‘Ik respecteer gelovigen niet’

Hij stond achter Bush toen het om Irak ging. En hij heeft een hekel aan Kissinger, Moeder Teresa en Bill Clinton. Christopher Hitchens zoekt graag de confrontatie.

Voordat Christopher Hitchens God de maat neemt, eerst nog wat hogere politieke wiskunde. De van oorsprong Britse journalist (58) kreeg onlangs de Amerikaanse nationaliteit en mocht daarom voor het eerst stemmen in de VS, bij de voorverkiezingen in zijn woonplaats Washington. Bij de presidentsverkiezingen in november zal hij vrijwel zeker op John McCain stemmen, zegt hij, vanwege diens onvoorwaardelijke steun voor de Amerikaanse aanwezigheid in Irak. ,,Maar niet van harte. Hij blijft een rare vent. En om de steun van de rechtervleugel van zijn partij te krijgen zal hij straks een conservatief stuk tuig moeten benoemen als running mate.”

Bij de voorverkiezing liet Hitchens zich niettemin registeren als Democraat, om tegen Hillary Clinton te kunnen stemmen (,,Een vrouw zonder één enkel principe.”). Hij koos voor John Edwards, die nog wel op het stembiljet stond, maar zich al had teruggetrokken als kandidaat. ,,Zo wilde ik mijn protest laten blijken, dat er zó vroeg in het proces nog maar twee kandidaten over zijn. Dat vind ik hoogst ondemocratisch.”

Zulke overwegingen weerhouden Hitchens er niet van te verklaren (,,hoewel ik oud en cynisch ben”) dat hij ,,geroerd” zal zijn en zelfs „een traan zal wegpinken”, als Barack Obama de eerste – voor de helft – zwarte president van de VS zou worden.

Welkom in het hoofd van Hitchens. Ingewikkeld en toch eenvoudig, want zijn politieke redeneringen komen altijd uit bij de vraag: wie deugt er en wie niet? Wie is mijn vriend en wie is de vijand?

Hitchens is een journalist uit het boekje: altijd een mening paraat, een dubbele whisky binnen handbereik en tot voor kort een brandende sigaret tussen zijn vingers; hij stopte onlangs met het roken van drie pakjes sigaretten per dag. Dat is ook een beeld waaraan hij graag wil voldoen; voor het omslag van een van zijn boeken liet hij zich fotograferen in een grote grijze regenjas (kraag opgeslagen).

Bij dat klassieke journalistieke personage hoort ook: lang doorhalen en hard werken. Met zijn eindeloze stroom columns, essays en boeken is hij prominent aanwezig in het Amerikaanse publieke debat. Zijn helden zijn Thomas Paine en George Orwell – over beiden schreef bij bewonderende boeken. Hitchens is bekend om zijn woeste aanvallen op onder anderen Henry Kissinger (oorlogsmisdadiger) en, verrassender, Moeder Teresa (hypocriet) en Bill Clinton (leugenaar) (zie inzet). In de jaren zeventig was hij lid van een trotskistische splinterbeweging en ook daarna bleef hij zichzelf zien als ‘man of the left’. Maar hij verloor veel progressieve vrienden door zich achter president Bush te scharen in de aanloop naar de oorlog in Irak.

Wat constant is gebleven, is zijn atheïsme. In vier maanden rammelde hij zijn nieuwe boek uit de tekstverwerker: God Is Not Great. How Religion Poisons Everything, dat meteen zijn eerste bestseller werd. De ondertitel verraadt veel: Hitchens haalt alles uit de kast om de wereldreligies definitief de wacht aan te zeggen. Vorige week was hij in Amsterdam ter gelegenheid van de Nederlandse vertaling.

Alle religies krijgen er in uw boek van langs. Maar de laatste de jaren heeft de wereld toch vooral last van uitwassen van één bepaalde religie, de islam?

,,Op dit moment is de internationale jihad waarschijnlijk de meest acute bedreiging in de wereld. Maar vergeet ook de rechtervleugel van de orthodoxe kerk in Rusland niet, die ernaar streeft om weer een monopolie op het onderwijs te verwerven. Of denk aan het verbond van fundamentalistische protestanten in de VS en orthodoxe joden in Israël. Dat is potentieel extreem gevaarlijk, want beide groeperingen verlangen naar het einde van de wereld, zodat de Messias kan komen. Dat vind ik een weinig geruststellend idee.”

Wat is uw hoofdbezwaar tegen religie?

,,Dat is het idee dat geloven iets goeds zou zijn, in plaats van een menselijke zwakheid. Vrijwel iedereen is bereid om bepaalde zaken te geloven, zonder er een spoor van bewijs voor te hebben. Dat is een aspect van onze geaardheid als primaten dat we steeds onder bedwang moeten houden en moeten wantrouwen.

„Mijn tweede hoofdbezwaar is de neiging van iedere religie om zich tegen alle andere geloven te keren. Het meeste religieuze geweld richt zich niet tegen atheïsten, zoals ik, maar tegen andere religieuze groeperingen. Verreweg de meeste slachtoffers van de jihad zijn andere moslims: de shi’ieten in Irak en Pakistan. Stel je eens voor hoe Irak er nu voor zou staan als daar niet een volkomen betekenisloos dispuut bestond, tussen soennieten en sji’ieten, over kwesties rond de opvolging van Mohammed.”

