Jaloezie

In 1981 nam ik uitgever Geert van Oorschot een interview af, dat onder meer over Joop den Uyl ging. Zijn oordeel over de politicus was opmerkelijk negatief. „Ik vind de PvdA een verloren zaak, hoofdzakelijk door Den Uyl, die beter weet, maar niet de moed heeft omdat hij een carrièrist is. In dat opzicht onderscheidt hij zich overigens van bijna niemand… Hij heeft in 1977 verzuimd zijn partij tot gehoorzaamheid te dwingen. Het is zijn schuld dat Van Agt en Wiegel erin zijn gekomen.”

Van Oorschot doelde op de toegeeflijkheid van Den Uyl ten opzichte van zijn partij, die te hoge eisen stelde aan het CDA, waardoor deze partij met de VVD ging regeren. Mag een politicus dan geen fouten maken, vroeg ik hem nog. „Zo’n fout niet”, zei hij. „Het zal nooit meer iets met hem worden, hij heeft bewezen dat hij het niet kan.”

Toen Van Oorschot deze uitspraken deed, had ik geen idee dat hij Den Uyl zó goed had gekend als nu uit de Den Uyl-biografie van Anet Bleich blijkt. Evenmin liet Van Oorschot blijken dat ze gebrouilleerd waren geraakt.

Den Uyl kreeg allerlei levenslessen van zijn tien jaar oudere vriend Van Oorschot, schrijft Bleich, tot op het gebied van de erotiek toe. „Je bent te vrouwelijk”, zei Van Oorschot tegen hem. „Je maakt met praten de liefde dood. Kun je niet een avond met een vrouw samen zijn zonder te praten? Kun je niets doen zonder te denken?”

Van Oorschot kreeg in 1943 een verhouding met de jonge, levenslustige Beppie (later Liesbeth) van Vessem, maar hij raakte verliefd op zijn latere vrouw Hillie en beval Beppie aan bij Den Uyl met de woorden: „Joop, ik heb dé vrouw voor jou gevonden.” Hij zei er niet bij dat hij zélf iets met Beppie had gehad. Toen dat later uitkwam, werd het een van de hoofdoorzaken van een definitieve breuk tussen beide vrienden.

„Den Uyl werd heen en weer geslingerd tussen zijn liefde voor Liesbeth en onbehagen over het feit dat hij niet haar eerste minnaar was”, schrijft Bleich.

Dit verschijnsel kwam mij bekend voor. Niet dat ik er zelf last van heb gehad – je kunt het toch ook als een compliment opvatten als je partner na een interessante erotische voorgeschiedenis op jou overstapt? En dat Van Oorschot er niet over wilde praten, was met het oog op de discretie ten opzichte van Liesbeth ook nog wel te billijken.

Maar Den Uyl kreeg kennelijk last van wat in de psychiatrie de ‘retrospectieve jaloezie’ wordt genoemd. Die kan uitmonden in obsessieve wraakgevoelens voor de vroegere minnaars van de partner.

Iemand die daar in nog veel ernstiger mate onder gebukt ging, was de schrijver Eddy du Perron. Zijn vrouw had eerder een kortstondige relatie gehad met een acteur. Du Perron kende de man niet, maar ontwikkelde niettemin een diepe haat tegen hem en begon zelfs moordplannen te koesteren. Kees Snoek heeft dit enkele jaren geleden onthuld in zijn Du Perron-biografie.

Saillante toevalligheid: een van de favoriete schrijvers van Den Uyl was Du Perron. Om elkaar beter te leren kennen, schreven Joop en Liesbeth zelfs ieder een essay over Du Perrons boek Het land van herkomst. Joop kon toen nog niet weten dat hij geplaagd werd door hetzelfde soort gevoelens als zijn literaire held.