Tropenmuseum toont ‘Palestina 1948’

Een expositie over het begin van het conflict tussen Palestina en Israël is al snel controversieel. Het Tropenmuseum probeert daarom vooral de mensen aan het woord te laten.

Bij het begin van de tentoonstelling Palestina 1948 in het Tropenmuseum in Amsterdam worden de feiten nog eens droogjes opgesomd. Dat de Verenigde Naties in 1947 een verdelingsplan bedenken. Dat de joden 55 procent van het grondgebied krijgen en de Palestijnen 42 procent, terwijl zij tweederde van de bevolking vormen. Dat strijdgroepen eind 1947 beginnen met het innemen van woongebieden voor de joodse staat. Dat de Palestijnen worden verdreven en hun dorpen veelal verwoest. En dat op 15 mei 1948 de staat Israël wordt opgericht.

Maar om die cijfers en data draait het niet op Palestina 1948. „Het is geen feitelijke reconstructie van de gebeurtenissen die leidden tot de exodus van Palestijnse vluchtelingen in 1948”, zegt Mirjam Shatanawi, conservator Midden-Oosten. „Over de feiten en de getallen kan eindeloos worden gediscussieerd. Maar in dat debat wil het museum zich niet mengen. Wij hebben voor de Geert Mak-methode gekozen: persoonlijke verhalen van de poppetjes uit de geschiedenis.”

De ondertitel van de tentoonstelling, herinneringen aan een verdwenen vaderland, geeft aan dat het Tropenmuseum vooral de Palestijnse kant belicht. Er hangen idyllische foto’s van voor 1948, het jaar dat in de Arabische wereld bekend staat als al-Nakba: de catastrofe. De Amerikaanse fotograaf Alan Gignoux toont zijn recente serie Homeland Lost, waarvoor hij Palestijnse vluchtelingen portretteerde. Op videoschermen draaien interviews met Palestijnen die zich de gebeurtenissen van 1948 nog levendig herinneren.

Het museum wil geen partij kiezen. „Het is een expositie waar veel discussie over mogelijk is”, zegt directeur Leo Schenk. „Maar de politieke discussie pro of contra Israël willen we vermijden. Als museum willen we complementaire informatie geven. We hebben de bron gezocht: de mensen die het zelf hebben meegemaakt. Zo proberen we een vergeten verhaal in herinnering te brengen.”

Uit angst dat Palestina 1948 een te groot anti-Israëlisch geluid zou laten horen, besloot Schenk op het laatste moment de tekstborden bij de foto’s van Gignoux aan te passen. Bij enkele cruciale passages staat nu een bronvermelding: het boek The Birth of the Palestinian Refugee Problem (2004) van Benny Morris. Deze historicus behoort tot de ‘Nieuwe Historici’, een groep Israëlische wetenschappers die een herziening van Israëls ontstaansgeschiedenis voorstaat. Morris baseerde zich op openbaar gemaakte militaire archieven.

De teksten bij de foto’s, zo wil Schenk maar zeggen, lijken misschien pro-Palestijns, maar zijn afkomstig uit openbare bronnen. Een tendentieuze zinsnede als „Aanvallen en veroveren, vermoorden van mannen, vernietigen en brandstichten” is dus afkomstig uit het bevel van het Israëlische leger om op 21 mei 1948 het dorp al-Nahr binnen te vallen.

Conservator Shatanawi zegt dat ze Gignoux’ foto’s om hun visuele kracht heeft uitgezocht, en niet om de heftige verhalen. „Al raakte ik er toch wel door geshockeerd. Ik kom uit Jordanië, en als historicus ben ik goed bekend met al-Nakba. Maar ik wist niet dat die periode zo heftig is geweest.”

Het verhaal dat uit Palestina 1948 spreekt, is een verhaal van verlies en weemoed. Op de foto’s omklemmen Palestijnse vluchtelingen de sleutels van hun vroegere huizen, in de hoop er ooit terug te keren. Een oude vrouw is gekleed in haar trouwjurk, het enige bezit dat ze mee kon nemen tijdens haar vlucht. Een gerimpelde man met tulband poseert met zijn identiteitskaart uit de tijd dat Palestina nog Brits mandaat was. Naast hen hangen actuele foto’s van de plekken die ze in 1948 verlaten hebben – plaatsen die voor hen nog altijd verboden terrein zijn.

Op een van die foto’s zien we het Archeologisch Museum van al-Tantura, het dorp waar de man met de tulband vandaan komt. Voor de gevel wappert nu een Israëlische vlag. Over de geschiedenis van het gebouw bestaat onenigheid, vertelt Shatanawi. „Volgens de Palestijnen is het een fort, volgens de Israëliërs was het een glasfabriek.” Een piepklein voorbeeld. Maar het zegt veel over hoe ver twee versies van dezelfde geschiedenis uiteen kunnen lopen.

Palestina 1948 – herinnering aan een verdwenen vaderland. T/m 4/1 in Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam. Dagelijks 10-17u. www.tropenmuseum.nl