Denk maar niet dat het bouwfraude is

De bouwfraude in praktijk. Dat was de eerste gedachte die zich opdrong bij het bericht dat dat het Rijksmuseum pas in 2013 zal opengaan. Minister Plasterk heeft laten berekenen dat de renovatie van het museum 134 miljoen zou moeten kosten, maar bouwbedrijf BAM offreerde het voor 222 miljoen te doen. Verschil 88 miljoen euro. Genoeg voor extra Nationaal Historische Musea in Amsterdam én Den Haag.

Herinnert u zich het vonnis uit 2005 dat bouwbedrijven, waaronder BAM, kregen opgelegd wegens jarenlange deelneming aan illegaal vooroverleg en het maken van verboden prijsafspraken? Bestuurders werden veroordeeld wegens deelname aan een „criminele organisatie”. De boete voor BAM bedroeg 45.000 euro. Bij deze prijsopdrijving van 88 miljoen spaart BAM voor bijna vijfhonderd veroordelingen.

Maar zo kun je dat niet stellen, natuurlijk. Niet alleen omdat bouwbedrijven ook ruim zeventig miljoen euro betaalden om verdere civiele procedures te voorkomen. Maar suggereren dat het terugbetaaltijd is, kan niet: de bouwbedrijven hebben beterschap beloofd, en bij afwikkeling van de bouwfraude bleek dat prijsafspraken en vooroverleg lastig te bewijzen zijn. Dat BAM nog de enige gegadigde was, doet wel denken aan het ouderwetse en veroordeelde „verdelen van werk”, maar meer ook niet.

Bovendien: de winstmarges in de bouw staan echt onder druk . Op een omzet van zo’n 9 miljard verwachtte BAM over 2007 een winst van circa 300 miljoen. Dat moet beter kunnen.

Wat we van BAM van hun Rijksmuseum-offerte weten is dat 45 mensen er 3,5 maand aan werkten. Dat verklaart een half miljoen van de 222, maar verder voldoet deze ‘uitleg’ toch nauwelijks aan de wens van de burger het gat van 88 miljoen te kunnen begrijpen. Nog maar op 29 januari dit jaar was ‘transparantie’ een van de doelen in een nieuwe gedragscode van zeven bouwbedrijven, waaronder BAM. Maar, zei het persbericht er meteen maar bij, om ongemotiveerde hoop de kop in te drukken: „De zeven initiatiefnemers realiseren zich dat de naleving van alle gedragsregels in de praktijk niet van de ene dag op de ander doorgevoerd zal zijn”. Onder het kopje ‘Integriteit en betrouwbaarheid’ pleiten de zeven niet voor eerlijk handelen, maar voor een „zakelijke” omgang met partners. En zakelijk is het, zeker, om de hoofdprijs te vragen als je de enige bent die een zeer gewild product kan leveren.

Nee, de behandeling van deze zaak door OCW is gewoon dommig – van een onhandigheid die elke cynicus verwacht bij het openbaar bestuur, maar niet van een minister als Plasterk, die zich erop liet voorstaan met gezond verstand te gaan regeren. Nog dommer is het om niet in te gaan op de vraagprijs. Wie zich zo in de hoek heeft laten drijven, kan dat beter erkennen. Want het allerdomste is denken dat het opsplitsen van werkzaamheden een redmiddel is en de prijs zal doen dalen. Die 45 man offerteberekenaars moeten opnieuw gaan cijferen. En nog meer onderaannemers moeten straks aan het werk en aan het museum verdienen. En dan moet iemand al die aannemers weer coördineren.

Het publiek is de dupe: „Dat krijgt minder museum”, zoals directeur De Leeuw het bij eerdere tegenvallers formuleerde En Wim Pijbes, de nieuwe directeur, vorige week het mannetje, is de schlemiel van de week. Jong, voortvarend – en vijf jaar duimen draaien in het verschiet.