Bevredigende culturele urologie

Mels van Driel: Geheime delen. Alles wat je er altijd al over wilde weten . De Arbeiderspers, 501 blz. € 22,50

We waren toe aan een diepgravend boek over alles wat leeft en bloeit in de mannelijke heupstreek, aan een standaardwerk over ‘de hele pik’. Het lijkt er nu te zijn: Geheime delen. Alles wat je er altijd al over wilde weten door cultureel uroloog Mels van Driel. Natuurlijk hadden we in Private Parts. A Doctor's Guide to the Male Anatomy (1988) van de Montrealse uroloog Taguchi al een rijke gids voor dagtripjes in de tedere regionen van hernia, vasectomie, incontinentie, onvruchtbaarheid, nierstenen en dergelijke. Maar een man wil meer. Inzicht bijvoorbeeld. Hoe hij en hoe hét werkt, hoe ook het werk plotseling stil kan komen te liggen. Voor diep begrip van laatstgenoemd probleem was er uiteraard Wilhelm Stekels standaardwerk Die Impotenz des Mannes. Maar daar wordt slechts gekeken door de bril van de psychiater, in het Duits, uit 1923.

Mels van Driel is als uroloog verbonden aan het UMC te Groningen, en heeft zoals hij zegt ‘sinds mijn aantreden in 1983 tienduizenden penissen en testikels door de handen gehad’. Vertrouwenwekkend. We vermoeden in zulke woorden de uroloog zoals de man hem graag ziet: als garagist. Is er sprake van ED (erectile deficiency), doet de opheffer het niet, dan op naar de opheffersgarage, de monteur vervangt een bloedpompje, klaar, en terug naar de werkvloer.

Maar Mels van Driel is méér. In 1991 promoveerde hij op juist het onderwerp erectiele disfuncties, een vreemde op Stekelgebied is hij dus beslist óók niet. Die dubbele expertise vinden we in Geheime delen terug. We zien hem in een toegankelijke stijl, niet zelden met ingehouden humor, achtereenvolgens behandelen: ballen en zak, penis, prostaat en zaadblaasjes, testosteron en zaad, castratie, scrotumkwalen, peniskwalen, onvruchtbaarheid, zaadverspilling, vrouwen, en erotiek.

Hij doet dat met ruim oog voor historische opvattingen over hoe de boel in elkaar steekt en werkt. Zo lezen we over de strijd tussen de ovisten (de mens komt uit een ei) en animalculisten/spermisten (het zaad doet het werk). Imposant is ook het pionierswerk van de Duitse chemicus Adolf Butenlandt, die in de jaren dertig 25.000 liter urine van politiemannen verzamelde, om daaruit slechts enkele kristallen andresteron te winnen, een afbraakproduct van het geslachtshormoon testosteron.

Vele vragen passeren de revue: moeten we penisverlenging wensen, -verdikking misschien? Hoe traumatisch is rectaal toucheren voor een man? Wat als men constateert dat het sperma bloed bevat, bruin, geel of waterig is, al dan niet met klonters of slierten? Hoe te handelen als het testiculair pensioen zich aandient? Wat moeten we ons bij het opperklootje voorstellen, is er verband tussen neus en pik, of tussen penislengte en politieke voorkeur, hoeveel bedraagt de zaadproductie, is het nuttigen van een broodje stierenbal lustopwekkend, had Jezus aan het Kruis een erectie, wat veroorzaakt kromstand?

Op al die vragen geeft Mels van Driel hoogst bevredigende antwoorden. Persoonlijk was ik erg ingenomen met wat hij over de ‘Spaanse kraag’ vertelt. Ik had dit verschijnsel waargenomen op een van de fraaie tekeningen van de Franse architect Jean-Jacques Lequeu (1757-1826), zonder te weten wat ik zag. De wetenschappelijke naam luidt parafimosis, het schijnt pijn te doen en paniek te veroorzaken, en ontstaat door oedeemvorming en bloedstuwing samen. Wat doe je er tegen? Eikel en voorhuid in de hele hand nemen en langzaam leegdrukken. Mooi is ook de volgende, probate methode: prik er met een naald kleine gaatjes in en hang het gezwollen uiteinde vervolgens in de suikerpot.

Ik noemde de auteur van Geheime delen een cultureel uroloog. Dat klopt. Want er is nog een derde, essentiële laag in deze studie: cultuur. Met name wat literatuur en dichtkunst betreft vertoont Van Driel een rapende hand, we vinden tal van mooie en passende citaten terug. Een voorbeeld van hoe ver Van Driel hierin soms gaat, is de passage over de bijbelse vaandelvlucht van Jozef uit de sponde van Potifars aanvallige vrouw. Mij staat uit deze aansprekende scène geen detailkennis over geheime delen bij, maar Van Driel raadpleegde de Aramese versie: ‘Ze gooide het wit van een ei op het bed, riep de huishoudster en zei: Kijk eens naar de zaadvlekken die deze man heeft geproduceerd’. Instructief.

Wat de cultuur betreft heb ik intussen wel enige kritiek op Geheime delen. Mels van Driel voert weliswaar een grote hoeveelheid respectabele schrijvers op en citeert fraaie zinsneden, naar mijn smaak echter in verhouding te veel van minor poets. Sade (toch een expert) komt er bijvoorbeeld karig vanaf, aan de Nederlandse schrijver Hans Plomp worden twee hele pagina’s besteed. En dat een groot seksuoloog als Magnus Hirschfeld (1868-1935) in Geheime delen ontbreekt is eenvoudigweg onrechtvaardig.

Ik bedoel deze kritiek als opbouwend. Want zo zou ik Geheime delen van Mels van Driel het liefst beschouwen: als eerste versie van een steeds uitdijende, steeds rijker geïllustreerde cultuurgeschiedenis. Men mag dan bij ‘de hele pik’ beginnen, het streven is toch ‘de complete pik’.