Hele dag zwijgend printers assembleren

Het verplaatsen van de productie van printers naar lagelonenlanden was voor Océ jarenlang niet rendabel vanwege de kleine volumes. Maar die strategie bleek niet langer vol te houden.

Voor de werknemers die in het Maleisische Penang breedformaatprinters van Océ maken, duurt één taak 26 minuten. Bij andere apparaten van de printerfabrikant uit Venlo zelfs drie kwartier.

In de grote productiehal op het tropische schiereiland draaien tientallen jonge mensen in witte jassen schroeven vast en monteren plastic onderdelen op de juiste plaats. Na 26 minuten beginnen ze bij het volgende exemplaar opnieuw. Ze werken van zeven tot zeven, praten doen ze nauwelijks.

Voor een printerfabriek is 26 minuten ongekend lang, vertelt ingenieur S. Wong van Flextronics, het bedrijf dat de fabriek runt. Flextronics heeft ook een fabriek voor printers van het Amerikaanse Xerox, even verderop in Penang. Daar duurt een taak maar 5 minuten. De werknemers in de Océ-fabriek moeten dan ook ietsje slimmer zijn en hebben soms nog een technisch certificaat gehaald na hun middelbare school. Ze krijgen ook iets meer betaald.

Omdat het productieproces van Océ ingewikkelder is, komt 60 procent van de werknemers in de fabriek niet uit Maleisië, maar uit Vietnam of Nepal. „Dat is om het verloop te beperken”, zegt Wong. Buitenlanders worden door Flextronics ondergebracht in een hostel en kunnen tijdens hun driejarig contract niet weglopen naar de concurrent, waardoor maar 2 procent van de werknemers per jaar vertrekt. In de Xerox-fabriek is het aandeel Maleisiërs hoger.

Océ maakt geavanceerde printers, maar het maakt er relatief weinig. Van de breedformaatprinters uit Penang worden er elk jaar een paar duizend verscheept. Daarom was de printerfabrikant zo laat met het verplaatsen van zijn productie. Pas sinds 2004 heeft Océ een flink deel van de productie uitbesteed aan twee fabrikanten in Azië: Flextronics en het kleinere Venture.

Concurrenten deden dat al veel eerder: de Xerox-fabriek in Penang ging open in 1998. Voor dat soort partijen, die honderdduizenden printers per jaar verkopen, was de druk om goedkoop uit te besteden groter, zegt technisch directeur Anton Schaaf van Océ. Doordat hun productieproces simpeler is en beter valt op te delen in kleine stukjes, behalen zij ook meer voordeel in een lagelonenland. Maar sinds de economie begin deze eeuw tegenzat, kan Océ ook niet meer anders. Schaaf: „Iederéén kijkt nu naar de kosten.”

Vier jaar nadat Océ met uitbesteden begon, is de Aziatische vestiging klaar om de eindverantwoordelijkheid te krijgen over de producten die er worden gemaakt. Gisteren was de officiële opening van Océ Technologies Asia (OTA), de afdeling in Singapore die alles gaat regelen rond de productie, logistiek, inkoop en ontwikkeling in Azie. „Als we dat vanuit Venlo blijven doen, blijf ik constant reisverzoeken naar Singapore ondertekenen”, zegt Schaaf.

Want er valt veel te regelen. Tjebbe Smit, die het nieuwe technologiecentrum leidt, vertelt dat het bedrijf al snel ontdekte dat de ontwerpen waren toegesneden op de Europese situatie. Sommige materialen of onderdelen bleken in Zuidoost-Azië niet te krijgen. Zo keerde Océ in een paar gevallen terug naar zijn oude leverancier in Nederland, omdat diens onderdelen toch wat unieker waren dan van tevoren werd gedacht. Sowieso had Océ niet naar Azie gekund als zijn concurrent de weg nog niet hadden geëffend. Flextronics heeft bijna alle grote printerfabrikanten als klant en heeft een enorm leveranciersbestand. Smit: „Als we onze 150 leveranciers zelf hadden moeten zoeken, zaten we nu misschien bij nummer 30.”

Ongeveer 60 procent van de productiewaarde in Venlo is nu verplaatst naar fabrikanten in lagelonenlanden. Dat moet eind dit jaar 80 zijn: iets meer dan de helft van het totaal van Océ, dat zijn meest geavanceerde printers nog zelf maakt in München en Vancouver. De kostprijs van de ‘verplaatste’ printers is daardoor maximaal 30 procent lager geworden, zegt Smit. Maleisiërs verdienen acht tot tien keer minder dan Limburgers en Flextronics kan het productieproces efficiënter inrichten. In de fabriek in Venlo was de ‘taaktijd’ wel anderhalf uur. Smit: „Dat heeft te maken met de cultuur. Dat hele idee van job fulfillment is heel luxe, heel westers. Dat is hier helemaal niet nodig.” Inmiddels worden er in Maleisië ook printers geproduceerd die nooit in Venlo zijn gemaakt. Einddoel is dat nieuwe printers worden ontworpen voor de Aziatische productieomgeving, zodat alle onderdelen en materialen daar te krijgen zijn.

Océ gaat in Singapore ook 25 man aannemen voor onderzoek en ontwikkeling. Maar het werk dat zij gaan doen is niet te vergelijken met dat van de 900 man in het onderzoekscentrum in Venlo, legt Smit uit. In Venlo worden nieuwe printtechnieken uitgevonden, bedenkt men hoe inkt eruitziet in 2020. In Azie betekent R&D het verbeteren van bestaande modellen en vooral: zoveel mogelijk de kosten naar beneden brengen. „Dat deden we nauwelijks in Venlo”, zegt Smit. „Nederlandse R&D-mensen vinden dat saai, niet sexy. Maar hier in Azië komen ze van productie af en vinden ze dat al fantastisch. Ze verwachten echt niet dat wij hier 15 jaar voor marktintroductie aan nieuwe technologie gaan zitten fröbelen.”

Zo wordt Azie steeds belangrijker voor Océ. Maar het grote geld wordt toch nog steeds verdiend in Venlo. Daar blijft de productie van inkt en toners waar Océ het meest aan verdient. De recepten daarvan vertrouwt het bedrijf nog niet toe aan kopieergrage Aziaten, zegt Smit.