Zaden op Spitsbergen redden de mens niet bij wereldbrand

In de Global Seed Vault op Spitsbergen zouden zaden van gewassen ‘voor de eeuwigheid’ bewaard blijven in een bunker in de vrieskou. Maar dat is onzin, zeggen botanici.

Sander Voormolen

De Svalbard Global Seed Vault, een ondergrondse bunker met ruimte voor anderhalf miljoen zaadmonsters van landbouwgewassen, zou volgens verschillende media de voedselveiligheid garanderen van de wereld na grote rampen als atoomoorlogen.

Maar dat is onzin, zegt de Britse botanicus Roger Smith, die bij Kew Gardens de Millennium Seed Bank oprichtte. „Het is niet meer dan een bankkluis, waar je waardevolle spullen voor langere tijd veilig in kunt opbergen. Het is een backup van andere zaadbanken in de wereld, niet meer dan dat.”

Smith adviseerde de Noren vijftien jaar geleden en was toen uiterst sceptisch over de plannen. Maar inmiddels is hij milder, want „ze hebben zich veel van mijn kritiekpunten aangetrokken”. Het oorspronkelijke plan was om de zadenbank onder te brengen in een verlaten kolenmijn. Maar, zegt Smith „iedereen weet dat kolenmijnen na verloop van tijd instorten”. Nu is de opslag in de rotsen uitgehakt. „Ook dachten de Noren dat zij de zaden goed konden houden met alleen de permafrost als koeling. Het zou in de opslag dan min zeven tot min drie graden zijn. Maar vergeleken bij de normale bewaartemperatuur van min achttien zouden de zaden dan twee keer zo snel hun kiemkracht verliezen.” De Noren hebben nu een compressor van tien kilowatt geïnstalleerd die de ruimtes kan koelen.

De faciliteit heeft wel iets weg van de grafkamers in de Egyptische piramides. Een lange gang met luchtsluizen geeft toegang tot drie betonnen opslagkamers die 125 meter diep in een berg liggen.

Een definitieve opslag is het echter niet. Alle plantenzaden verliezen na verloop van tijd hun kiemkracht. Volgens onderzoeker Roel Hoekstra van het Centrum voor Genetische Bronnen (CGN) in Wageningen blijft het nodig kiemproeven te doen. „Wij doen dat routinematig, zo om de tien tot vijftien jaar. Als de kiemkracht achteruit gaat of er te weinig zaad over is, vermeerderen we het door opnieuw zaad te oogsten.”

Het CGN stuurde 18.000 zaadmonsters naar Spitsbergen, als backup. Hoekstra: „Wij hebben een groot deel van onze collectie ondergebracht bij zusterinstellingen in Duitsland en Engeland. Onze zending naar Spitsbergen is dus in veel gevallen een triplicatie. Maar bijvoorbeeld onze collectie vlaszaden konden wij niet kwijt bij andere zaadbanken. Spitsbergen is hier ons enige duplicaat.”

Ook volgens Hoekstra is de Global Seed Vault vooral een verzekering tegen lokale rampen. „In Afrika is een zadenbank verloren gegaan door een burgeroorlog en de zadenbank van Irak werd geplunderd tijdens de tweede Golfoorlog. Op de Filippijnen heeft een storm een zadenbank ernstig beschadigd. En bij ons in Wageningen was de situatie in 1995 kritiek, toen de rivierdijken op doorbreken stonden.”