Raboploeg bloeit op dankzij strakke regie

Volgens ploegleider Erik Dekker is er na de affaire-Rasmussen veel veranderd bij de Rabowielerploeg. „Dit seizoen kan een begin zijn van iets nieuws.”

Tussen de smurrie op de smalle kasseiweggetjes in de Vlaamse Ardennen ging het hart van Erik Dekker deze week twee dagen open. „Ik kijk enorm uit naar komend weekend”, zegt de ploegleider van Rabobank aan de vooravond van de Omloop Het Volk (morgen) en Kuurne-Brussel-Kuurne (zondag).

Twee dagen parcoursverkenning met zijn renners, twee dagen weg van het stuitende geruzie tussen bestuurders van de internationale wielerunie UCI en ASO, de Franse organisatoren van Parijs-Nice en de Tour de France. „Mijn mening is duidelijk”, zegt Dekker (37). „Ik heb geen mening. Wij, renners en ploegleiders, willen fietsen. Wat kunnen we anders? Het kost me geen moeite om me op het sportieve aspect te focussen. Het enige dat ik met de hele kwestie doe, is vragen erover beantwoorden. Voor de rest heb ik er niets mee en doe alsof er niets aan de hand is.”

Dekker sluit de ogen niet voor de penibele toestand van het profwielrennen, maar ziet ook nieuw licht. „Het kan altijd slechter, maar niet veel slechter dan nu. Dan stoppen we gewoon. Maar als we de problemen even vergeten, hebben mijn collega-ploegleiders en ik er veel vertrouwen en zin in dat dit seizoen juist een begin kan zijn van iets nieuws. Om de sport weer te brengen naar een populariteitsniveau van een aantal jaren geleden. In de historie van het wielrennen is er een omslag. En misschien is dat wel in 2008.”

Bij de Raboploeg vond de omslag versneld plaats. „Er is veel veranderd na de grote schok in juli”, zegt Dekker. Tijdens de Tour haalde directeur Theo de Rooij geletruidrager Michael Rasmussen in gewonnen positie uit de wedstrijd, omdat de Deen had gelogen over zijn verblijfplaats in juni. „Bizar verhaal, niemand kon het toen bevatten. Maar een paar weken later gaf ik Theo helemaal gelijk. Alleen toonden de renners nog veel sympathie voor Rasmussen. Terwijl het handig was geweest als hij gewoon de vijand was geweest.”

De affaire leidde tot het opstappen van De Rooij en de komst van interim-directeur Henri van der Aat, die op zijn beurt in maart wordt opgevolgd door banktopman Harold Knebel. „In het begin leek Henri misschien een olifant in de porseleinkast”, zegt Dekker. „Maar hij kwam wél met veranderingen waar iedereen blij mee is. Niet dat het de jaren hiervoor niet goed was. Maar er is een nieuwe visie, meer leven in de brouwerij. Ik hoor het ook van de anderen in de begeleiding. We zijn allemaal opgebloeid en hebben er zin in. Iedereen is enthousiast en fanatiek.”

Bij de ploegpresentatie begin januari waren de reacties op het ‘nieuwe’ Rabo niet onverdeeld positief. Het zou gaan om een machtsgreep van de sponsor, die voor een bedrijfsmatige en klinische aanpak koos. Dekker, fel: „Alles wat we nu doen heeft met de sponsor te maken. Mag het voor die miljoenen euro’s? Maar de bank bemoeit zich niet met wat wij doen. We hebben de hele begeleiding om de renners heen zo optimaal mogelijk gemaakt. Dat heeft heel veel moeite en tijd gekost van de winter. Maar het is een duidelijke verbetering.”

Een voorbeeld? „Kijk, een renner moet zelf ’s ochtends die garage uitrijden om te gaan trainen. Dat is de cultuur. Maar nu gaan we het toch iets anders doen. Als wij vinden dat Oscar Freire [Spaanse kopman] naar een trainingskamp moet komen, dan komt hij gewoon. Het is niet meer zo dat mensen dingen mogen omdat ze zo goed zijn. Rasmussen die onaangekondigd afstapt in de Giro. Dat werd allemaal met de mantel der prestaties bedekt, want in de Tour zou hij toch de bolletjestrui wel winnen. Dat kan niet meer.”

Meer centrale trainingskampen, meer trainers, voedingsdeskundigen en andere specialisten. En een opvallende nieuwe term: rennersregisseur. „We hebben de renners verdeeld over de vier ploegleiders. Ik heb de regie over negen renners, die ik intensief begeleid. De lijnen zijn zo korter en duidelijker. Voor renners, ploegleiders en personeel. Ik vind dat louter positief.”

Dekker ontkent niet dat er binnen de ploeg weerstand was. Vooral de invoering van het Adams-systeem, waarbij renners voor elke minuut van de dag online moeten invullen waar ze verblijven, lag moeilijk. Waarom moest Rabo het schoonste jongetje van de klas zijn? „Iedereen wordt vaker out of competition gecontroleerd”, zegt Dekker. „Dat willen wij ook, omdat het voor renners van alle teams geldt. Zo krijg je een eerlijker sport. Wij kiezen voor het Adams-systeem, omdat we zo als ploegleiding kunnen meekijken en corrigeren. Niet omdat ik zo graag wil weten waar mijn renners zijn, behalve uit interesse. Maar om de renners ervan te doordringen dat we in een andere tijd leven. Het moet honderd procent kloppen wat je invult, 24 uur per dag. Dat is een gewoonte zoals tandenpoetsen. Renners zeggen dat het meevalt.”

Liever kijkt de oud-renner naar andere gegevens op zijn computer. „Dankzij onze trainer Louis Delahaye hebben we een website met alle trainingsgegevens.” Via het SRM-systeem, dat het vermogen meet, weten trainer, ploegleider en regisseur precies hoe een renner er fysiek voor staat. Al gaat er voor Dekker nog altijd niets boven besmeurde kasseien. „Andere jaren gingen we één dag Het Volk trainen. Tien uur verzamelen, vijf uur naar huis. Nu zijn we twee dagen geweest. Samen zitten, massage erbij, lekker eten. Veel gepraat over SRM, whereabouts. Eigenlijk is dat het hele verhaal van veranderingen en intensievere begeleiding in de praktijk.” Dekker klom zelfs even op de fiets. „Ik ben nog nooit zo hard de Koppenberg opgereden als nu, dat was een persoonlijk record.”