‘Ze dragen bij aan een gezonde wereldeconomie’

Europa wil een gedragscode voor staatsfondsen. Volgens de Amerikaanse onderminister van Financiën begrijpen de fondsen zelf niets van de ophef.

In de lift naar beneden wordt het pas echt duidelijk: de Amerikaanse onderminister van Financiën kan wel enige compassie opbrengen voor de staatsinvesteerders die zo argwanend benaderd worden, als zouden ze terroristen zijn of de Europese of Amerikaanse economie opkopen en met zich meenemen naar China of Saoedi-Arabië. „Ik praat dezer weken regelmatig met deze sovereign wealth funds”, zegt Robert Kimmitt op weg naar de uitgang van een New Yorkse wolkenkrabber. „Die mensen daar vragen me steeds meer: wat is toch het probleem? Wat doen we verkeerd?”

Wat Kimmitt dan zegt? „Jullie doen het juist goed. Maar vertel gewoon beter wat je doet.”

Kimmitt belegde gisteren een ongebruikelijke bijeenkomst met een dozijn niet-Amerikaanse journalisten. Het doel: duidelijk maken dat „we investeringen van harte verwelkomen”. In een tijdsbestek van 35 minuten sprak hij die woordcombinatie negen keer uit.

Staatsfondsen zijn controversieel. Politici vrezen dat fondsen uit Azië en het Midden-Oosten via hun miljardeninvesteringen macht krijgen over – of in ieder geval inspraak krijgen in – strategische sectoren van de Amerikaanse en Europese economieën.

In de VS is de publieke opinie fel gekant tegen de investeerders met overheidsgeld, in Europa uitten de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy eerder hun bezorgdheid. De Europese Commissie stelde gisteren voor een gedragscode in te voeren.

Kimmitt spreekt zich goedkeurend uit over de liberale koers die de Europese Commissie vaart door te kiezen voor een vrijwillige code. Het voorstel „komt zeer overeen met de Amerikaanse aanpak”, die „ermee begint dat we openstaan voor investeringen”. Elke belegging, zo zegt de onderminister, is immers een signaal van „vertrouwen in onze economie, onze financiële markten, onze werknemers”. Bijkomend voordeel: „de investeringen dragen door hun lange termijn bij aan een gezonde wereldeconomie”.

Ook de Europese Commissie volgt deze redenering: de staatsfondsen zouden de gevolgen van de kredietcrisis beperkt hebben gehouden. Ze staken de laatste maanden ruim 40 miljard euro in Amerikaanse en Europese banken zoals Citibank en UBS.

De staatsfondsen beheren volgens Kimmitt nu ruim 2.500 miljard dollar. Over vijf jaar zou dat vijf keer zoveel zijn – een tiende van alle financiële activa ter wereld. Bij gebrek aan openheid van de meeste fondsen lopen schattingen nogal uiteen.

De bekendste Amerikaanse voorbeelden van overheidsinvesteringen in het bedrijfsleven waartegen te hoop werd gelopen zijn Cnooc en Dubai Ports World, in 2005 en 2006. Cnooc, een Chinees olieconcern, wilde een Californische branchegenoot kopen, maar trok zich bij nader inzien terug. De Amerikaanse angst voor een energiebedrijf in Chinese handen was te groot.

Het tweede voorbeeld betreft de overname van een aantal Amerikaanse havens door het staatshavenbedrijf van Dubai. De koop was zo goed als rond toen Congresleden en vakbonden stelden dat terroristen zo wel héél eenvoudig toegang zouden krijgen tot Amerikaans grondgebied. Het protectionisme won, Dubai trok zich terug. Dat enkele havens allang in bezit waren van China deed er niet toe.

Onderminister Kimmitt zegt niet te willen weglopen voor mogelijk machtsmisbruik van de staatfondsen. „We moeten waakzaam zijn, onze welvaart en nationale veiligheid beschermen.” Daartoe bestaat Cfius, zegt hij, de commissie voor buitenlandse investeringen in de VS. De Duitse bondskanselier Merkel wilde voor Europa een vergelijkbaar instituut oprichten. In Cfius komen twaalf ministeries samen om buitenlandse overnames in de VS op gevaar van de binnenlandse veiligheid te beoordelen. Cijfermatig blijkt Cfius een eenvoudig te nemen barrière. Slechts één overname is tegengehouden. Dat was toen onder president Bush senior een Chinees bedrijf een Amerikaanse luchtvaartonderneming wilde kopen.

Kimmitt komt met getallen over 2007, toen het bedrijfsleven in de VS elfduizend fusies en overnames kende. Bij tweeduizend daarvan was een buitenlandse partij betrokken. Cfius beoordeelde er daarvan 143. En keurde er nul af.

Het bestaan van Cfius (sinds 1975) is gezien het toenemende protectionisme – presidentskandidaten Clinton en Obama tonen zich bij uitstek kritisch over buitenlands geld – blijkbaar onvoldoende. Kimmitts ministerie van Financiën probeert de staatsfondsen nu actief een gedragscode te laten ondertekenen. Daarmee zouden ze zich committeren aan het bevorderen van internationale financiële stabiliteit, het respecteren van regels van het gastland en het doen van investeringen om zakelijke redenen. Niet om politieke. Kimmitt: „En bij wijze van tegenprestatie moeten wij dan duidelijk zijn over onze procedures.” Hij bedoelt: niet terugkomen op een standpunt, ook niet als de publieke opinie daarom vraagt.

Kimmitt zegt „nog geen enkele negatieve reactie van de landen” waaraan de staatsfondsen verbonden zijn, te hebben ontvangen. Tegelijkertijd heeft nog geen enkel fonds zich in de openbaarheid uitgelaten over, laat staan uitgesproken voor, een gedragscode. Beneden in de lobby aangekomen, vlak voor de draaideur, legt Kimmitt uit waarom het zo stil blijft. „Ze denken nog als bedrijven”, die eenvoudiger hun eigen plan kunnen trekken. „En niet als de overheden die ze eigenlijk zijn.”

Bekijk de website van Cfius via nrc.nl/economie