Opnieuw vervolgen voor oud delict mag voortaan

Vrijgesproken verdachten kunnen in de toekomst opnieuw berecht worden als uit nieuw bewijsmateriaal blijkt dat zij het delict wel hebben begaan. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) bereidt wetgeving voor waarin dat onder bepaalde omstandigheden mogelijk wordt.

Hirsch Ballin schrijft dat in een brief over herziening van het Wetboek van strafvordering aan de Tweede Kamer. Hij komt dit voorjaar met een conceptwetsvoorstel waarin aanpassing van het ‘buitengewoon rechtsmiddel herziening’ wordt opgenomen.

In het strafrecht geldt tot nu toe het ‘ne bis in idem-principe’: het Openbaar Ministerie mag dezelfde persoon niet twee keer vervolgen voor hetzelfde delict. Dat is een internationaal erkend burgerrecht, bedoeld om de burger te beschermen tegen ‘achtervolging’ door de overheid.

Maar nieuwe opsporingsmethoden, waaronder DNA-onderzoek, maken het mogelijk om achteraf de schuld van een dader alsnog met grote waarschijnlijkheid vast te stellen.

Vorig jaar pleitte de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Harm Brouwer, voor heropening van strafzaken als er achteraf nieuw en doorslaggevend bewijs is ontdekt. Dat zou kunnen door het OM de mogelijkheid te geven herziening aan te vragen bij de Hoge Raad. Dat is nu al mogelijk als er na een definitieve veroordeling nieuwe, ontlastende feiten aan het licht komen.

Eerder werd de tijdelijke Commissie evaluatie afgesloten strafzaken ingesteld, die een herziening kan adviseren. Hirsch Ballin wil de mogelijkheid zaken te heropenen nu structureler regelen.

Volgens de minister moet dan ook de positie van mogelijk ten onrechte vrijgesproken verdachten worden meegenomen.