Westen moet Rusland niet langer paaien

De EU en de nieuwe Amerikaanse president moeten de man die zondag tot Russische president wordt gekozen krachtig tegemoettreden, meent Timothy Garton Ash.

Deze presidentsverkiezingen zijn ádembenemend. Wordt het de rijzende ster Dmitri ‘Obama’ Medvedev? Of die gelouterde veteraan Gennadi ‘McCainovitsj’ Zjuganov? We zitten toch zeker op het puntje van onze stoel en volgen gespannen de laatste opiniepeilingen voordat zondag de stembussen opengaan?

Niet dus. Een van de redenen dat de meeste Noord-Amerikanen en West-Europeanen zich niet zo druk maken is dat Rusland voor ons gevoel niet meer zo belangrijk is als vroeger, of dat het ons niet echt meer bedreigt. Ten onrechte misschien, maar zo wordt het gevoeld. Een andere reden is dat de verkiezingsuitslag al bekend is. En de winnaar wordt… Dmitri Huppeldepup. De poedel van Poetin uit Sint-Petersburg.

Het Rusland van Vladimir Poetin is namelijk geen democratie. Het beweert van wel. Het noemt zich een ‘soevereine democratie’. Maar het verschil tussen een democratie en een soevereine democratie is dat tussen een jasje en een dwangbuis. Een liberale kandidaat voor het presidentschap, Michail Kasjanov, heeft zijn kandidatuur moeten opgeven na een vrijwel zeker uit de lucht gegrepen beschuldiging van onregelmatigheden. Andersdenkenden als oud-wereldkampioen schaken Garry Kasparov worden gemolesteerd en opgesloten. De belangrijke media worden merendeels direct of indirect beheerst door het Kremlin. Onafhankelijke journalisten moeten voor hun leven vrezen.

Een recent rapport van Amnesty International belicht de systematische beknotting van Russische NGO’s en schetst nog tal van andere beperkingen van de vrijheid van vereniging, vergadering en meningsuiting.

De waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) omschreven de Russische parlementsverkiezingen van afgelopen december als vrij noch eerlijk. Naar deze verkiezingen gáán niet eens waarnemers, omdat de Russische overheid hun niet toestaat naar behoren te werken. Dit politieke systeem is niet totalitair zoals de oude Sovjet-Unie, maar het is wel een heel akelige vorm van autoritarisme onder het mom van democratie: een wolf in schaapskleren.

Wat zouden we hieraan moeten doen? De laatste jaren is de Russische wolf de vrije landen op de wereld in het algemeen en de Europese in het bijzonder telkens te slim af. Met behulp van gaspijpleidingen, banken en embargo’s in plaats van tanks en raketten heeft het menig buurland geïntimideerd of geprobeerd te intimideren. Een Zweedse onderzoeker heeft tussen 1992 en 2006 55 gevallen vastgesteld waarin de energietoevoer werd gestaakt of dit als dreigement werd gebruikt. Weliswaar werden meestal ‘technische’ redenen aangevoerd, maar doorgaans was Moskou toevallig wél net uit op een politiek of economisch voordeel, zoals de beïnvloeding van een verkiezing of de mogelijkheid voor semioverheidsbedrijven als Gazprom om zich in te kopen in de energie-infrastructuur.

Intussen zijn de betrekkingen van de EU-landen met Moskou één grote warboel. Het is een algemene regel dat wie de EU van haar meest verdeelde, futloze en ongeloofwaardige kant wil zien, haar door de bril van een rijk, groot, machtig land moet bekijken – Rusland, China of de Verenigde Staten. De mening van de beleidsvormers in Peking, Moskou en Washington over de Europese Unie varieert van sceptisch tot minachtend, want zij zien elke nationale regering heimelijk en met de hoed in de hand haar eigen afspraken komen maken. Geen wonder dat het Rusland van Poetin zijn eigen nationale belangen beter denkt te kunnen behartigen door met individuele Europese mogendheden zaken te doen. Zoals Europa zich op het ogenblik tegen Rusland, China en de Verenigde Staten gedraagt, is dat een open invitatie tot ‘verdeel en heers’.

