Vijftien keer Gus Van Sant

Dat regisseur Gus Van Sant zijn film over de Columbine-moorden de titel Elephant gaf, was een verwijzing naar een oude Aziatische fabel. Daarin wordt een groep blinden geconfronteerd met een olifant, en omdat ze ieder een ander deel van het dier betasten, maken ze zich er geheel verschillende voorstellingen van.

Het is een verhaal dat in gedachten komt bij het lezen van de artikelen op de website Reverse Shot, waar naar aanleiding van de nieuwe film van Van Sant, Paranoid Park, die deze week zijn Nederlandse release kreeg, vijftien artikelen over Van Sants films verschenen.

Over de grote lijnen van het oeuvre van Van Sant is iedereen het wel eens. Hij begon als onafhankelijk filmmaker, brak door als voorman van de gay cinema van de jaren negentig, waarna zijn werk geleidelijk aan steeds commerciëler werd, vooral met de mislukking Finding Forrester uit 2000.

Nadat Van Sant het werk van de Hongaar Béla Tarr leerde kennen, koos hij daarna met films als Gerry en Elephant voor een extreem sobere stijl.

In het commentaar op die koerswijziging komt goed naar voren hoe verschillend de auteurs van Reverse Shot tegenover het werk van Van Sant staan. Liet Tarr hem het licht zien, zoals een van hen schrijft? Aapt hij hem gewoon na, zoals een ander beweert? Of brengt hij slechts oppervlakkige hommages? In het artikel over Elephant schrijft Ohad Landesman dat die film er niet goed in slaagde om, zoals Van Sant wilde, open te staan voor alle mogelijke interpretaties. De interessante tegenstrijdige visies die Reverse Shot op de film en op Van Sant biedt, bewijzen juist het tegenovergestelde.

www.reverseshot.com