Waarom Cruijff Machiavelli moet lezen

In de 17e eeuw had je in ons land dominees die van de Republiek een nieuw Israël wilden maken. Een theocratie waarin Gods woord regeerde, in afwachting van het Laatste Oordeel dat iedereen voorgoed zou verlossen van het aardse tranendal. Tegenwoordig hebben we Cruijff.

Het moeten oeroude instincten zijn geweest die wakker werden, toen het erelid Johan Cruijff vorige week, als Christus over het water, de ledenvergadering van Ajax kwam binnenwandelen. Volkomen onverwacht, las ik in de krant. Zo gaat dat met verlossers, je ziet ze niet aankomen, ze zijn er opeens. Nu is Cruijff al heel lang onder ons. Zijn evangelie, met passende orakeltaal, wordt al jaren onder het volk verbreid via de geschriften van diverse evangelisten en via de televisie, waarop Hij zelf spreekt. Maar pas nu zal het – opnieuw – tot daden komen.

Opvallend is dat Cruijff geen officiële functie krijgt. Voor sommigen reden om te denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Maar als ik het goed begrijp, betekent dit juist dat hij het volledig voor het zeggen zal krijgen. In politieke termen heet zo iemand een dictator – ook een functie die officieel niet bestaat en dus geen functie is, maar eerder een roeping. Een dictator is een leider (de Duitse vertaling mag hier achterwege blijven), iemand die weet wat leiderschap inhoudt. In verband met Cruijff is er al vaker over gesproken, onder meer door oud-minister Pieter Winsemius in Je gaat het pas zien als je het doorhebt. Over Cruijff en leiderschap (2004).

Management (daarover schrijft Winsemius vooral) en politiek liggen tegenwoordig dicht bij elkaar. Niet alleen omdat beide geteisterd worden door bureaucratie en verspilling, maar ook omdat bij beide zo verschrikkelijk veel mis gaat. Wie heeft niet even gedacht: hadden we in de politiek ook maar een Cruijff! Iemand die zijn sporen verdiend heeft en die nu met zijn superieure inzicht en daadkracht alles gaat oplossen: het multiculturele drama, de onderwijsellende, Uruzgan, de files, de vergrijzing, het milieu, de achterstandswijken. Daarna wacht ons het aardse paradijs, zoals Ajax het landskampioenschap, de Champions League en de wereldbeker.

In veel democraten verbergt zich een verlangen naar de dictator. Als er maar genoeg verkeerd gaat, steekt het vanzelf de kop op. Wat was de hysterie rondom wijlen Pim Fortuyn anders? Fortuyn wekte bij zijn aanhang de indruk dat hij voor alles een pasklare oplossing had, men hoefde zijn boeken maar te lezen en hem zijn gang te laten gaan. Rita Verdonk, bescheidener van inborst, gaat vooralsnog alleen de files oplossen. Ik ben bang dat zij evenveel zal bereiken als Fortuyn, ook zonder kogel.

En Geert Wilders? Is hij misschien de verlangde dictator? Ik heb mij voorgenomen niets tegen Wilders te schrijven, zolang hij bedreigd wordt. Dus helaas, op deze vraag kan ik geen antwoord geven. Over het ‘monster’ Wilders nog alleen dit: we zouden niet uit het oog mogen verliezen dat hij net zo goed een creatie is van het moslim-extremisme als sommige moslim-extremisten dat van hem zijn. Zoiets heet een vicieuze cirkel, daar is veel literatuur over.

Het woord dictator doet pijn aan democratische ogen. Terecht, maar gaan we terug naar de Romeinse oorsprong, dan wordt duidelijk dat een dictator beslist niet hetzelfde is als een tiran of een despoot, want die zit er in principe voor altijd. Een Romeinse dictator zat er hooguit een paar jaar, zijn taak was het de problemen op te lossen die de normale organen van de republiek boven het hoofd waren gegroeid. Daarna verdween hij weer in de anonimiteit van het civiele bestaan.

Een politieke vorm van crisismanagement, zo zou je het kunnen noemen, ware het niet dat dit woord tegenwoordig te zeer besmet is door de associatie met zakkenvullerij. In de parlementaire politiek hebben we het zakenkabinet, maar omdat de politiek er niet van houdt aan haar eigen falen serieuze consequenties te verbinden (een rapport is geen serieuze consequentie, hoogstens een aanzet daartoe), zijn er maar weinig van zulke zakenkabinetten geweest.

Zou Cruijff een goede dictator zijn? Bladerend in het boek van Winsemius kwam ik een aantal veelbelovende karaktertrekken tegen, zoals zijn wil om altijd te winnen, desnoods – op de golfbaan of aan de kaarttafel – door vals te spelen, zijn vermogen om te bluffen als je zwak staat en zijn gebrek aan scrupules om spelers voor het goede doel te manipuleren. De praktijk blijkt hij al te beheersen, de theorie lijkt me voor uitbreiding vatbaar.

Ik raad hem aan Machiavelli’s Il principe (De heerser) te lezen. Dit beruchte geschrift is niet het handboek voor de meedogenloze despoot dat men er zo vaak in heeft gezien, maar een nuttige gids voor de tijdelijke alleenheerser die een zware klus heeft te klaren. Machiavelli was gepokt en gemazeld in de antieke Romeinse geschiedenis, en om de portee van Il principe te vatten moet je ook zijn Discorsi lezen, zijn commentaar op de eerste tien boeken van Livius’ geschiedenis van het oude Rome. Daarin schrijft Machiavelli dat het dom is om geen dictator oftewel alleenheerser te accepteren als het echt nodig is, dat wil zeggen in tijden van crisis, verval en noodzaak van vernieuwing en wedergeboorte. Dus zoals nu bij Ajax.

Grappig, ik geef eigenlijk niets om voetbal, maar soms is het net het leven zelf.