Toekijken bij dagelijks pak slaag

Wat bezielt een moeder die haar man tien jaar lang hun beide zoons laat aftuigen en opsluiten? Angst en schaamte weerhielden haar ervan hulp te zoeken.

Tegen de 43-jarige moeder van twee kinderen die jarenlang stelselmatig werden opgesloten en mishandeld, is gisteren voor de rechtbank in Amsterdam 9 maanden voorwaardelijk geëist. Volgens de officier van justitie staat vast dat vader Nico C. verantwoordelijk was voor de mishandeling en vrijheidsberoving, maar is moeder Gerarda R. schuldig aan medeplegen. Het Openbaar Ministerie eist dat ze een reclasseringstraject volgt.

De kinderen, nu tien en dertien jaar oud, werden jarenlang door hun vader opgesloten op hun kamer of in de schuur. Met webcams hield hij hen in de gaten. Ook sloeg hij zijn twee zoons regelmatig met een bamboestok of met de honkbalknuppel die zijn eigen vader vroeger gebruikte om hém te slaan. De mishandelingen begonnen in 1998, toen het oudste kind naar de kleuterklas ging, en duurden tot de aanhouding van de beide ouders in het voorjaar van 2007. Nico C. pleegde zelfmoord in het huis van bewaring De Koepel in Haarlem. Tijdens verhoren had hij bekend zijn kinderen, en ook zijn vrouw te hebben mishandeld. Het jongste kind kreeg twee à drie keer per week slaag, de oudste zoon werd dagelijks afgerammeld. Zowel Gerarda als haar oudste zoon werd een keer buiten westen geslagen. Sinds vorig voorjaar zijn de zoons uit huis geplaatst. „Zij zijn psychisch ernstig beschadigd”, meldt de officier van justitie.

R., een wat schichtig ogende vrouw, vertelt voor de rechter dat haar man haar mishandelde en misbruikte. Ze was ontzettend bang voor hem. Als ze haar mond niet zou houden over de thuissituatie, zou hij haar doodmaken. Dat dreigement uitte Nico C. herhaaldelijk. Bovendien controleerde hij haar. Hij belde haar gedurende de dag op om te zien of ze thuis was. „Omdat Nico mij zo controleerde, durfde ik amper contact te leggen met mensen”, verklaart R. het isolement waarin ze terechtkwam.

Zelf heeft zij haar kinderen nooit mishandeld, zegt ze. „En als Nico dat deed, probeerde ik hem tegen te houden.” Toch zocht ze nooit hulp. Naar eigen zeggen uit angst en schaamte. „Achteraf zit ik wel met de vraag: waarom heb ik het zover laten komen? Waarom ben ik niet sterk genoeg geweest om er tussenuit te stappen met de kinderen?” Daarop geeft ze onmiddellijk zelf het antwoord. „Hij zou het niet hebben geaccepteerd. Dan had-ie ons alle drie afgemaakt.”

De officier van justitie is van mening dat R. schuldig is aan medeplegen. Zij stond erbij en keek ernaar. Volgens de officier had R. wel degelijk de kans in te grijpen. „Ze had haar angst moeten overwinnen en aan de bel moeten trekken. Ze had haar biezen moeten pakken. Als een moeder niet bereid is haar nek uit te steken voor haar kinderen, wie dan wel?”

Een psychologisch rapport over Gerarda R. maakt duidelijk dat de vrouw een persoonlijkheidsstoornis heeft en benedengemiddeld intelligent is. Zij is enigszins verminderd toerekeningsvatbaar en lijkt haar ogen voor veel zaken te willen sluiten.

Tijdens de rechtszaak blijkt dat er al heel lang signalen waren dat de twee zoons ernstig werden mishandeld. In 1999 schakelde de school een maatschappelijk werker in, maar de ouders hielden hulp af. Pas in 2003 werden de kinderen onder toezicht gesteld bij het Leger des Heils. Na anderhalf jaar kwam hier een einde aan, omdat „alle signalen op groen stonden”. Achteraf verklaarde Nico C. dat de mishandelingen nooit waren gestopt. Hij sloeg zijn kinderen nog steeds, maar minder vaak.

De rechtbank doet uitspraak op 13 maart.