Taalgevoel en bedachte regels staan haaks op elkaar

De Taalclub: Groter als, nieuwe regels voor het Nederlands van nu. Adr. Heinen Uitgevers, ’s-Hertogenbosch, 95 blz. € 9,95

De Taalclub: Groter als, nieuwe regels voor het Nederlands van nu. Adr. Heinen Uitgevers, ’s-Hertogenbosch, 95 blz. € 9,95

Geen uitdagender titel denkbaar voor een taaladviesboek dan die van het nieuwe boek van de Taalclub: Groter als, nieuwe regels voor het Nederlands van nu. De Taalclub bindt de strijd aan met regels die zo ingewikkeld en inconsequent zijn dat ze een regen van fouten veroorzaken. Waarom dan de regels niet veranderd, is de redenering, zodat een heleboel taalfouten geen fouten meer zijn? ‘Groter als’ is niet meer fout, evenmin ‘als de man waarmee’, ‘het boek wat’, ‘de vrouw wiens’, ‘ten slotte’, ‘te veel’, ‘enzovoorts’.

Lef heeft de Taalclub inderdaad want ik denk dat het boek tegen de haren in strijkt van journalisten, schrijvers, reclamemakers, taaladviseurs – de doelgroep, die juist hecht aan regels.

Wie realistisch is, zal geen moeite hebben met de meeste van de voorgestelde regels. Voor een deel zijn het trouwens voorstellen die formuleren wat allang gangbaar is of zelfs altijd gangbaar gebleven is ondanks eeuwenlange bestrijding. Een bestrijding zonder enkele taalkundige grond en dus niet kon slagen.

Andere nieuwe regels haken aan bij taalveranderingen die aan de gang zijn: ‘het boek wat’, ‘je kan’, het verdwijnen van het onderscheid tussen ‘doordat’ en ‘omdat’. Of ze honoreren een taalverandering die al een eeuw achter de rug is, zoals het verdwijnen van de naamvals-n: ‘in goede doen’, ‘te alle tijde’.

Het enige onzinnige aan dit zinnige boek is de tweeslachtige rol die de grammatica erin speelt. Enerzijds wordt het bestaan van oude vormen vaak geweten aan regels die ook maar bedacht zijn, wat vaak niet waar is, bijvoorbeeld ‘bij mij mankeert wat’; anderzijds speelt in menige redenering het taalgevoel een rol. Welnu taalgevoel en bedachte regels staan haaks op elkaar; voor bedachte regels ontwikkelt niemand enig taalgevoel; zie het opgelegde onderscheid tussen ‘hen’ en ‘hun’. Daartegenover staan regels die geen schoolmeesterregels zijn, maar onderdelen van de grammatica zoals we die als kind geleerd hebben en waarvoor we dat gevoel meegekregen hebben. Mijn stelling is: een moedertaalspreker van het Nederlands maakt geen fouten, want hij voelt wat kan – en dat is wat anders dan wat mag.

Dat dat grammaticale gevoel per generatie verschilt is er de oorzaak van dat taalveranderingen als ‘ik besef me’ niet door iedereen aanvaard kunnen worden. De rebelse Taalclub loopt vooruit en en honoreert ook zo’n verandering: ‘ik besef me’ mag ook, want ’t kan dus blijkbaar. Ben benieuwd of dat zal aanslaan.