Thaksin na ballingschap terug in Thailand

De Thaise oud-premier Thaksin Shinawatra is gisteren na zeventien maanden ballingschap teruggekeerd in Bangkok om terecht te staan wegens corruptie. Hij zegt niet langer betrokken te willen zijn bij de politiek, maar volgens tegenstanders is dat „een spelletje”.

Telecommiljardair Thaksin werd op 19 september 2006 afgezet met een geweldloze staatsgreep van het leger en verbleef in Londen en Hongkong om vervolging te voorkomen. Als premier was hij geliefd op het platteland, maar werd hij verguisd door de stedelijke middenklasse, die hem onder andere aanrekende dat hij zijn telecombedrijf Shin Corp. belastingvrij had verkocht.

De interim-regering die volgde verbood zijn partij, maar bij verkiezingen twee maanden geleden is de Partij van de Volksmacht (PPP), bestaande uit Thaksin-getrouwen, de grootste partij geworden.

Thaksin en zijn vrouw Pojaman zijn door het Hooggerechtshof aangeklaagd voor corruptie en belangenverstrengeling in verband met haar aankoop van een stuk land in Bangkok tijdens Thaksins premierschap. Het Openbaar Ministerie werkt ook aan een aanklacht voor het echtpaar wegens het verzwijgen van aandelen in een vastgoedbedrijf. Volgens Thaksin zijn de aanklachten politiek.

Duizenden aanhangers ontvingen de oud-premier gisteren met trommels en gezang op het vliegveld. Hij werd meteen gearresteerd en op een borgtocht vrijgelaten, waarna hij zijn intrek nam in een penthouse van een chic hotel. Hij mag het land alleen uit met toestemming van de rechter.

Thaksin zegt te zijn teruggekeerd om zijn reputatie te herstellen. „Ik wil niet langer betrokken zijn bij de politiek. Ik wil vredig met mijn familie leven en sterven in dit moederland.” Verwacht wordt dat hij ook zal proberen de bevriezing van omgerekend ruim een miljard euro aan banktegoeden ongedaan te maken.

„We kunnen hem niet op een officiële positie benoemen, maar we zullen wel zijn advies vragen”, zei de minister van Financiën. Thaksins tegenstanders zeggen dat hij achter de schermen invloed uitoefent op de regering. „Als we merken dat zij direct of indirect het juridische proces beïnvloeden zullen we het daar niet bij laten zitten”, aldus een woordvoerder van de tegenstanders. (AP, Reuters)