Het O-woord

Alsof er een korst van een wond werd getrokken, zo pijnlijk getroffen reageerde de PvdA-fractie gisteren op uitlatingen die minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) over het ontslagrecht had gedaan. Een betere illustratie van de gespannen verhoudingen in de coalitie op dit punt had ze niet kunnen geven.

Na het H-woord (afschaffing of vermindering hypotheekrenteaftrek) en het A-woord (aantasting van de AOW) is er nu het O-woord (versoepeling ontslagrecht) waarop kennelijk van sommige partijen een taboe moet rusten. Dat de regeringsfracties op dit punt verdeeld zijn, is glashelder en ze maken daar zelf ook geen geheim van. In de verhitte discussies over dit onderwerp heeft het voorbestaan van het kabinet vorig jaar op het spel gestaan. Het CDA is voor versoepeling, PvdA en ChristenUnie zijn tegen, kort samengevat.

Het politieke probleem is dat met name de PvdA-fractie, met de hete adem van vakcentrale FNV en de concurrerende SP in de nek, haar standpunt in marmer heeft gebeiteld. Daartegenover staat een minister, Donner, die ook geen grote reputatie heeft gevestigd als het gaat om flexibel gedrag.

Zo veel bijzonders zei de minister gisteren overigens niet in zijn vraaggesprek met dagblad De Pers. Omdat de coalitie er zelf niet uitkwam, heeft Donner vorig jaar een commissie ingesteld die het kabinet moet adviseren hoe de arbeidsparticipatie in Nederland kan worden vergroot. Doel en noodzaak zijn onomstreden: als niet meer Nederlanders betaald werk gaan verrichten, wordt de verzorgingsstaat als gevolg van de vergrijzing onbetaalbaar. Als deze commissie, de commissie-Bakker, tot de conclusie komt dat versoepeling van het ontslagrecht daarvoor noodzakelijk is, moet dat serieus worden genomen, zei Donner, en wat hem betreft wordt dat advies dan opgevolgd. Wordt de arbeidsparticipatie niet vergroot (het kabinet streeft naar 80 procent in 2016), dan moet er worden gesneden in de sociale voorzieningen, aldus de minister.

Woedend reageerde waarnemend PvdA-fractieleider Hamer daar gisterochtend in de media op. De minister moest zich maar eens op zijn positie beraden, vond ze. Er volgde een spoeddebat in de Tweede Kamer, niet alleen met Donner, maar ook met premier Balkenende. Naderend onheil? Haastig schreef Donner eerst een brief aan de Kamer, met de mededeling dat hij de commissie-Bakker niet had willen beïnvloeden. Deze pleister bleek al groot genoeg om de kwetsuur bij de PvdA af te dekken. Het debat liep dus met een sisser af.

Maar daarmee is het conflict nog niet verdwenen. Het is desondanks gewenst dat de commissie zich inderdaad niet door de minister laat beïnvloeden, maar ook zeker niet door anderen. Dat ze zich, overeenkomstig haar opdracht, „zonder beperking” zal buigen over de problematiek. En dat ze zich bij haar advisering dus niet laat leiden door de politieke haalbaarheid ervan. Dan hoort ook versoepeling van het ontslagrecht niet bij voorbaat als optie te worden uitgesloten. Of de PvdA-fractie dat nu aanvaardbaar vindt of niet.