‘Je kunt ons niet pakken met strafblad Miloševic’

De Serviërs begrijpen niet hoe de EU en de VS Kosovo van Servië kunnen afpakken. Ze voelen zich gestraft voor misdaden van een man die ze zelf verafschuwen: Miloševic.

„Er zullen niet nog meer ambassades afbranden. Maar hopelijk dringt het besef door dat Servië nooit een onafhankelijk Kosovo zal erkennen. Dat Servië op termijn het verlies van Kosovo wel zal slikken is de zoveelste vergissing van het Westen.”

Ljiljana Smajlovic is hoofdredactrice van Politika, één van Servië’s grootste dagbladen. Een frêle dame van één meter zestig. Een ravenzwarte pony met daaronder priemende ogen. Haar vijanden noemen Politika, deels in staatshanden, een spreekbuis van de Servische premier Vojislav Koštunica. Maar zelfs haar ergste vijanden prijzen Smajlovic om haar scherpe, goed gefundeerde meningen.

Het is een week na de hevige rellen in Belgrado die volgden op de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. Relschoppers zetten in Belgrado de Amerikaanse ambassade in brand en trokken plunderend door de stad.

’s Ochtends meldt Politika dat ook Zwitserland Kosovo’s onafhankelijkheid erkent. „Daarmee staat de teller nu op twintig landen”, rekent Smajlovic voor. „Een magere score.” Ze noemt het Kosovo-beleid van de internationale gemeenschap „een schande” en „een flagrante schending van VN-resolutie 1244”. Met ‘1244’ kwam na de oorlog van 1999 Kosovo onder VN-bestuur. De EU-missie Eulex, onder leiding van de Nederlandse diplomaat Pieter Feith, gaat dat VN-bestuur nu vervangen. In Servië wordt het uitgelegd als de handtekening van de EU onder de onafhankelijkheid.

Smajlovic: „Eerst beloofde de EU te wachten met een missie tot er een nieuwe VN-resolutie kwam. Toen bleek dat de Russen dat in de VN-Veiligheidsraad tegenhielden werd het afgezwakt tot: we wachten op een uitnodiging van VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon. Die kwam er ook niet. En toch gaat de EU-missie van start. Het is een Amerikaanse manier van optreden: eerst een land binnenvallen, en daarna zien we wel hoe we het legitimeren.”

Smajlovic was in 2000 actief in het kamp dat ijverde voor de val van Slobodan Miloševic, die in de jaren negentig in Kosovo de Albanezen onderwierp aan een apartheidsregime. „Ik zal de laatste zijn die Miloševic zal verdedigen. Maar je kunt het internationale recht niet even opzij zetten voor wat een dode dictator destijds heeft misdaan. Met Miloševic’ strafblad kun je ons niet in de hoek slaan.”

Bij gebrek aan een juridische grondslag hebben de VS en de EU volgens Smajlovic de kwestie-Kosovo afgehandeld met morele argumenten. „De Serviërs hebben door het moorden hun rechten op Kosovo verspeeld, luidt de redenering. Maar de laatste acht jaar hebben de Albanezen in Kosovo net zo goed hun morele recht verloren. Ze hebben Kosovo-Serviërs vermoord. Serviërs leven er in enclaves, beroofd van bewegingsvrijheid en meningsuiting. En voor die status quo worden de Albanezen door het Westen beloond met een onafhankelijkheid, aangevoerd door premier Hashim Thaçi, een moordenaar en ex-guerillaleider. Hoe leg ik dat aan mijn lezers uit?”

In hartje Belgrado zijn de sporen van de eerdere veldslag bij tal van ambassades en de massale plunderingen amper zichtbaar. Een vroeg voorjaarszonnetje heeft iedereen in Belgrado op straat gelokt. Terrasjes zitten overvol.

„Een zelfde ogenschijnlijke rust ervaar ik nu in Kosovo”, zegt Dušan Janic aan de koffietafel in restaurant Petrograd. Als directeur van het Forum voor Etnische Relaties onderhoudt Janic contacten met zowel Servische als Albanese politici in Kosovo. Hij staat bekend als een gematigde, rationele intellectueel. „Over Kosovo ben ik pessimistischer dan ooit”, zegt Janic. Onder de Albanezen is er weinig vertrouwen in de EU-missie, zij dulden slechts het gezag van Amerikanen. En onder de Serviërs proef ik slechts angst en woede.”

Volgens Janic wordt in het door Serviërs bewoonde noorden van Kosovo alles in stelling gebracht om de EU-missie in Kosovo te saboteren. „Niemand zal het gezag van Eulex dulden.” In 1989, nog onder Miloševic, was Janic de oprichter van de Europese Beweging in Servië. „Ik heb de arrogantie van de Brusselse bureaucratie leren kennen. Maar wat de EU nu in Kosovo wil gaat echt te ver.”

Volgens Janic heerst in Kosovo „de stilte voor de storm”. „Mijn Albanese bronnen vertellen me dat Albanese terroristen zich voorbereiden op acties. Ze willen de radicaliserende Serviërs in Noord-Kosovo van repliek dienen.” Het zal de Albanese zaak geen goed doen, zegt Janic. „Ze moeten de internationale gemeenschap immers overtuigen dat ze de onafhankelijkheid aankunnen. Maar vergeet niet: in Kosovo leven één miljoen woedende, werkloze jonge Albanezen waar je moeilijk vat op krijgt.”

Tien maanden geleden ontplofte onder het raam van het Belgradose appartement van Dejan Anastasijevic een handgranaat. Anastasijevic, commentator van weekblad Vreme, wist dat hij veel vijanden had sinds zijn publicaties over Servische oorlogsmisdaden. „Ik sta te boek als niet-patriottisch.” Hij en zijn gezin bleven ongedeerd.

Tijdens de oorlog om Kosovo zag Anastasijevic als verslaggever „welke gruwelijke misdaden Serviërs begingen tegen Albanezen. Ik begrijp dat de Albanezen nooit meer kunnen leven onder Servische patronage. Maar hoe Servië nu wordt gestraft is pijnlijk, en het onafhankelijk maken van Kosovo kan ernstige gevolgen hebben.” Een klein incident, en de bom kan barsten, vreest hij. „Kijk in het verleden: om op de Balkan de politieke aandacht op te eisen is geweld altijd het enige efficiënte middel gebleken.”

Servië is volgens Anastasijevic een „speeltuin” geworden voor de grote machten, de VS, Rusland en de EU. „Op het machtsvertoon van de Amerikanen in de regio volgde de borstklopperij van Rusland dat aan de zijde van Servië staat. De EU heeft dat Russische optreden onderschat, en hobbelt er nu achteraan.”

Het liberale Vreme en de nationalistische Politika – ze verhouden zich in de Servische media als water tot vuur. Maar over Kosovo zijn ze eensgezind. „Er wordt over ons heen gelopen”, zegt Politika-hoofdredactrice Smajlovic. „Na de val van Miloševic in 2000 heeft Servië gebouwd aan een democratie. Nu krijgen we te horen dat dat niks waard is en dat de erfenis van Miloševic toch de doorslag geeft. Rechtvaardigheid en integriteit zijn volledig buitenspel gezet.”