In diepe slaap totdat iemand je naam fluistert

Dromen? Misschien hebben ze nut. Zeker weet hoogleraar Ton Coenen het niet.

Wat hij wel weet? „Je kunt je voornemen van een bepaald geluid wakker te worden.”

Ton Coenen (65) dacht twintig jaar geleden dat hij wel ongeveer wist waarom mensen slapen en dromen. Maar hoe langer hij in het vak zat, hoe meer zekerheden hij verloor. En nu hij afscheid neemt als hoogleraar neurofysiologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, nu zegt hij dat hij eigenlijk geen idee heeft.

Hij gelooft dat slaap dient voor fysiek herstel. Maar echt bewezen is dat niet, zegt hij. En dromen? Misschien hebben ze nut, misschien zelfs betekenis. Maar dat is ook niet bewezen. Ze kunnen net zo goed het willekeurig bijproduct zijn van hersencellen die zich aan het reguleren zijn. Een soort geronk van de motor.

Zijn leven lang heeft Coenen door middel van EEG (electroencephalogram) onderzoek gedaan naar de activiteit van hersenen bij waken en slapen, bij epilepsieaanvallen en bij de overgang naar de dood. Toen hij ermee begon dacht hij nog dat slaap een actieve rol had in het opslaan van informatie.

Een oud idee, Aristoteles dacht het rond 350 voor Christus ook al. Amerikanen stelden in 1924 voor het eerst in een experiment vast dat proefpersonen twee keer zoveel woordjes onthielden als ze na het uit het hoofd leren ervan meteen gaan slapen.

In de jaren tachtig meende Coenen, met andere onderzoekers, dat hij de ‘sleutel’ voor dit effect had ontdekt: de REM-slaap. Dat is de slaap waarin gedroomd wordt, REM staat voor rapid eye movements. Bij ratten bleek dat het ritme in het EEG tijdens de REM-slaap hetzelfde is als het ritme wanneer ze wakker zijn en hun omgeving verkennen en inspecteren. De hypothese was dat het ritme zich in waaktoestand voordoet bij de tijdelijke opslag van informatie, en in slaaptoestand bij de verdere verwerking ervan.

Maar nee hoor. Hoeveel ratten er ook uit hun REM-slaap werden gehouden, er werd geen verband gevonden met wat ze wel of niet onthielden van wat ze geleerd hadden. Er zijn onderzoekers die nu denken dat het de diepe slaap is die belangrijk voor het geheugen is, of de diepe slaap samen met de REM-slaap. Maar Ton Coenen gelooft er niet meer in. „Uit al die experimenten komt wat anders.”

Slaap heeft wel invloed op het geheugen, zegt hij. Maar op een saaie manier: er is geen nieuwe informatie. Dat mensen hun uit het hoofd geleerde woordjes beter onthouden als ze meteen daarna gaan slapen, komt volgens Coenen alleen maar doordat er niet nog allerlei andere dingen bij komen.

Slaap lijkt de opslag in het geheugen alleen passief te beïnvloeden, zegt Coenen. Niet actief. „Het is een gunstige voorwaarde.” Voor iedereen die ’s middags huiswerk leert en daarna een moeilijk computerspel gaat doen: dat is misschien niet de slimste volgorde.

Wat Ton Coenen wonderlijk vindt: dat mensen (en dieren) van de ene prikkel wel wakker worden en van de andere niet. Een luid tikkende wekker? Een zoemende verwarming? Als iemand eraan gewend is, geen probleem. Maar een ruitje dat zachtjes wordt ingetikt? Je naam die in je oor wordt gefluisterd? Een vliegtuig waar je je aan ergert? Klaarwakker!

Coenen: „Je evalueert in je slaap binnenkomende informatie zonder dat je het weet. Je zintuigen werken, alles wat onbelangrijk is wordt tegengehouden. Maar belangrijke informatie wordt zonder dat je het weet wel herkend. En daar word je wakker van. Je kunt ook met jezelf afspreken wat je belangrijk vindt en wat niet. Je kunt je voornemen om van een bepaald geluid wakker te worden.”

Hij noemt dit mechanisme sensory gating, zijn belangrijkste wetenschappelijke artikelen gaan daarover. Hoe het precies werkt, weet hij nog steeds niet. Hij ziet wel een verband met dromen. Die kunnen gezien worden als reeksen interne stimuli, en hoe komt het dat hersenen aan sommige daarvan meer belang toekennen dan aan andere? „Van belangrijke of emotionele gebeurtenissen in je droom schiet je ook wakker.”

Mensen bij wie deze sensory gating niet of niet goed werkt, blijven wakker. Ze kunnen zich bijvoorbeeld niet afsluiten voor hun eigen gedachten, hun hersenen blijven veel te actief, en daardoor vallen ze niet in slaap. Slapeloosheid, zegt Ton Coenen, lijkt op een gebrek aan concentratievermogen.

Hoe slaapt hij zelf? „Ik ga om half een naar bed en sta om acht uur op. Ik probeer wel eens het ogenblik te vangen waarop ik in slaap val. Het ene moment heb je een normale gedachte, het volgende moment is het een heel vreemde gedachte. Waar komt die dan vandaan? Wat is het verband?”

En?

„Voor mij is het onbegrijpelijk.”

Vandaag houdt hoogleraar Ton Coenen zijn afscheidscollege, Hypnos en Thanatos: de tijdelijke en de eeuwige slaap. Tijd: 15:00 uur, locatie: Academiezaal Aula, Comeniuslaan 2, Nijmegen.