Schelmenstreken van een liedjeskoning

Documentairemaker Hans Heijnen wilde Johnny Hoes portretteren zoals hij werkelijk is. „In dat gesloten gezicht zie je hoe hij zijn best doet steeds een showtje af te draaien.”

Eigenlijk is iedereen in de documentaire Johnny Hoes – och was ik maar een ouwe man. De jonge mannen ook. Jong zijn staat voor onschuld en kwetsbaarheid. Wie oud is, speelt die onschuld, maar in feite is hij link. Hans Heijnen, maker van de Johnny-Hoesfilm: „Zulke mannen zijn van zichzelf overtuigd. Ze denken niet veel na en ze kennen geen twijfel. Dat vind ik leuk.”

Heijnen vertelt het verhaal dat hij bij Johnny Hoes aantrof terloops, met kleine zijsprongen. De voor dit soort films gebruikelijke biografische lijnen laat hij grotendeels achterwege. „Hoes heeft de neiging om de regie over te nemen”, legt hij uit. „Hij kwam meteen met opgroeien op Katendrecht, met zijn cowboyliedjes, met alles wat hij al honderd keer had verteld.” Heijnen deed niet mee. Hij onderbouwde zijn film met de vele close-ups die hij van Hoes filmde. „In dat gesloten gezicht, onder dat pruikje, zie je hoe hij zijn best doet om steeds een showtje af te draaien. Alles wat hem emotioneert, stopt hij weg.”

De mannen zijn oud en de vrouwen zijn dood. Johnny Hoes (90) bezoekt hun graven: van zijn ene dochter, van zijn andere dochter, van zijn echtgenote. Hij vertelt wrange verhalen. „Het verrekt hier van het egoïsme, op aarde”, zegt hij. Ja, hij zal dat wel menen. En ja, het klinkt als een regel uit een smartlap.

Johnny Hoes is de zanger en schrijver van succesrijke schlagers, carnavalshits en levensliederen, maar over die carrière vertelt deze film alleen zijdelings. „Ik interesseer me niet voor smartlappen”, zegt Heijnen. „Mij boeide om te beginnen het volkse van hem en zijn twee zoons. Hun spontaniteit. Hoe ze tegelijk keihard en warm kunnen zijn. Bij zo’n familie horen schelmenstreken.” En een stel tegen hun grootvader procederende kleinkinderen.

In Johnny Hoes – och was ik maar is Hoes voor alles het hoofd van een familiebedrijf. De film graaft naar platenstudio Telstar waar vader Johnny en alle vier zijn in de zaak opgenomen kinderen Nederlandse popartiesten de kans gaven om tot bloei te komen en popsterren te worden.

Niet dat die artiesten daar veel van willen weten. Hennie Vrienten van Doe Maar weigerde mee te werken aan de documentaire. Heijnen: „Omdat hij zich zo door Hoes benadeeld voelt, zei hij. Maar het lijkt toch ook misplaatste arrogantie: Vrienten wil gewoon niet onder een noemer met een smartlappenkoning.”

Ook popgroep Toontje Lager wilde liever niet meer geassocieerd worden met een smartlappenfabriek en Huub van der Lubbe, zanger van De Dijk, vond dat hij te weinig in beeld zou zijn. Heijnen: „Hoe je ook over Hoes denkt, zonder hem waren ze in die tijd gewoon niet aan de bak gekomen.”

Aan de andere kant: de familie Hoes bracht die popartiesten er wel degelijk op slinkse wijze toe om hun handtekening te zetten onder regelrechte wurgcontracten.

Heijnen: „Ja. Johnny Hoes had met van alles rijk kunnen worden. Het was puur toeval dat het de muziek werd. Deze mannen zijn zakenlui. Die zeggen: als je iemand voor de gek kunt houden dan doe je dat, dat is toch gewoon? De oudste zoon Hoes wuift de aantijgingen weg. Hij zegt: zo ging dat toen overal. De jongste zoon zegt: Doe Maar gaan we betalen zodra de rechtenkwestie met de kleinkinderen de wereld uit is.”

Johnny Hoes zelf gebruikt zijn overleden dochter als de kwaaie pier, aldus Heijnen. „Zakelijk was ze een genie, zegt hij, sociaal was ze infantiel. Ze was inderdaad berucht als bedrijfsleidster, maar vlak Johnny zelf niet uit. Die vertelt glashard hoe handig hij was in het afwimpelen van mensen. En ik hoorde over die dochter ook het verhaal dat ze een technicus die aan de grond zat geld gaf voor een nieuwe auto. Bennie Jolink van Normaal zei: bij [platenstudio] EMI hadden we het uiteindelijk niet beter dan bij Hoes, waar ze ons artistiek vrij lieten, en waar er ook nog wat te lachen viel. En [protestzanger] Armand houdt vol dat Hoes hem twee keer zoveel betaalde als Polygram.” Ik weet het niet, zegt Heijnen. „Ik denk: zo zwart-wit lag het blijkbaar niet.”

Een ding is duidelijk: onderhandelen was er niet bij. In de film wordt gememoreerd hoe dat eruitzag. Over de artiesten die verhaal kwamen halen werd gezegd: „Ze komen als wolven naar boven en ze gaan als schapen naar buiten”. Gold dat ook voor Heijnen? Werd hij een schaap? „Nee. Ik werd een vos.”

In een scène die de film niet heeft gehaald nam Johnny Hoes Hans Heijnen mee naar het huis dat hij voor zijn vrouw had laten bouwen. „Het was enorm, het leken wel drie, vier huizen bij elkaar. Het was patserig, met twee zwembaden, een buiten en een binnen. Direct na de dood van zijn vrouw heeft hij het te koop gezet en ging hij boven de studio wonen. ‘Ik zit liever boven de zaak’, zei hij. ‘Ik ben hier nooit gelukkig geweest. De mensen kwamen niet meer langs.’ Ik keek naar dat huis, hoorde hem aan. Ik dacht: Citizen Kane.”

Johnny Hoes – Och was ik maar. Vanavond, Nederland 2, 22.50 - 23.50uur. Website: www.johnnyhoes.nl