De nieuwe trend is India

Als hij een écht vooruitziende blik had gehad, zat hij nu op de Bahama’s. Willem Baars (38) constateert het met een schaterlach. In 1997 kocht de in Indiase kunst gespecialiseerde handelaar bijvoorbeeld een schilderij van V.S. Gaitonde, voor 1.500 gulden. Twee jaar later, toen de kunstenaar buiten India naam begon te maken, verkocht Baars het doek voor 38.000 gulden. „Een onwaarschijnlijk bedrag, vond ik toen.” Vorig jaar werd het schilderij geveild voor 1 miljoen dollar.

Moderne kunst uit India is the next big thing. Grote galeries en verzamelaars als Charles Saatchi hebben het vizier verlegd van China naar India. En Sotheby’s en Christie’s houden deze maand in New York gespecialiseerde veilingen met enorme richtprijzen. „Jonge Indiase kunstenaars hebben de wereld aan hun voeten liggen”, zegt Hugo Weihe, de Zwitserse directeur Aziatische kunst bij Christie’s, vanuit een taxi in Bombay.

Willem Baars leerde de Indiase kunstmarkt kennen toen hij als backpacker begin jaren negentig in Bombay bleef hangen. Bij openingen van tentoonstellingen raakte hij bevriend met de lichting jonge kunstenaars die nu, vijftien jaar later, bekend staan als de ‘Bombay Boys’. Mannen met prachtige namen als Jitisch Kallat, Bose Krishnamachari en Sudarshan Shetty.

Zij hangen nu bij grote galeries in Londen en New York. Maar Baars herinnert zich hoe hij destijds voor Shetty de huur betaalde en voor Subodh Gupta, de bekendste hedendaagse kunstenaar uit India, eten. „Die jongens hadden geen roepie.”

Naast zijn werk als journalist en kunstconsultant begon Baars midden jaren negentig te handelen in Indiase kunst. Op Engelse veilingen kocht hij schilderijtjes van F.N. Souza, een van de eerste moderne Indiase kunstenaars die in het Westen erkenning kregen. Die werken verkocht hij in aan verzamelaars in India voor het drievoudige, zo’n 5.000 gulden. „Dan had ik mijn ticket terugverdiend en kon ik een maand in India blijven.” Vergelijkbare doeken van Souza brengen nu zo’n 140.000 dollar op. „Such is life”, lacht Baars.

De eerste keer dat hij in Nederland aan een groot publiek kunst uit India presenteerde, was in 1998 op de KunstRai in Amsterdam: schilderijen van de toen 24-jarige Jitish Kallat. Nu is Kallat een veelgevraagd kunstenaar, maar Baars verkocht zijn schilderijen toen maar ‘mondjesmaat’.

Vorig jaar, op Art Amsterdam, kwam de omslag. Baars verkocht zijn grote stand met werken van Kallat, Krishnamachari en Riyas Komu compleet uit. Een succes dat op Art Rotterdam vorige maand een vervolg kreeg. Alle tien schilderijen van Anant Joshi (à 38.500 euro) waren vóór de beursopening al verkocht. Baars: „Dat is de tragiek van de kunstmarkt: iedereen loopt achter hetzelfde aan.”

Zelf vindt hij de huidige prijzen voor Indiase kunst vaak te hoog. Maar hij is de markt niet, zegt Baars. „Als vraagprijzen betaald worden, dan kloppen ze.”

Hij is van plan vaker tentoonstellingen met Indiase kunst te organiseren. In mei presenteert hij T.V. Santhosh op Art Amsterdam, in november volgt een door Krishnamachari samengestelde expositie in Amsterdam. Baars is niet bang dat de grote buitenlandse galeries binnenkort al het werk van de Bombay Boys opeisen. „Ze zijn loyaal, we zijn vrienden.”

Bovendien speurt hij in India naar nieuwe, jonge kunstenaars. Niet dat het talent daar heel dik gezaaid is, maar Baars heeft vertrouwen in zijn eigen oordeel. „Het is geen toeval dat ik vijftien jaar geleden bevriend raakte met net die Indiase kunstenaars die nu aan de top staan. Mijn ogen hebben me nog nooit bedrogen.”

Zie ook www.baarsprojects.com