En ineens zweeg die onverklaarde, nachtelijke stem

René Kahn: In de spreekkamer van de psychiater. Balans, 327 blz. € 17,95

In zijn nieuwste boek In de spreekkamer van de psychiater legt de Utrechtse hoogleraar psychiatrie René Kahn overtuigend uit dat een psychiater die goed observeert en de juiste vragen stelt, redelijk gemakkelijk op het spoor komt van wat de patiënt mankeert om hem doortastend te kunnen behandelen.

Geflankeerd door een arts die in opleiding is tot psychiater, bezoekt de schrijver ook patiënten buiten de spreekkamer, zoals de man in de gevangenis die zijn buurvrouw met vier messteken in de hartstreek had getroffen. Ze overleefde die steekpartij, doordat haar hart zich aan de rechter kant bevond.

Was deze man een psychopaat? Uit zijn voorgeschiedenis blijkt hij een vrij normaal leven te hebben geleid; de laatste jaren werd hij steeds rustelozer. Behalve manisch was hij achterdochtig geworden. Hij dacht afgeluisterd te worden en wilde de buurvrouw vermoorden omdat hij meende dat ze zijn zoontje wilde ontvoeren om hem op de internationale adoptiemarkt te verkopen. Diagnose: manisch-depressieve stoornis. En niet psychopathie of narcisme. Geen diagnose wordt zo vaak gemist in de psychiatrie als de manisch-depressieve stoornis, schrijft Kahn terecht. Een aandoening die goed met lithium is te behandelen.

Op de intensive care ligt de 18-jarige Emma in diepe coma. Vlak na haar eindexamen gymnasium was ze acuut verward geworden, ze had grootheidsideeën en hoorde stemmen. Na een korte periode met verhoogde motorische activiteit raakte ze in een toestand van bewegingsloosheid. Diagnose: katatonie. Een levensbedreigende ziekte. Met elektroshocktherapie herstelde ze volledig.

Volgens Kahn was de katatone toestand het gevolg van een virale encefalitis. Een eenmalige psychose dus, al kan hij deze conclusie niet hard maken. Katatonie komt ook voor bij manisch-depressieve stoornissen én kan het begin zijn van schizofrenie. Niettemin is dit het aangrijpendste en leerzaamste hoofdstuk, doordat de auteur er de geschiedenis bij haalt van de ‘Spaanse griep’, een voorbeeld van virale encefalitis, en van katatonie, in 1874 beschreven door de Duitse psychiater Kahlbaum.

Als populair-wetenschappelijke verhandeling voldoet In de spreekkamer van de psychiater uitstekend. Helaas is Kahns betoog soms onzorgvuldig. Zo zou de diagnose schizofrenie omstreeks 1963 in de VS vaker dan in Engeland zijn gesteld vanwege de ideeën van Amerikaanse psychoanalytici, die Kahn smalend ‘apostelen van Freud’ noemt. Fout. Dat kwam juist door de grote invloed van de uit Zwitserland afkomstige patholoog-anatoom Adolf Meyer op de Amerikaanse psychiatrie, waardoor psychiaters het ruimere schizofrenie-begrip van de Zwitserse psychiater Bleuler omarmden.

Deskundig belicht Kahn de ontdekkers van diverse ziekten en behandelingen. Vreemd genoeg laat hij Jules Cotard onvermeld, die in 1882 een zeer ernstige depressie beschreef. De auteur voert een man ten tonele die voortdurend jammert: ‘Het is net of ik al dood ben, dus sterven kan niet meer, het is de hel. Dat duurt eeuwig.’ Hij blijkt vrijwel alle verschijnselen te hebben van het syndroom van Cotard, beschreven als délire des négations, de nihilistische waan. Het toeval wil dat in het februari-nummer van het Tijdschrift voor Psychiatrie een overzicht staat van dit bijna vergeten ziektebeeld.

In het tv-programma Boeken hekelde Kahn onlangs collega’s die problemen van psychiatrische patiënten te vaak psychologisch verklaren. Maar zelf zoekt hij soms te naarstig naar een biologische verklaring, die er niet is. Neem de depressieve vrouw die elke nacht om vier uur een stem hoorde. Biologische onderzoeken leverden niets op. De oorzaak werd niet duidelijk. Toen de depressie was opgeklaard, bleek de stem verdwenen. Ze was bij toeval genezen.