Regie

In de schemering vond ik een plek op een bankje in het park naast een jongen met een grote bak popcorn op schoot.

Het veld dat voor ons lag, sprong in fel licht tevoorschijn en het was alsof het park eromheen zich terugtrok achter zware, donkere gordijnen.

We zagen twee mannen naast elkaar staan. De kleinste brabbelde voor zich uit en leek het niet op te merken dat de ander amper op zijn woorden reageerde. Af en toe ving ik een naam op die leek op ‘Indiana Jones’.

Ze keken naar een blond jongetje dat lag te spelen in het gras. Terwijl andere kinderen voetbal speelden of in een boom klommen, had dit kind uitsluitend aandacht voor zijn speelgoed. Hij schoof kleine plastic auto’s een gebouw in en uit en maakte daarbij schelle vogelgeluiden.

De kleine man riep af en toe een aanmoediging naar het jongetje waar ik uit opmaakte dat het zijn kind was dat een naar autisme neigende concentratie vertoonde voor zijn auto’s. Zijn wereld bestond uit dit speelgoed zoals de wereld van zijn vader bestond uit zijn eigen woorden.

De kleine man begon steeds harder te praten. Toen hij opmerkte dat er vanaf het bankje naar hem werd gekeken, begon hij zijn woorden kracht bij te zetten met armbewegingen. Nog altijd keek hij de man naast hem niet aan. ‘Alle films zijn te lang’ zei hij. ‘Ik heb een afstandsbediening nodig waarmee ik vooruit kan spoelen!’.

Hij strekte zijn arm richting het jongetje dat zachtjes kwaakte. Ik zag hoe de benen en de armen van het kind langer werden.

Zijn haar werd donker, viel uit, en met stramme ledematen krabbelde hij omhoog om als volwassene onwennig naast zijn pratende vader te gaan staan.

Alsof er niets was gebeurd riep zijn vader af en toe iets richting het speelgoed dat was blijven liggen in het gras.

De lange man keek om zich heen alsof hij een manier zocht om weg te komen van de prater, die nu luidkeels stond te klagen over de onmogelijkheid om te monteren in de werkelijkheid.

‘Je kunt de tijd niet eens terugspoelen!’, riep hij verongelijkt. Zijn volwassen zoon dook ineen, ging gauw liggen in het gras en zocht stijfjes de houding van een kind, waarna zijn lichaam kromp en er al gauw een kleine blonde jongen lag te spelen in het gras.

De voorstelling was wat mij betreft afgelopen. Maar net toen ik op wilde staan, hoorde ik de kleine man roepen dat hij het geld voor zijn nieuwste film bij elkaar had. Zou hij werkelijk een filmmaker zijn?

De jongen naast me siste ‘Steven Spielberg’ in mijn oor. Ik keek nog eens goed naar het driftige mannetje in het gras. Zijn gelaatstrekken namen de vorm aan van de bekende filmregisseur. Zijn naam ritselde tussen de struiken en in het gras. De bomen wiegden zijn naam in de hoogste toppen.

Steven Spielberg ruiste het door het park. De kleine man die nu een naam had keek voldaan om zich heen. Hij zei zelfs even helemaal niets en gaf zijn body-guard een klopje richting zijn schouder.

Spielberg raapte het speelgoed van zijn zoontje bijeen en gaf hem een hand. Op de voet gevolgd door de lange man verlieten ze het park. Witte titels liepen tegen een donkere hemel via de boomtoppen naar beneden en zonken in het gras.