de documentatie.”

Wat bracht hem in dit geval

op een ander idee? „Ik had deze zaak van een afstand kunnen observeren en als een soort Shakespeare mijn poëzie erop kunnen loslaten, maar ik wilde de werkelijkheid een keer dieper in de ogen te kijken. Op den duur heeft het iets vrijblijvends om maar documentatie over een bepaalde zaak op te vragen en daar een roman omheen te schrijven. Ik heb weliswaar een bepaald talent voor het omsmeden van documentatie tot een romanwerkelijkheid, maar kun je dat blijven doen? Door dieper in de werkelijkheid te stappen maak ik mezelf weerloos. Dat wil ik ook graag. Ik sta weerloos in een werkelijkheid van mensen die elkaar doodschieten en van ongeneeslijk droevige nabestaanden, in een werkelijkheid van chaos, woede en wraak die nergens toe leidt, behalve tot gevangenisstraf.”

Zijn fascinatie heeft nog andere oorzaken: „Marcel T. had voor die moord e-mailverkeer met Sévèke onder het pseudoniem Edmund Dantes. Dat is de hoofdfiguur uit de driedelige roman De Graaf van Monte Christo van Alexandre Dumas. Mijn grootvader had die boeken gelezen en op het ziekbed van mijn grootmoeder vertelde hij daaruit. Mijn vader zat onder het bed en heeft die roman weer aan mij verteld. Het is één grote vertelling van wraakneming. Dat is het verhaal dat we bij het proces ervaren. Deze zaak gaat eveneens over wraak.”

Hoe gaat hij bij het schrijven straks om met zijn ervaringen in de rechtszaal – zoals emoties van de zus van Sévèke? „Ik kon merken dat de broer en de zus zich ongemakkelijk voelden over mijn romanplannen. De broer heb ik aangesproken: ‘Ik vermoed dat jullie niet gelukkig zijn met mijn romanonderneming, maar ik wil wel dat je weet dat ik de hele onderneming zo integer mogelijk ga aanpakken’. Zijn antwoord was: ‘Jij bent de schrijver. Je moet kunnen schrijven wat je wil, maar we hadden het op prijs gesteld als je je meteen tot ons had gewend in plaats van eerst naar de pers te stappen’.” De broer refereert aan het optreden van de schrijver bij tv-programma De wereld draait door, een dag eerder. Van der Heijden: „Ik vind dat eigenlijk wel een terechte opmerking. Overigens ben ík niet naar de pers gestapt. Die kreeg lucht van mijn plannen en is bij mij komen informeren.”

Misschien gaat de schrijver nog eens op bezoek bij de nabestaanden van Sévèke en wellicht ook bij de dader. „Ik ben al voorzichtig met de dader in correspondentie getreden. Hij is bereid vragen van mij schriftelijk te beantwoorden maar dat moet allemaal nog van de grond komen. Ik sluit niet uit dat ik hem een keer ga opzoeken om het gesprek mondeling voort te zetten.”

Een rechtszaak bestaat niet louter

uit enerverende emoties en onthullingen. Na een ochtend met verhalen over de bankovervallen en de aanslagen van de beklaagde puffen de toeschouwers uit. Ze zitten op eigentijdse stoelen ongemakkelijk sierlijk belegde broodjes en schuimende koffie te consumeren. Cameraploegen houden het voor bekeken. Schrijver Van der Heijden krijgt er echter geen genoeg van en wijst op de stress bij Marcel T.: „Je kunt je voorstellen dat iemand met een geweldige spanning naar zo’n rechtszitting gaat. Het is toch ook een oerritueel waaraan je onderworpen wordt, van beschuldiging en boetedoening. En dit en plein public.”

Enkele krakers mopperen hardop over het feit dat de dader een stuk of wat zaken relativeerde en beklemtoonde dat hij geen loonslaaf wou zijn. Maar zij volgen het proces in een andere zaal. In de rechtszaal zelf gedroeg iedereen zich voorbeeldig, aldus Van der Heijden. „Men volgde met ingehouden adem het proces. Wat me opviel – zeker als je het vergelijkt met hoe Amerikanen hun rechtszaken aanpakken – is dat het bij ons allemaal wat stoethaspelig gaat. Zo’n officier van justitie staat daar als een tussenpersoon der wrake tussen mij als lid van de maatschappij en de misdadiger. Die man probeerde zo snel mogelijk te praten en sloeg ongeveer drie keer per zin de plank mis. Dan denk ik: ‘Hoort dat niet bij de opleiding van zo’n man dat hij met een wat rakere retoriek komt?’”

Gaat Van der Heijden meteen na het proces aan de slag met de roman? „Nee, ik heb nog verplichtingen tot 4 juni. Maar ik heb het gevoel dat ik dit boek heel snel kan schrijven. Vorige zomer maakte ik een schema. Puur op intuïtie. Ik las wel heel wat, sommige mensen hebben mij ook hun archief gegeven. Zo heb ik toen een schema uitgewerkt. Eerst met betrekking tot de vermoedelijke moordenaar, dan met betrekking tot de gewraakte oprotpremie. Onlangs bleek dat mijn oude schema op een haar na klopte met de inmiddels ontgonnen werkelijkheid.”

Rectificatie / Gerectificeerd

CORRECTIES

Hans Kok

In ‘Weerloos tussen woede en verdriet’ (CS, 29 febr.) staat dat Advocaat van de hanen van A.F. Th. van der Heijden draait om de dood van kraker Hans Klok . Zijn naam is Hans Kok.