Kunstje

‘Zal ik jullie een kunstje laten zien?” vraagt Henriette.

Ze zet haar tanden in haar staart een draait een rondje.

„Kunnen jullie dat ook?” vraagt ze.

„Tuurlijk!” zegt Rintje.

„Je moet er heel lenig voor zijn”, zegt Henriette. „Het is echt niet makkelijk.”

Na een paar keer happen lukt het Rintje ook.

„Nu jij Tobias!” zegt Henriettte.

Maar wat Tobias ook probeert, het lukt hem niet. „Mijn kop zit veel te ver weg van mijn staart!” zucht hij.

„Geeft niks”, zegt Rintje. „Kom, we gaan ballen in het weiland!”

„Hoe komen we aan de overkant?” vraagt Henriette als ze voor het slootje staan dat om het weiland ligt. „Springen durf ik niet, want dan word ik misschien wel vies.”

„Wacht”, zegt Tobias. „Nu zal ik jullie mijn kunstje eens laten zien!”

Hij zet zijn achterpoten stevig op de rand van het slootje, zet zich af en komt met zijn voorpoten aan de overkant.

„Nu ben ik een brug!” zegt Tobias.

„Hoera voor Tobias de levende brug!” roepen Rintje en Henriette.

Einde