De kruiperigheid vindt zowel op persoonlijk als op nationaal vlak plaats. De Duitse oud-kanselier Gerhard Schröder, die nog tijdens zijn ambtstermijn de weg vrijmaakte voor de Russische ‘Noordstroom’-gaspijpleiding op de bodem van de Oostzee, leidt nu het pijpleidingsconsortium. Nog geen anderhalf jaar geleden bleef hij in een interview publiekelijk bij zijn bewering dat Poetin een „loepzuivere democraat” was. Ja, ja, en zwart is wit.

In een recent rapport van de European Council on Foreign Relations, een pan-Europese denktank (de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik deel uitmaak van de leiding ervan), wordt deze meelijwekkende warboel gedocumenteerd. Ook stelt het rapport dat de EU als eenheid in aanleg veel machtiger is dan Rusland. Haar totale economie is vijftien maal zo groot als de Russische, die maar nauwelijks groter is dan die van België en Nederland samen. Ongeveer de helft van de Russische handel vindt plaats met de EU, terwijl de Russische gaslevering maar 25 procent van de huidige gasbehoefte van de EU beslaat. In ‘zachte macht’ – aantrekkingskracht – heeft Rusland helemaal niets te betekenen. Alleen doordat Europa zo verdeeld is, kan de staart met de hond kwispelen.

In de Europese hoofdsteden wordt inmiddels alom erkend dat de EU tegenover Rusland „orde op zaken” dient te stellen, ook wat het energiebeleid betreft. Maar dat heeft weinig te betekenen zolang de Europese leiders niet kunnen beslissen wélke gezamenlijke lijn ze dan zouden moeten kiezen. De verkiezing – nee, de kroning – van een nieuwe Russische president is een goed moment om te overwegen wat die lijn zou moeten zijn: voor Europa, en ook voor anderen.

Hillary Clinton riep in het debat van dinsdag op tot „een realistischer en doeltreffender strategie tegenover Rusland” en verwoordde een wijdverbreide opvatting toen ze zei dat „technisch gezien dan wel zal worden gesproken met de man die president heet” – kom, hoe-heet-ie ook alweer – „maar dat de beslissingen door Poetin genomen zullen worden”. Omdat Poetin premier zal zijn, met een overweldigende meerderheid in het parlement, denken de meeste waarnemers er zo over; ook Poetin zelf lijkt er zo over te denken, en voor Medvedev zal wel hetzelfde gelden. Op korte termijn hebben ze waarschijnlijk gelijk. Maar op langere termijn weet ik het zo net nog niet. De Grondwet geeft meer macht aan de president en wie de hoogste man in het Kremlin is, blijft daar uiteindelijk nooit onberoerd onder. Ondanks zijn natuurlijke rijkdommen is Rusland niet immuun voor andere invloeden, zoals het langzame ontstaan van een nieuwe middenklasse in het land, de opkomst van China en de politiek van Europa en de Verenigde Staten. En je weet maar nooit: op een dag kan Poetin zijn judotraining overdrijven of onder een tram komen.

In elk geval ben ik van mening dat we dit moment zouden moeten aangrijpen om het begin van een nieuw hoofdstuk in onze betrekkingen met Rusland in te luiden. Zowel de Europese Unie als – volgend jaar – de nieuwe Amerikaanse president moet zich actief maar krachtig opstellen tegenover de nieuwe president Medvedev en zijn ploeg. Hij is nog een vrij jonge man en heeft naar verluidt iets meer op met de vrije markt dan Poetin. Een van zijn uitspraken zou zijn dat „wij terdege beseffen dat nog nooit een niet-democratisch land echt welvarend is geworden” – een intrigerende formulering.

In elk geval hebben we geen andere keuze dan om met Rusland de confrontatie aan te gaan over een hele reeks internationale kwesties – van Kosovo tot Iran – waarin het over een veto in de Verenigde Naties en andere hinderlijke bevoegdheden beschikt.

Maar we moeten daarbij wel veel duidelijker onze voorwaarden stellen. Daartoe zouden minimaal moeten behoren meer eerbied voor de soevereiniteit van buurlanden en voor de mensenrechten en de rechtsstaat, in binnen- en buitenland. Zoveel dient duidelijk, publiekelijk en onmiddellijk te worden gezegd.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Oxford.