De hond in het bos

De hond van Anne was lief. Nou ja, dat vond Anne. Op een dag gingen ze naar het bos. De hond ging lekker spelen maar toen schrok hij. Waar was Anne gebleven? Hij was verdwaald. Gelukkig zag hij een apegrot. Hij ging er op af. Er kwam een grote aap naar hem toe. Hond vertelde alles wat er gebeurd was. De aap zei: „ik zal je mensentaal leren. Dan kun je alles aan Anne vertellen.” Dat vond de hond goed want hij wou altijd al met Anne praten. Dus leerde de aap hond mensentaal. Op een dag zei hond: „ik kan nu wel mensentaal, maar dan moet ik wel terug naar Anne kunnen. Maar ik ben verdwaald.” „Aha”, zei aap, „wacht maar, ik weet de weg naar de rand van het bos. Ik zal je er heen brengen, hond.” „Oke”, zei hond. Hij was zenuwachtig. Wat zal Anne blij zijn als hij terugkwam. Aap en hond liepen door het bos. Hond vond het eng. Ze zagen slangen, krokodillen, vossen en noem maar op. Opeens stond aap stil. Hij fluisterde: „we moeten schoenen maken waardoor we door drijfzand kunnen lopen.” Ze pakten takjes en aap legde uit hoe je zulke schoenen kon maken. Na een tijdje waren ze klaar. Ze liepen over het drijfzand. Zodra ze aan de overkant waren, deden ze de schoenen uit. Ze liepen weer verder. Eindelijk kwamen ze aan de rand van het bos. Hond wist gelukkig zelf de weg naar huis toe en bedankte aap. Hij ging naar binnen. Hij zag Anne huilen op de bank. Hond zei: „Stil maar Anne, hier ben ik.” Anne keek op. Ze was blij en verbaasd tegelijk. Blij omdat hond terug was en verbaasd dat hond kon praten. Hond vertelde alles aan Anne. Hond mocht mee naar school om zijn avontuur te vertellen. Hij was trots op zichzelf. Een hond die kan praten, dat heeft niemand toch ooit gezien? Of niet?

Verhaal van Johanna Terpstra, 7 jaar, uit Hoogkarspel