Geluk is een bord koude soep

Sidi Larbi Cherkaoui begon als danser in tv-shows en is inmiddels een regisseur en choreograaf van wereldfaam. In zijn danstheater zoekt hij naar overeenkomsten tussen culturen. „Gelukkig worden is niet moeilijk.”

Sidi Larbi Cherkaoui foto Leo van Velzen Brussel, 16-02-08. Sidi Larbi Cherkaoui, choreograaf. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Als ik met mijn Marokkaans paspoort in het vliegtuig stap, denken ze vast dat ik een terrorist ben”, zegt Sidi Larbi Cherkaoui. „Maar met mijn Belgisch paspoort zien ze me misschien aan voor een onschuldige kunstenaar.” De choreograaf moet lachen. „Hoewel, met mijn naam is dat niet aannemelijk.”

De Vlaams-Marokkaanse regisseur Cherkaoui staat aan de vooravond van zijn vertrek naar China. In gezelschap van boeddhistische Shaolin-monniken gaat hij zich voor zijn toekomstige voorstelling Sutra verdiepen in hun filosofie en gevechtskunst. Eerder deze maand ging zijn voorstelling Origine in première, een „verkenningstocht naar de oorsprong van de beschaving” volgens de brochure. Vier dansers uit Japan, Zuid-Afrika, IJsland en de Verenigde Staten belichamen de elementen lucht, aarde, vuur en water. Cherkaoui gaf de IJslandse het element vuur. „Ik stelde me voor dat er in plaats van bloed vuur door haar lichaam stroomt. Zo moet ze bewegen, ‘vurig’ als de lava op IJsland.”

De Amerikaanse danseres Daisy Phillips (water) danst, staand op één been, de meest ongelofelijke oosterse yogaposes vloeiend aan elkaar. Japanner Kazutomi Kozubi (lucht en metaal) beweegt soms als een robot en Zuid-Afrikaan Shawn Mothupi (aarde) is het slachtoffer van bureaucratie in een filmische ondervragingscène. „De dag dat Shawn zich eindelijk bij onze repetities kon aansluiten, had hij net een verhoor met de immigratiedienst meegemaakt. Het is makkelijker om jarenlang illegaal in België te wonen dan als legale danser één tijdelijke voorstelling te kunnen doen.”

Opvallend aan de regie van Cherkaoui

is dat hij persoonlijke bagage van de dansers op een of andere manier in de voorstelling terecht laat komen. De dansers hebben elk hun eigen kamer in het stellagedecor: de een woont in een kale ruimte met een futon, de ander heeft een luxe paleisje met kroonluchter. Mothupi woont in de verhoorkamer. Bij toerbeurt vertolken ze een personage in elkaars verhalen. De Amerikaanse reduceert de Japanner in een prachtige scène tot gebruiksvoorwerp: op commando verandert hij in een wasmachine of in de naaldhak van haar pump.

Origine is Cherkaoui’s meest regieloze voorstelling, zegt hij zelf. Tijdens de repetities accepteerde hij wat de dansers hem aan materiaal boden. „Meestal heb ik wel een mening, nu geloofde ik niet zo in de hiërarchie van een regisseur. Ik was neutraal. Het was wel prima dat alle dansers en musici verschillende visies hadden die elkaar tegenspraken. De IJslandse en de Zuid-Afrikaan trokken bijvoorbeeld als magneten naar elkaar toe tijdens de repetities. Alsof het Noorden compassie toonde met het Zuiden.”

Cherkaoui groeide op tussen twee culturen: zijn Vlaamse moeder is een gelovig katholiek, zijn (overleden) vader een moslim. „Mijn moeder geloofde in Jezus als zoon van God, mijn vader zag hem als profeet.” Anders dan de meeste mensen, die opgroeien in wat hij noemt „een gemeengoed van denken” – eenzelfde visie op het leven of in eenzelfde geloofsgemeenschap – kreeg hij al vroeg verschillende visies mee. „Ik heb geleerd me als een kameleon te gedragen en scherp op te letten: in deze situatie moet ik in God geloven, in een andere situatie juist weer niet. Ik ben gewend om steeds nieuwe inschattingen te maken.”

