Eindeloos bewustzijn

Er zijn dingen die je je niet goed kunt voorstellen. Bijvoorbeeld dat een dikke turf met het woord wetenschappelijk op het omslag, geschreven door een zekere Van Lommel wekenlang in de top van de bestsellerlijsten staat – vorige week met alleen Hosseini en Grisham vóór zich. Toch is het waar.

Wat je je ook niet goed kunt voorstellen is dat iemand die enkele minuten een hartstilstand heeft het volgende meemaakt: „Ik voel me intens tevreden, gelukkig, stil en vredig. Ik hoor prachtige muziek. Ik zie mooie kleuren en prachtige bloemen in alle mogelijke kleuren in een grote weide[...] Ik zie een wezen in een licht gewaad. Het wezen wacht op mij en steekt haar hand uit.”

Toch is ook dit wáár, staat in Pim van Lommels bestseller Eindeloos bewustzijn. Een wetenschappelijke visie op de Bijna-dood ervaring (Ten Have, € 24,90). Deze Arnhemse cardioloog inventariseerde jarenlang de bijna-doodervaringen onder zijn patiënten.

Wil je dat lezen? Ja, natuurlijk. Ik stelde me een parade buitenissige verbeeldingen van het bijna-hiernamaals voor. Tunnels en licht, weiden, een verkwikte ziel, ongetwijfeld. Maar vast ook opmerkelijke ontmoetingen met voorvaderen, ondenkbare sporten (krabbelbal, achteruitroeien), seksuele ongerijmdheden wellicht (een clitoris tussen de tenen)?

Maar helaas. De werkelijkheid, ook de bijna-dode, is eindeloos veel saaier. De ‘bde’ (zoals het fenomeen het hele boek door huiselijk wordt genoemd) blijkt geheel gelijk: vrijwel alle bijna-doden ervaren hetzelfde. En dat is bovendien een monotoon en saai geheel van harmonie, prachtige maar nooit gespecificeerde muziek en een gevoel van vrede en begrip.

De voorspelbaarheid van de verhalen die hij optekende heeft Van Lommel niet ontmoedigd, integendeel. Het zet de cardioloog op het spoor van het ‘non-lokale’ bewustzijn: de gedachte dat bewustzijn misschien wel niet per se aan een lichaam is gekoppeld. Daaruit volgt weer de hypothese dat het bewustzijn dus misschien nog wel een tijdje dóór kan ervaren als het lichaam er al de brui aan heeft gegeven. Cruciaal is voor Van Lommel de volgende zin die hij optekende van een bde’er: ‘Dood bleek niet dood te zijn’.

Huh? Die man was toch juist niet dood, althans niet helemaal. En niet helemaal is meer niet dan wel: zoals bij voetbal de bal helemaal over de lijn moet zijn gegaan om een doelpunt te onderscheiden van een bijna-doelpunt. Van Lommel heeft veel weg van de scheidsrechter die naar het midden wijst terwijl de bal juist via de onderkant van de lat terug het veld in stuiterde. Of in zijn eigen terminologie: zijn kennis over de bde lijkt hij toepasbaar te vinden op de ‘hde’, de helemaal-doodervaring. En daarmee vraagt hij wel veel van de willing suspension of disbelief van zijn lezers. Maar ach, dat doen Grisham en Hosseini ook.

Arjen Fortuin