Regenboognatie is nog steeds geen werkelijkheid

Een filmpje waarop blanke studenten zwarten vernederen, blijkt een grap. Maar het incident had niet op een ongelukkiger moment kunnen komen.

„Heb je de hele film eigenlijk gezien”, vraagt Ewoud Potgieter (20) op een plastic stoeltje voor het beruchtste studentenhuis van Zuid-Afrika. Aan de overkant van de straat houden politieagenten de wacht. Zwarte studenten hebben de dag ervoor gedreigd de Reitz-kamerwoningen op de Universiteit van de Vrijstaat in brand te steken, blanke jongens te vermoorden, de meisjes te verkrachten. Reitz is omgedoopt in het ‘hostel van de haat’, (de krant The Star), nu over de hele wereld de beelden te zien zijn van de bewoners van dit studentenhuis die hun zwarte huishoudsters vernederden, door ze voedsel voor te schotelen waar ze net, voor het oog van de camera, overheen hadden geplast.

De dertig seconden die de televisiejournaals haalden, schokten heel het land. Politieke partijen veroordelen de ‘apartheidspraktijken’ op de universiteit, oud-president De Klerk spreekt, namens alle blanken, „schande”, de studenten zijn geschorst en worden mogelijk vervolgd. Dit is Zuid-Afrika’s eigen Geert Wildersrel. Maar de hele film, nee, die heeft eigenlijk niemand nog gezien.

Dat vermoedde Ewoud Potgieter al, want op de tien minuten durende homevideo op zijn computer ziet hij vier huishoudsters die de grootste lol beleven aan het maken van het filmpje. Lachend drinken ze pintjes aan de bar. Lachend spelen ze rugby – de sport van blanken – met de jongens, en lachend lopen ze een rondje op de atletiekbaan. En als de beruchte plasscène langskomt, zet Potgieter de computer op slowmotion, om op de waterfles te wijzen, die de student in de wc uit zijn broek haalt. „Het was geen urine, maar mineraalwater”, grinnikt hij. Heel Zuid-Afrika gefopt.

De reactie van de huishoudsters verbaast ze nog het meest. De video is al in september opgenomen. „De huishoudsters hebben het eindproduct gezien en er ook om gelachen”, zegt het hoofd van de residentie, Christo Dippenaar. Ze werkten vrolijk door bij de Reitz-woningen, tot deze week de video op de campus werd verspreid. Sindsdien zeggen de dames voor de televisiecamera’s „zwaar getraumatiseerd” te zijn. „Het incident heeft ons diep geraakt”, zei een schoonmaakster. „We hadden niet verwacht dat de jongens tot zoiets in staat waren.”

Het incident had nauwelijks op een ongunstiger moment kunnen komen. Net in de maand dat een blanke jongen vier zwarten doodschoot, een paarhonderd kilometer verderop. Net in de maand dat de nieuwe ANC-leider, Jacob Zuma, een persconferentie belegde waar blanke journalisten niet welkom waren en het Instituut voor Rasrelaties spreekt van „een toename van racistische incidenten”.

Behalve het tijdstip was ook de locatie van het incident extra ongelukkig. De Universiteit van de Vrijstaat staat toch al bekend als een van de conservatiefste universiteiten in het land. De video verscheen in de week van protesten tegen de gedwongen integratie, die het universiteitsbestuur aan zijn studenten heeft opgelegd. Blanke studentenhuizen worden verplicht hun deuren te openen voor zwarte studenten, zwarte huizen moeten voortaan blanken toelaten. Dertig procent van de bewoners van studentenhuizen moet bestaan uit mensen met een andere huidskleur.

„Maar gedwongen integratie, daar zit niemand op te wachten”, zegt Potgieter. „Blank en zwart verschillen nu eenmaal van elkaar. We houden niet van dezelfde muziek, we spelen niet dezelfde sport, we kijken naar andere soaps.” „Je kunt twee culturen niet vermengen”, voegt student Tom Martinson toe, terwijl hij zijn leerboeken op zijn dikke buik laat rusten. „Het werkt niet.”

Ze hebben het al eerder geprobeerd hier op de Universiteit van de Vrijstaat. Integreren. In 1997, vier jaar nadat Nelson Mandela aan de macht kwam, braken er rassenrellen uit, toen het universiteitsbestuur meer tolerantie eiste van de blanke studenten. Dertig procent van de studenten was toen zwart. De studenten stonden met stokken en stenen recht tegen over elkaar. Nu is zestig procent van de studenten zwart.

„We hebben veel vooruitgang geboekt”, probeert woordvoerder Anton Fisscher van de universiteit optimistisch te blijven. „Maar de houding van mensen ten opzichte van de ander, die verander je niet zomaar.” Fisscher, een kleurling, noemt zichzelf het voorbeeld van die transformatie. „De problemen hier, zijn de problemen van Zuid-Afrika. De regenboognatie die we voor ogen hadden, is nog geen werkelijkheid geworden.”

Het hoofd van de mensenrechtencommissie suggereerde zelfs dat het de schuld van Mandela is, die de lat voor zijn verdeelde volk in 1994 veel te hoog legde. „Er is te veel gekeken naar verzoening en te weinig naar werkelijke transformatie na de komst van democratie”, zei voorzitter Jody Kollapen. Die transformatie duurt op de universiteit al veel te lang, vinden veel zwarte studenten. „Kijk maar naar het bestuur. Vrijwel uitsluitend blanken maken hier de dienst uit”, zegt Xoliswa, die bij de fontein voor het hoofdgebouw staat te roken. „De blanken haten ons.”

De universiteit heeft de afgelopen jaren wel geprobeerd meer zwarte professoren en zwarte academici te trekken, maar zonder succes. „De meeste hoog opgeleide zwarten kiezen toch liever voor een baan bij de regering in Pretoria, of het bedrijfsleven in Johannesburg. Wie wil er nu naar Bloemfontein”, zegt woordvoerder Fisscher. De leden van regeringspartij ANC hebben wat dat betreft boter op hun hoofd vindt hij. „Ze bekritiseren onze trage hervorming, maar hebben als leden van de universiteitsraad geen hand uitgestoken om het systeem te veranderen.”

Het hele ‘racisme’-filmpje staat op nrc.nl/buitenland