Op zijn dertiende ontwikkelde Cherkaoui ‘een eigen visie’, zoals hij zelf zegt. Hij selecteerde uit christendom en de islam wat bij hem paste. Uit de islam nam hij bijvoorbeeld het gebod over geen alcohol te drinken. Niet omdat het taboe was, maar omdat hij had gelezen dat alcohol de hersencellen aantast. „Ik koos er niet voor uit religieuze overtuiging, maar uit praktische redenen”, zegt hij terwijl hij in het café aan de vegetarische soep zit. Die langzamerhand koud wordt, want de tengere Cherkaoui is een gepassioneerde en rappe prater.

Ooit begon de Antwerpenaar

thuis voor de spiegel als dansfan van Prince en van Michael en Janet Jackson. Als scholier werd hij tv-danser in Belgische hitparadeshows, maar hij vond die dansvorm te afgebakend. „Het was glimlachen en gelukkig zijn.” Hij maakte een danssolo en werd tijdens een competitie door Alain Platel, artistiek leider van het Gentse Les Ballets C de la B, gespot en gecontracteerd. Cherkaoui werd vervolgens een opvallende verschijning in Platels hitvoorstellingen als Iets op Bach (1998).

In 2000 debuteerde hij als choreograaf met Rien de Rien, een voorstelling die in één keer zijn naam vestigde. Net als Platels werk was Rien de Rien een humane voorstelling met kleurrijke mensen in plaats van perfecte dansers en lichamen. Ook werden er hilarische en pijnlijke cultuurclashes in uitgewerkt. Zo raakt een westerse vrouw in verwarring als ze als toerist in Afrika – ten teken van ultieme gastvrijheid – een voor haar ogen geslachte geit krijgt aangeboden.

Het op elkaar enten van culturen is een handelsmerk van Cherkaoui. In de voorstelling Zero Degrees (2005), die hij met de Brits-Bengaalse danser en choreograaf Akram Kahn maakte, versmolt hij elementen uit het Westen met het hindoeïsme en de islam. In Origine vermengt hij een katholiek lied met Arabische zang. De live vertolkte, polyfone religieuze gezangen – ook een altijd terugkerend element in zijn werk – creëren een meditatieve harmonie. De gezangen van onder meer de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen en de achttiende-eeuwse islamitische mystica Rabiá al Andawiya worden live vertolkt door de Zweedse Miriam Andersén en de Libanese Fadia Tom El-Hage van het Sarband Ensemble.

„Origine is mijn zoektocht naar vrijheid”,

zegt de choreograaf. Hij ziet het als een poging „om niet altijd zo’n verschrikkelijk verantwoordelijkheidsgevoel te hoeven dragen voor alles wat gebeurt. Op een of andere manier wil ik alles wat mijn ouders verkeerd deden, oplossen. Ik voel dat ik altijd mijn deel moet bijdragen aan andermans geluk, ook dat van het publiek. Gelukkig worden is niet moeilijk. Ik zit hier en eet deze soep, daar word ik gelukkig van. Maar ik voel me ook verantwoordelijk om iets bij te dragen aan het welzijn van mijn omgeving.”

In Origine maakt hij zich zoveel mogelijk los van die last. Wat op het podium te zien is is vooral werk van de dansers en musici waaruit hij als regisseur een keuze maakte. Nu de voorstelling af is, is hij blij dat die verantwoordelijkheid achter de rug is. „Ik kan goed loslaten. Ik denk dat ik om die reden ook blij ben als ik ooit ga sterven. Ik heb geen angst voor de dood, ik ga met een gerust hart. Maar laten ze er dan wel een feest van maken, net als ze dat in de joodse cultuur doen. De dood moet gevierd.”

Origine: 4/3 Theater Chassé Breda, 8/3 Stadsschouwburg Groningen. Volgend seizoen volgt een uitgebreidere tournee. Inl: www.toneelhuis.be