Geven in die conflicten niet eerder economische en politieke factoren de doorslag?

,,Als iedereen van de een op andere dag atheïst zou worden, zouden er nog steeds nationale conflicten bestaan, zeker. Maar die conflicten worden wel veel complexer en zijn veel moeilijker op te lossen doordat religie er een rol in speelt. Neem het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Daar heb je twee ongeveer even grote bevolkingsgroepen die aanspraak maken op hetzelfde gebied. De oplossing ligt voor de hand: het land verdelen. Maar dat is onmogelijk omdat er nog steeds genoeg rabbi’s zijn die zeggen dat het land door God aan de joden is beloofd, en mullah’s die beweren dat het aan de moslims is beloofd.”

U heeft nauwelijks oog voor de gematigde gelovigen.

„De basisteksten van religies steunen de extremisten. Het is een compliment aan het werk van denkers als Spinoza en Bertrand Russell dat sommige religieuze stromingen zich hebben aangepast aan de moderniteit en het secularisme. Dat is een punt voor ons, niet voor hun. Maar het virus is er nog steeds, omdat de basisteksten de fundamentalisten gelijk geven. Daarom hoop ik dat meer moslims in de toekomst niet alleen zullen zeggen: ik ben gematigd, maar ook: ik ben geen moslim meer. Iedereen zich dan beter voelen.”

U zou religie zo ver mogelijk willen vernietigen?

,,Overstijgen. Dat is het woord dat ik zou kiezen.”

Aan de andere kant citeert u in uw boek Freud, die heeft gezegd dat religie nooit zal verdwijnen. Daarin geeft u hem gelijk.

„Daar zit een tegenstelling, in mij en in het boek. Als ik de wereld ervan zou kunnen overtuigen om atheïst te worden, zou ik dat toch niet doen. Van de honderd mensen zou ik er 99 willen overtuigen, maar de laatste niet. Omdat ik iemand nodig heb om ruzie mee te maken. En omdat het geloof de inspiratie is geweest voor muziek, kathedralen, schilderijen. Als alle religie zou verdwijnen, zou ik dat toch als een verarming ervaren.”

Als religie toch niet zal verdwijnen, ligt het dan niet voor de hand om naar een modus vivendi te zoeken?

,,Dat moeten anderen maar doen. Er zijn altijd genoeg mensen te vinden die willen zoeken naar het compromis. Iemand moet het opnemen voor de confrontatie en dat moet ik dan maar zijn. Je hoort vaak: we moeten wederzijds respect tonen. Dat klinkt goed. Maar heb ik echt respect voor mensen met een religieuze overtuiging? Nee, dat heb ik niet. Ik ga er niet over liegen. Ik ben geen hypocriet. Waar ik wel respect voor heb, zijn mensen die voor zichzelf kunnen denken.”

Iemand die gelooft is daar per definitie niet toe in staat?

„Sommige mensen kunnen een strikte scheiding aanbrengen in hun hoofd tussen hun denkvermogen en hun geloof. Maar waarom zou je dat willen? Waarom zou je willen leven met zo’n vorm van schizofrenie?”

Zijn seculiere ideologieën zoals het communisme en het fascisme niet minstens zo gevaarlijk als religies?

,,Dat is waar, maar het maakt de zaak voor religie er niet beter op. Dit is alleen maar een manier om van onderwerp te veranderen. Die tegenwerping is vaak gebaseerd op een verkeerd begrip van wat secularisme is. Het fascisme is een andere woord voor de rechtervleugel van het katholicisme in landen als Spanje, Portugal, Italië, Kroatië en Hongarije tijdens de jaren dertig. Dat is zeker geen secularisme. Dat ligt anders bij het nationaal-socialisme. De harde kern wilde het christendom vervangen door een arische leiderschapscultus. Maar Hitler bleef altijd streven naar goede relaties met de katholieke kerk.

,,Stalin was de erfgenaam van een politieke cultuur, waarin de tsaar door de boeren eeuwenlang als een afgezant van God was beschouwd. Hij zou wel gek zijn geweest als hij daar geen gebruik van had gemaakt. Daarom zie je in het stalinisme alle elementen terug van een geloof, inclusief beschuldigingen van ketterij, excommunicaties, wonderen en leiderverering.”

U was sterk voorstander van het Amerikaanse optreden in Irak. Volgens critici, zoals Francis Fukuyama, is die roekeloze actie juist voortgekomen uit de ideologische, dogmatische manier van denken.

„Tot op zekere hoogte heeft hij daarmee een punt. Er waren altijd argumenten van prudentie aan te voeren, tegen welke actie dan ook. Het is waar dat ik me niet van te voren heb afgevraagd of het Amerikaanse leger wel in staat zou zijn om het lichtnet van Bagdad opnieuw aan te sluiten. Ik ben ervan uit gegaan dat dat wel in orde zou komen. Ze bleken dat niet te kunnen, en ze kunnen dat nog steeds niet. Dat is un-fucking-believable.

Christopher Hitchens: God is niet groot. Hoe religie alles vergiftigt. Vertaald uit het Engels door Paul Witte. Meulenhoff, 317 blz. € 21,50.