Opstandige rock in Achterhuis

Opluchting bij het publiek na de première van Anne Frank, de musical, in Madrid. De makers hebben voldoende respect getoond voor de schrijfster van het Dagboek.

Met een staande ovatie werd gisteren de wereldpremière van de musical El díario de Ana Frank, un canto a la vide (‘Het Dagboek van Anne Frank, een loflied op het leven’) door het publiek verwelkomd. Ook de Spaanse pers was enthousiast. De productie lijkt de twijfel over een mogelijke te lichtvoetige behandeling van het Dagboek weg te nemen.

De afwijzende reactie van Buddy Elias, het laatste overlevende familielid van de familie Frank, leidde tot een vurige polemiek. Elias beklaagde zich over „vulgarisering” van Anne Frank. Hij beheert het Zwitserse Fonds waarin het auteursrecht van het Dagboek is ondergebracht. Juridisch had producent Rafael Alvero zich al ingedekt door nergens in de voorstelling directe citaten uit het dagboek te gebruiken. Producent noch de Anne Frank Stichting zeggen ooit te hebben vernomen dat vanuit Zwitserland juridische actie overwogen is.

De première vormde dus de testcase voor de musical. De Israëlische ambassadeur in Madrid, Rafael Schutz, had het er moeilijk mee, zei hij even voor de voorstelling. „Een musical leek mij niet de meest aangewezen vorm voor het verhaal van Anne Frank. Maar ik wil mijn eigen oordeel vormen.”

Na afloop was zijn twijfel verdwenen. „Dit is een heel positieve voorstelling, met veel respect gemaakt. Ik denk dat het uit educatief oogpunt goed kan werken.”

Opluchting overheerste ook bij de delegatie van de Nederlandse Anne Frank Stichting, die door producent Rafael Alvero van meet af aan nauw bij het musicalproject was betrokken. Directeur Kleis Broekhuizen, voor de voorstelling nog merkbaar zenuwachtig: „Ik ben geen musicalkenner, maar dit lijkt me heel doeltreffend. Ik heb goede hoop dat het fonds in Zwitserland nog bijdraait.”

Jan Erik Dubbelman, hoofd afdeling buitenland, erkende dat het hem moeilijk viel de voorstelling te bekijken „met alle commentaren in je achterhoofd”. Na langdurig applaus aan het eind: „De boodschap van Anne Frank is tot nu toe altijd heel ingetogen gebracht. Dit is heel Spaans. Maar het ontroert me.”

De Spaanse Anne Frank blijft qua personages en enscenering met enige artistieke aanpassingen dicht bij het dagboek. Een inhoudelijke vondst is de introductie van een echte Kitty, de door Anne Frank gefingeerde dagboek-vriendin, als fysiek alter ego van de hoofdrolspeelster. De muziek is van een wisselend genre, inclusief een opstandig rocknummer.

Inhoudelijk toont de musical een menselijke Anne Frank, met warmte, ironie en humor – zonder de moeilijke karaktertrekjes van de puberende dagboekschrijfster uit de weg te gaan. Ondanks de humoristische commentaren over de bloemkoolluchtjes en de problemen rond de bonenmaaltijden blijft de tragedie overeind staan. De Spaanse Anne Frank is geen heilige mythe, maar een herkenbaar meisje, uitgebeeld door de dertienjarige, oorspronkelijk uit Cuba afkomstige hoofdrolspeelster Isabella Castillo, die behalve een opmerkelijke acteerprestatie ook beschikt over een goed dragende stem.

De duidelijk educatieve boodschap – de musical richt zich vooral op een jeugdig publiek dat weinig weet van de Tweede Wereldoorlog – wordt vrijwel nooit hinderlijk. Alleen in de scène dat de bewoners van het Achterhuis worden opgepakt, wordt het nazigeweld wel heel nadrukkelijk ingewreven, compleet met schreeuwende SS’ers in namaak-Duits, met zweepjes en dobermannpinchers. De boodschap was zonder dit geweld vermoedelijk ook wel aangekomen bij de jeugdige doelgroep.

Producent Alvero heeft nog geen concrete voorstellen ontvangen uit het buitenland. „We willen de productie eerst goed inspelen hier in Spanje”, aldus Alvero. De musical is zeker tot aan de zomer te zien in Madrid.