Donner begon wéér over het O-woord

Minister Donner zei in De Pers dat de versoepeling van het ontslagrecht nog niet van tafel is .

Hij breide zijn uitspraken gisteren recht in de Kamer.

Ineens was het politieke onderwerp waar het kabinet-Balkenende IV in zijn eerste jaar bijna over struikelde – het ontslagrecht – in alle hevigheid terug. En dat terwijl het met de instelling van een commissie zo vakkundig meer dan een half jaar was doorgeschoven.

De persoon die dit met een interview had veroorzaakt, minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA), begreep er eigenlijk niets van. „Ik was mij niet bewust dat ik iets zei dat ik niet al eerder heb gezegd”, verklaarde hij gisteren aan het einde van de dag tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer.

Het ontslagrecht wordt in Den Haag al het O-woord genoemd. In de regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie bestaat er een diep verschil van mening over. PvdA en ChristenUnie voelen er niets voor het ontslagrecht te versoepelen, om het werkgevers gemakkelijker te maken mensen te ontslaan.

Dat leidt in de visie van deze partijen niet tot een hogere arbeidsparticipatie. Het CDA gelooft wel dat er meer mensen door aan het werk gaan, want als een werkgever iemand eenvoudiger kan ontslaan, dan zal hij ook sneller nieuwe mensen aannemen. Het CDA steunt hierin de eigen minister.

Een interview van dagblad De Pers met minister Donner zorgde dat de sluimerende spanning in de coalitie gisteren weer aan het licht kwam. Hij zei impliciet dat de versoepeling van het ontslagrecht nog niet van tafel is.

Donner werd gevraagd naar de commissie onder leiding van TNT-topman Peter Bakker, die in november door het kabinet is ingesteld om advies te geven over het verhogen van het percentage mensen dat werkt.

De vraag was: U acht het onwaarschijnlijk dat die commissie een manier verzint om genoeg mensen aan het werk te krijgen en het ontslagrecht daar helemaal buiten te laten? Donner zei bondig: „Zo sta ik er in ja.”

Daar viel de PvdA over. Vroeg in de ochtend was waarnemend fractievoorzitter Mariëtte Hamer ongemeen fel. Op de radio zei ze dat Donner zich op zijn functioneren moest beraden. „De minister van Sociale Zaken is erg hoog spel aan het spelen.” Ze voegde er aan toe dat Donner met zijn uitspraken „een hele zware hypotheek” legde op de commissie-Bakker.

‘s Middags was haar toon al veel gematigder. SP en GroenLinks hadden een spoeddebat aangevraagd over het interview, maar voor Hamer was de kou al uit de lucht met een brief die Donner in allerijl naar de Kamer had gestuurd. Bovendien, zo liet ze zich in het debat ontvallen, had ze al even een prettig gesprek gehad met de minister.

In de brief lichtte Donner toe dat hij in het interview „niet meer en niet minder” had willen zeggen dan dat de commissie „geen beperkingen zijn gesteld” en dat daarmee de commissie geheel vrij is om wel of niet te adviseren over het ontslagrecht. Hij ging in de brief niet in op de cruciale vraag of de kabinetsdoelstelling om 80 procent van de beroepsbevolking aan de slag te krijgen, bereikt kan worden zonder de ontslagregels te versoepelen. Nu heeft ruim 70 procent van de 15- tot 64-jarigen werk.

In het interview was hij helder: die 80 is onhaalbaar zonder iets aan het ontslagrecht te doen. Maar in de brief en in het debat omzeilde hij zijn persoonlijke visie, vooral om de coalitiepartijen, PvdA en ChristenUnie, niet opnieuw voor het hoofd te stoten. Maar zijn uitspraken inslikken deed hij niet.

En daarmee kwam Mariëtte Hamer van de PvdA onder vuur te liggen van de oppositie. „Het is game, set en match voor de minister van Sociale Zaken”, zei VVD-fractieleider Mark Rutte. „Mevrouw Hamer, u bent de verliezer van dit debat.” Hamer had aan het begin van de dag heel hard ingezet, Donner had geen woord teruggenomen, en toch was Hamer tevreden.

Dat was niet de analyse van Hamer zelf. Zij vond dat Donner toch maar mooi had aangegeven dat hij geen hypotheek legde op de commissie-Bakker, en dat hij het accepteert als deze commissie aanpassing van het ontslagrecht afwijst.

Voor de ChristenUnie was de kous al af met de brief van Donner. Kamerlid Eddy van Hijum vond het hele debat een „storm in een glas water”. Zo gaf hij aan dat Hamer met haar scherpe uithaal in de ochtend de verhoudingen binnen de coalitie onnodig op scherp had gezet.

Premier Balkenende, die ook bij het debat moest zitten, werd niet veel gevraagd. In zijn korte bijdrage erkende hij dat het ontslagrecht nog steeds gevoelig ligt. „Het onderwerp is knap lastig”, zei hij. Hij kreeg de Kamer stil met een luchtig slot.

GroenLinks-leider Femke Halsema had gezegd dat ze aan de lente dacht als ze Donner zag. „Een prachtige zin”, vond Balkenende. „Poëtisch.” Hij had gehoopt dat ze in haar tweede termijn ook nog zou zeggen dat ze aan de zomer denkt als ze hem ziet.